Beleggen met respect voor mens en milieu

Uitgave: Pensioen Bestuur & Management (PBM) nummer 4 2019

MELANIE MENIAR, BELEIDSADVISEUR PENSIOENFEDERATIE Rubriek: Beleggen
Geplaatst op 20-11-2019
Beleggen met respect voor mens en milieu Een pensioenfonds dat belegt in ondernemingen kan ongewenst te maken krijgen met misstanden. Denk bijvoorbeeld aan conflictgrondstoffen die in telefoons eindigen, olierampen, slechte arbeidsomstandigheden in fabrieken, landonteigening of milieuverontreiniging. Pensioenfondsen kunnen kiezen voor beleggen aan de hand van een IMVB-convenant. Zo kunnen ze misstanden in de keten achter de ondernemingen of in de ondernemingen waarin ze beleggen, voorkomen of oplossen.

IMVB-convenant staat voor een aanpak waarbij de pensioenfondsen de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen1 en de UN Guiding Principles on Business and Human Rights2 (UNGP) als basis nemen. Dit om mensenrechten- en milieurisico’s te identi– ficeren, te prioriteren en te adresseren.

Groot bereik

Eind 2018 ondertekenden ruim 75 pensioenfondsen en de Pensioenfederatie, 6 maatschappelijke organisaties, 3 vakbonden en 3 ministeries gezamenlijk het Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Beleggen Convenant Pensioenfondsen3. Het aantal deelnemende pensioenfondsen is in de loop van 2019 nog verder gegroeid naar 80 en vertegenwoordigt ruim 1200 miljard!

conv

Samenwerking
Het convenant is een samenwerking tussen maatschappelijke organisaties (Amnesty International, Natuur & Milieu, Oxfam Novib, Save the Children, PAX, World Animal Protection), vakbonden (CNV, FNV, VCP), overheid (Ministerie van Financiën, Ministerie van Buitenlandse Zaken, Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid) en pensioenfondsen3 en de Pensioenfederatie. De Sociaal- Economische Raad (SER) heeft het proces van totstandkoming van het convenant gefaciliteerd en voert het secretariaat in de implementatiefase. Samenwerking heeft voor de sector grote toegevoegde waarde omdat er gebruik kan worden gemaakt van de kennis en netwerken van de samenwerkingspartners. De samenwerking draagt bij aan maatschappelijk draagvlak van het verantwoord beleggingsbeleid van pensioenfondsen en kan bijdragen aan oplossingen voor maatschappelijke dilemma’s.

Richtlijnen voor zakendoen
In Nederland verwachten we dat bedrijven (internationaal) zakendoen met respect voor mensenrechten en milieu. Die rechten en plichten van bedrijven zijn vastgelegd in internationale regelingen van bijvoorbeeld de Verenigde Naties en de OESO, de organisatie voor economische samenwerking en ontwikkeling. Nederland heeft zich met 45 andere landen gecommitteerd aan de OESO-richtlijnen en speelt een stimulerende rol bij de implementatie van de OESO-richtlijnen. De richtlijnen gaan over algemeen bedrijfsbeleid, informatieverstrekking door ondernemingen, mensenrechten, werkgelegenheid en arbeidsrechten, milieu, bestrijding van corruptie, consumentenbelangen, wetenschap en technologie, mededinging en belastingen. De OESO-richtlijnen en de UNGP’s vormen de basis van de IMVO-convenanten3 die door de overheid worden gestimuleerd.

Due diligence of ‘gepaste zorgvuldigheid’
Volgens de OESO-richtlijnen hebben ondernemingen de maatschappelijke verantwoordelijkheid om mensenrechten te respecteren. Daarbij moeten zij de risico’s op mensenrechtenschendingen in hun keten in kaart brengen en verminderen. Bij ondernemingen betekent dit, dat een onderneming zicht moet hebben op de hele toeleveringsketen (denk bijvoorbeeld aan de kledingateliers). Dit wordt ‘due diligence’ of ‘gepaste zorgvuldigheid’ genoemd. Het proces van due diligence bestaat uit het identificeren van (risico’s op) misstanden, het voorkomen of mitigeren ervan, en het monitoren en rapporteren hierover.

Pensioenfondsen als beleggers worden voor de toepassing van de OESO-richtlijnen gezien als ondernemingen en hebben daarmee ook dezelfde maatschappelijke verantwoordelijkheid om ‘gepaste zorgvuldigheid’ te betrachten. Om beleggers een handreiking te geven hoe je als belegger de OESO-richtlijnen moet toepassen, heeft de OESO het richtsnoer voor institutionele beleggers4 (hierna: het Richtsnoer) opgesteld.
Omdat pensioenfondsen in alle sectoren beleggen in een groot aantal landen en over het algemeen in honderden, soms in duizenden ondernemingen, is de diversiteit aan zaken waarmee een pensioenfonds te maken kan krijgen zeer groot. Het is dus van belang om focus aan te brengen en te prioriteren. Het Richtsnoer biedt ruimte om het due diligence proces uit te voeren op een manier die passend is bij de grootte en het karakter van het pensioenfonds. Ook de focus en prioritering krijgen aandacht in het Richtsnoer. Pensioenfondsen kunnen starten met de ernstigste risico’s. De ernst van de risico’s wordt bepaald aan de hand van:
- Scale – de ernst van de misstand.
- Scope – de omvang van de misstand.
- Irremediable character – de (on)mogelijkheid om te herstellen naar de situatie van vóór de misstand.

Bij geconstateerde misstanden heeft het pensioenfonds de verantwoordelijkheid om actie te ondernemen die binnen zijn invloedsfeer past, zoals engagement met de onderneming of eventueel stoppen met de belegging in die onderneming.

Afspraken in het convenant
In het convenant zijn afspraken gemaakt over twee sporen: een ‘Breed Spoor’ en een ‘Diep Spoor’. Het Brede Spoor gaat over de sectorbrede invulling van de OESO-richtlijnen en de UNGP’s (het uitvoeren van due diligence). Alle pensioenfondsen die ondertekenen, committeren zich aan het Brede Spoor en gaan, rekening houdend met proportionaliteit, due diligence uitvoeren op hun beleggingen. Het Diepe Spoor is optioneel. Niet alle pensioenfondsen hebben voldoende mensen en middelen om hierin een rol te spelen. In het Diepe Spoor ligt de nadruk op samenwerking tussen de convenantspartijen om het engagement van de pensioenfondsen te versterken. Er worden in totaal zes cases opgepakt over de hele convenantsperiode. Deze cases gaan over één of meerdere ondernemingen of een subsector. De focus voor de selectie van cases ligt op het gebied van mensenrechten en arbeidsrechten. Daar is voor gekozen omdat de partijen in het convenant vinden dat er nog beperkt ervaring is opgedaan met het aanpakken en voorkomen van sociale negatieve impact. Als bij een geselecteerde case ook andere dan sociale misstanden spelen, worden deze in de case natuurlijk ook meegenomen.

Ontwikkelen van instrumentarium
Om pensioenfondsen op weg te helpen met de implementatie van de afspraken in het convenant ontwikkelen de convenantspartijen een instrumentarium. Dit instrumentarium bevat een toelichting op de afspraken, uitleg over begrippen en voorbeeldteksten die pensioenfondsen kunnen gebruiken bij de implementatie van de convenantsafspraken in het beleid van het pensioenfonds, in de uit– besteding, monitoring en transparantie. Het instrumentarium wordt in 2019 opgeleverd, zodat de pensioenfondsen alle handvatten hebben om de OESO-richtlijnen en UNGP’s te implementeren in hun beleid in 2020.

Eerste case
In het Diepe Spoor staat samenwerking tussen convenantspartijen op een bepaalde case centraal. Tien grote pensioenfondsen hebben getekend voor het Diepe Spoor. Zij voeren engagement met bedrijven. De samenwerking in convenantsverband heeft tot doel om het engagement dat de pensioenfondsen voeren, te versterken.
Als eerste van deze cases is gekozen voor een mijnbouwbedrijf (beursgenoteerde onderneming) dat onder andere actief is in de Democratische Republiek Congo. Bij mijnbouw komt een aantal misstanden samen waar de partijen in het convenant mee aan de slag willen. Arbeidsomstandigheden zijn een belangrijk thema. Verder spelen er zaken rond mensenrechten en de omgang met de lokale bevolking. Ook is er vaak sprake van impact op het milieu. De problemen rond het mijnbouwbedrijf zijn geïnventariseerd en pensioenfondsen, vakbonden, ngo’s en overheid hebben hierop samen een strategie ontwikkeld. De komende tijd gaan de convenantspartijen aan de slag op basis van de gezamenlijke strategie. Geleerde lessen in het kader van de aanpak van cases worden gedeeld met alle pensioenfondsen.

Deelnemers vinden het belangrijk
Heel veel pensioenfondsen rapporteren al over hun ESG-beleid (Environment, Social, Governance). Die informatie wordt aangevuld met wat de ze doen op het gebied van het convenant. Deelnemers vinden het belangrijk dat hun pensioengeld niet wordt belegd in bedrijven die misstanden veroorzaken of waarbij misstanden in de keten plaatsvinden. Uit die beleggingen stappen lost die misstanden niet op. Daarom voeren de pensioenfondsen engagement met die bedrijven. Zo stimuleren ze bedrijven om misstanden op te lossen en/of herstel aan te bieden. In het uiterste geval kan een pensioenfonds besluiten te stoppen met die belegging. Pensioenfondsen zijn transparant over de resultaten van engagement en houden zo hun deelnemers op de hoogte. Wij verwachten dat de inspanningen bijdragen aan het vertrouwen in de pensioensector. Over de voortgang van de implementatie van het convenant wordt jaarlijks gerapporteerd aan een onafhankelijke monitoringscommissie. In 2019 vindt de nulmeting plaats en in de daaropvolgende jaren wordt duidelijk hoe de pensioenfondsen aan de slag zijn met het convenant. De resultaten van de nulmeting verschijnen dit najaar.

1 Ministerie van Buitenlandse Zaken 2011.
2 United Nations, Guiding Principles on Business and Human Rights 2011.
3 www.imvoconvenanten.nl
4 OECD, Responsible business conduct for institutional investors: Key considerations for due diligence under the OECD Guidelines for Multinational Enterprises 2017.