Europese taxonomie als gids voor duurzaam herstel

Uitgave: Pensioen Bestuur & Management (PBM) nummer 3 2020

BRENDA KRAMER, SENIOR ADVISOR RESPONSIBLE INVESTMENT PGGM Rubriek: Beleggen
Geplaatst op 19-08-2020
Europese taxonomie als gids voor duurzaam herstel We schuiven lastige veranderingen graag voor ons uit. Er is altijd wel een excuus om niet te diëten, niet te sporten, even niet aan duurzaamheid te denken. Het lijkt tegenstrijdig, nadenken over duurzaam herstel als we aan het begin staan van een economische recessie. Toch is dat precies wat moet gebeuren, vooral door partijen – zoals Nederlandse pensioenfondsen – met langetermijnverplichtingen. De Europese taxonomie helpt hierbij.

Het is nooit een goed moment om te veranderen. Vooruitschuiven gaat totdat actie onvermijdelijk is, totdat het bíjna te laat is.

Covid-19 kans voor verandering
De covid-19-crisis is zo’n moment. Een wereldwijd infarct dat ons dwingt om onszelf fundamentele vragen te stellen. Fundamentele vragen die zich onder andere richten op het belang van een duurzame en sociale economie en de rol die pensioenfondsen daarin kunnen spelen. De Europese Green Deal kan daarbij helpen. Het raamwerk van de Green Deal en het Sustainable Finance Action Plan bieden houvast in het nadenken over de wereld na deze crisis. Pensioenfondsen kunnen hier op verschillende manieren een rol in spelen.

Europese duurzaamheidsplannen in context
Om de context van de Europese wetgeving goed te begrijpen zijn twee internationale verdragen van belang:
1. Het klimaatakkoord van de Verenigde Naties (VN). Het doel van het Parijsakkoord is het beperken van de opwarming van de aarde tot ruim onder 2 graden Celsius.
2. De OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen. De OESO-richtlijnen leggen de basis voor maatschappelijk verantwoord ondernemen.

Ten eerste het Parijsakkoord. Een belangrijk element voor beperkte opwarming is het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen. Nederland streeft daarom voor 2030 naar een CO2-reductie van 49% t.o.v. 1990. Verschillende sectoren hebben hiervoor plannen gemaakt. Ook de financiële sector stelde in december 2019 een commitment op dat door 52 partijen, waaronder de Pensioenfederatie, PFZW en APG is ondertekend. In Europa spraken de lidstaten oorspronkelijk af dat de EU in 2030 minimaal 40% minder CO2 uit zou stoten ten opzichte van 1990. Het nieuwe akkoord – de European Green Deal – gesloten in december 2019, gaat uit van een reductie van 55% in 2030 en een CO2-neutrale economie in 2050. De taxonomie geeft per sector invulling aan deze ambitie.

Ten tweede, de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen. Deze richtlijnen zijn gebaseerd op internationale afspraken over mensenrechten en de VN ‘guiding principles on business and human rights’ (UNGP). Ook voor dit implementatietraject is in Nederland gekozen voor een sectorale aanpak in de vorm van convenanten. Voor de pensioensector resulteerde dat vorig jaar in het IMVBconvenant. De minimale sociale standaarden voor de Europese taxonomie zijn op de OECDrichtlijnen gebaseerd. Daarnaast is rapportage over de elementen van deze richtlijn onderdeel van de verordening die zich richt op nietfinanciële rapportages door financiële instellingen, die vanaf volgend jaar in gaat.

Raakt dit pensioenfondsen?
Bij de Europese Green Deal spelen naast de reductie van CO2-uitstoot, ook onderwerpen als klimaatadaptatie, biodiversiteit, water, landbouw, afval en recycling. De doelstellingen moeten behaald worden op voorwaarde van inachtneming van minimale sociale standaarden (OECD-richtlijnen en UNGP). Voor financiële instellingen zijn er drie doelstellingen:
1. Het vergroten van de rol van privaat kapitaal in verduurzaming.
2. Het verbeteren van informatie over duurzaamheid.
3. Verplichte integratie van duurzaamheid in risicomanagement.

Deze doelstellingen hebben onder andere geleid tot de Europese classificatie voor duurzame economische activiteiten (de taxonomie)1 en nieuwe rapportageverplichtingen voor de financiële sector2. Vanaf 2022 zullen Nederlandse pensioenfondsen en hun uitvoerders moeten voldoen aan de nieuwe rapportage-eisen van de EU. Zij moeten bijvoorbeeld inzicht geven in de integratie van Environmental, Social en Governance (ESG-)risico’s, de potentiële negatieve impact van beleggingen (op basis van OECD-richtlijnen) en geclaimde positieve impact, inclusief ‘alignment’ met de EU-taxonomie. Deze nieuwe eisen betekenen op korte termijn additionele rapportage-eisen. Op de lange termijn zal dit naar verwachting leiden tot harmonisatie en consolidatie van nietfinanciële rapportages.

De rapportage ten aanzien van de taxonomie gebeurt op portfolioniveau. Dit betekent voor pensioenfondsen dat zij rapporteren hoeveel procent van de beleggingen in lijn is met de taxonomie. Uitvoerders zullen op hun beurt voor verschillende portfolio’s de percentages moeten (laten) meten. De mate van overeenstemming met de taxonomie voor een bedrijf, wordt bepaald op basis van de omzet die gehaald wordt uit economische activiteiten die geclassificeerd zijn als duurzaam. Onderstaande figuur geeft vereenvoudigde portfoliorapportage weer.

tax

Taxonomie en verduurzaming
De taxonomie zorgt in de eerste instantie voor transparantie over duurzame beleggingen. Toch is de mogelijke toepassing breder. De taxonomie biedt met sectorspecifieke criteria een referentiekader voor assetmanagers en bedrijven om hun producten te verduurzamen. Zo is de maximum uitstoot voor duurzame energie 100g CO2 per kilowattuur en mag een duurzame auto maximaal 50g CO2 per passagier per kilometer uitstoten. Alle activiteiten boven dit criterium mogen niet als ‘groen’ worden gerapporteerd.
Ook bedrijven die (nog) niet groen zijn kunnen de referentiewaarden gebruiken om verbeterplannen op te stellen en zo groene financiering aan te trekken. Voor beleggers vormt de omvang van de groene investeringen een belangrijke vooruitkijkende indicator voor de transitiestrategie – en daarmee toekomstbestendigheid – van bedrijven. Deze manier van vooruitkijken biedt kansen voor beleggers met een langetermijnvisie en -horizon, zoals pensioenfondsen.
Bovendien geven de criteria uit de taxonomie aanleiding tot strategische dialoog tussen beleggers en bedrijven. Juist in de huidige crisis zijn bedrijven gebaat bij aandeelhouders die een constructieve dialoog aangaan over verduurzaming en toekomststrategieën.
Het verkopen van aandelen was nog nooit echt een manier om de wereld te veranderen – wel het risicoprofiel van je portfolio. Maar nu meer dan ooit zijn duurzame beleggers nodig met een focus op investment in change in plaats van divestment. Pensioenbeleggers, zoals PGGM, kunnen hierin een belangrijke voorbeeldfunctie vervullen.

Conclusie
Zoals eerder genoemd zullen nieuwe Europese regels verdergaande harmonisatie en verificatie van duurzaamheidsdata versnellen. In eerste instantie betekent dit toenemende rapportagelasten, maar op de lange termijn leidt dit tot consolidatie van de markt en vereenvoudiging van duurzaamheidsrapportages. Een eenduidige rapportage van bijvoorbeeld scope 1-, 2- en 3-emissies van bedrijven en fondsmanagers helpt zowel de performance van managers en bedrijven ten opzichte van elkaar én ten opzichte van de Europese duurzaamheidsdoelen te vergelijken.
Als we de duurzaamheidsdoelen willen halen moeten we nu plannen maken voor een Green Recovery – duurzaam herstel. De taxonomie biedt handvatten voor een dieetplan voor een gezonde economie, die sociaal én duurzaam is. Pensioenfondsen kunnen een belangrijke rol spelen in de strategische dialoog die noodzakelijk is voor duurzaam herstel. Ik hoop dat we deze crisis gebruiken voor het stellen van fundamentele vragen en de noodzakelijke dialoog met bedrijven en de overheid. Want zoals Winston Churchill zei: “never let a good crisis go to waste”.

1 https://ec.europa.eu/info/publications/ sustainable-finance-teg-taxonomy_en
2 regulation (EU) 2019/2088 of the European Parliament and of the council of 27 november 2019 on sustainability related disclosures in the financial services sector.