Klimaattafels en verantwoord beleggen

Uitgave: Pensioen Bestuur & Management (PBM) nummer 1 2019

GERARD VAN OLPHEN, VOORZITTER TAAKGROEP FINANCIERING VAN HET KLIMAATAKKOORD Rubriek: Beleggen
Geplaatst op 05-03-2019
Klimaattafels en verantwoord beleggen Dit jaar wordt onder regie van het Rijk door honderden mensen hard gewerkt aan de totstandkoming van een Klimaatakkoord. Wat is de rol van financiële instellingen hierbij? In 2015 is het Klimaatakkoord van Parijs gesloten om de opwarming van de aarde te beperken tot twee graden Celsius. Dit voorjaar hadden 195 landen dit Akkoord getekend. Daarmee bestaat er een wereldwijde coalitie voor beperking van het risico op klimaatverandering.

De Nederlandse bijdrage aan ‘Parijs’ moet via een breed gedragen nationaal Klimaatakkoord tot stand komen. De regering heeft het doel vastgelegd: de uitstoot van broeikasgassen in Nederland moet in 2030 ten minste 49% lager liggen
dan in 1990 het geval was.

Waarom een Klimaatakkoord?
Die overgang naar een duurzame energievoorziening raakt aan ons leven van alledag. Aan hoe wij wonen, ons verplaatsen, wat wij eten, hoe wij ons geld verdienen en weer uitgeven. Daarom is de energietransitie ook in de eerste plaats een maatschappelijke transitie.

Om de energietransitie goed vorm te geven, zijn burgers en bedrijven op elkaar en op de overheid aangewezen. Een bundeling van daadkracht, investeringen, kennis en kunde is nodig. Die bundeling krijgt vorm aan vijf sectortafels:
- Elektriciteit
- Gebouwde omgeving
- Industrie
- Landbouw en landgebruik
- Mobiliteit

Daarnaast zijn er enige dwarsdoorsnijdende taakgroepen, die de sectortafels hierbij ondersteunen. Naast een taakgroep werkgelegenheid en een taakgroep innovatie, is er een taakgroep financiering. Bij deze laatste taakgroep – die ik mag voorzitten – zijn pensioenfondsen, banken, verzekeraars en vermogensbeheerders aangesloten, alsmede Invest-NL (in oprichting).

Tussenstand
De sectortafels en de taakgroepen hebben na vier maanden intensief samenwerken in juli een ‘Voorstel voor hoofdlijnen van het Klimaatakkoord’ opgeleverd1. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en het Centraal Planbureau (CPB) hebben dit ‘Voorstel’ grondig geanalyseerd. Zij zijn tot de conclusie gekomen dat het technisch gezien mogelijk is om met de voorgestelde maatregelen de benodigde 49% emissiereductie te realiseren. De uitwerking in inzet van beleidsinstrumenten en in bindende afspraken ontbreekt meestal nog. Hier is vaak het wachten op de inzet van het Rijk:
“Met name waar striktere normen en beprijzing tot hogere lasten kunnen leiden lijkt regie vanuit het Rijk essentieel; het is weinig waarschijnlijk dat partijen aan tafel dergelijke instrumenten zelf zullen voorstellen. Hetzelfde geldt voor het toezicht op doelmatig inzetten van subsidies als instrument. Ook vanwege de samenhang met beslissingen inzake bijvoorbeeld infrastructuur en de wijze waarop niet alleen vernieuwing nodig is maar ook van het ‘oude’ afscheid genomen moet worden om ‘stranded assets’ te vermijden kan het daarom raadzaam zijn nu ook reeds een beoogd instrumentatietraject voorbij 2030 te schetsen.”
Het PBL raamt de nationale meerkosten van de voorgestelde technische maatregelen op 3 tot 4 miljard euro in 2030. Het PBL schat de benodigde investeringen op 80 à 90 miljard in de periode 2019 - 2030.

Investeringen in infrastructuur voor een duurzaam energie- en mobiliteitssysteem kunnen een interessante belegging vormen. Dan gaat het onder meer om verzwaring en uitbreiding van elektriciteitsnetwerken, om infrastructuur voor (transport van) waterstof, om de voorzieningen voor miljoenen elektrische personenauto’s, om warmtenetten en om transport en opslag van CO2. Het PBL stelt vast dat deze infrastructuur in het ‘Voorstel’ nog niet systematisch is uitgewerkt. Daardoor kunnen de financieringsmogelijkheden nu ook nog niet goed beoordeeld worden.

Taakgroep financiering
Een belangrijke uitdaging voor de taakgroep financiering is om een brug te helpen slaan tussen vraag en aanbod van financiering en daarmee tussen de initiatiefnemers van duurzaamheidsprojecten en mogelijke financiers.

Een opgave die bij de initiatiefnemers ligt is om het verdienmodel rond te krijgen. Daarvoor kan inzet van de overheid nodig zijn. Dit kan in de vorm van normering en beprijzing van CO2 waardoor de maatschappelijke kosten in de prijzen worden verwerkt, en anders door subsidiëring van onrendabele toppen. Als risico’s vooralsnog lastig zijn in te schatten of te beprijzen, kunnen garanties marktfinanciering binnen bereik brengen.

De taakgroep financiering heeft een financieringswijzer opgesteld, om initiatiefnemers van duurzaamheidsprojecten een indicatie te geven van de mogelijkheden voor financiering door verschillende marktpartijen, al dan niet in combinatie met publieke banken, Invest-NL en de EIB. Het schema hieronder maakt onderdeel uit van die financieringswijzer en schetst voor verschillende typen financiering de mogelijke aanbieders.

fig1

Een opgave die bij de taakgroep financiering ligt is om een betere afstemming te realiseren tussen verschillende typen financiering en financiers. Verduurzaming vraagt ook om innovatie en die is vaak afhankelijk van de ontwikkelingskansen van start-ups. Nieuwe ondernemingen en innovatieve projecten hebben passende financiering nodig in opeenvolgende stadia van ontwikkeling. Hier is een goede afstemming tussen verschillende typen financiers van groot belang, naast een gerichte inzet van garanties.
Verder is schaal een belangrijke factor, zeker voor grote institutionele beleggers. Door het (geografisch en/of thematisch) bundelen van verduurzamingsprojecten kunnen investeringsplatforms voor een voldoende schaal zorgen. Invest-NL kan daarbij een belangrijke rol gaan spelen. Ook kan door een betere afstemming tussen verschillende typen financiers de financiering van duurzaamheidsinitiatieven worden geoptimaliseerd. Denk daarbij aan het doorzetten van pakketten ‘groene leningen’ aan institutionele beleggers.

Verantwoord beleggen
Financiële instellingen willen graag een bijdrage leveren aan de energietransitie via hun financieringen en beleggingen. Een groep van banken en verzekeraars heeft recent de ambitie uitgesproken om de klimaatbalans in kaart te brengen voor hun investeringsportefeuille. De taakgroep onderzoekt of dit initiatief kan worden verbreed.
Ook in de pensioensector staat verantwoord beleggen hoog op de agenda. De Pensioenfederatie heeft in de contourennota toegelicht dat verantwoord beleggen is gebaseerd op twee uitgangspunten die in elkaars verlengde liggen:
- Financieel verantwoord beleggen is een kerntaak voor pensioenfondsen. Het realiseren van een optimaal rendement bij een verantwoord risico. Beleggingen die niet-duurzaam of onfatsoenlijk zijn, brengen (financieel) risico met zich mee.
- Maatschappelijk verantwoord beleggen is een belangrijke randvoorwaarde voor pensioenfondsen. Pensioen betreft de overdracht van waarde – zowel financiële als maatschappelijke – in de tijd. Ook deelnemers vinden het belangrijk dat een goed pensioen kan worden genoten in een wereld waarin het goed leven is, nu en in de toekomst.

DNB wijst op de risico’s van klimaatverandering en energietransitie voor pensioenfondsen en andere financiële instellingen. DNB heeft onlangs de mogelijke effecten van een ‘disruptieve’ energietransitie – door snel wijzigend overheidsbeleid en/of door technologische doorbraken – in kaart gebracht2. Deze kan gepaard gaan met een plotselinge afwaardering van activa. Daarom doen financiële instellingen er goed aan om voldoende te anticiperen op toekomstige ontwikkelingen en de linkerzijde van de balans tijdig te ‘vergroenen’, om het risico op ‘stranded assets’ te verkleinen.

Afronding
Begin oktober heeft het kabinet een uitgebreide reactie gegeven op het ‘Voorstel’. Deze moet richting geven aan de uitwerking van het ‘Voorstel’ in een breed gedragen en voldoende concreet Klimaatakkoord voor het einde van het jaar. Klimaatbeleid moet uiteindelijk mondiaal vorm krijgen. De Europese Unie en Nederland willen daaraan een substantiële bijdrage leveren. In Nederland kiezen we daarbij zoveel mogelijk voor de weg van afstemming en samenwerking. Ook financiële marktpartijen leveren daaraan een belangrijke bijdrage.

1 www.klimaatakkoord.nl
2 DNB, Overzicht Financiële Stabiliteit, Najaar 2018, hoofdstuk 4.