Nederlandse pensioenfondsen geen gemakkelijke klanten

Uitgave: Pensioen Bestuur & Management (PBM) nummer 3 2018

Leen Meijaard, onafhankelijk adviseur en toezichthouder in de vermogensbeheer- en pensioensector Rubriek: Beleggen
Geplaatst op 12-07-2018
Nederlandse pensioenfondsen geen gemakkelijke klanten Er wordt nogal wat gevraagd. De uitbestedingsregels in de Pensioenwet, de specifieke transactiekostenrapportages op basis van de aanbevelingen uitvoeringskosten van de Pensioenfederatie, ondertekening van UN Principles of Responsible Investing, look-through voor beleggingsfondsen, de regels voor beloningsbeleid, een uitgewerkt ESG-beleid op het gebied van uitsluitingen, engagement en voting, rapportages over CO2-uitstoot van de portefeuille, diversiteitsbeleid, transparantie over processen, beheersing van IT-systemen, de vele interne en externe assurance reports.

Tel daarbij de lage fees die in Nederland worden betaald en een ambitieuze toezichthouder. Dat samen maken Nederlandse pensioenfondsen voor buitenlandse vermogensbeheerders niet langer gemakkelijke of bijzonder aantrekkelijke klanten.

Steeds vaker hoor ik in gesprekken met buitenlandse vermogensbeheerders dat ze de Nederlandse markt maar links laten liggen. Afgezien van een groot mandaat van APG, PGGM, MN of enkele andere partijen of een mandaat in alternatives waar nog wel hoge fees zijn te verdienen, wordt Nederland gezien als een ‘slechte’ markt. Dat komt door de vereiste passieve mandaten, dikke requests for proposals, lange due diligence processen en veel rapportage. Aan fiduciaire mandaten beginnen de meeste buitenlandse partijen anders dan vijf of tien jaar geleden al helemaal niet meer. Nederlandse partijen zoals Kempen, NNIP en Robeco spinnen hier garen bij net als buitenlandse partijen zoals BlackRock of UBS die al langer op de Nederlandse markt actief zijn. Zij hebben zich de bovenstaande kennis en vereisten eigen gemaakt.

Is dit een goed of een slecht teken? Je zou denken een slecht teken want hierdoor zijn veel goede vermogensbeheerders wellicht niet langer bereikbaar voor Nederlandse pensioenfondsen. Je kunt echter ook betogen dat Nederland voor loopt op de rest van de wereld. Bijvoorbeeld op het gebied van duurzaamheid, kostenbeheersing en transparantie. En dat er voor vermogensbeheerders die hier niet in mee willen of kunnen gaan op de lange termijn geen toekomst is. Ik ben een optimist en denk dat de ontwikkelingen die zich nu in Nederland voltrekken zich op enig moment ook in het buitenland zullen manifesteren. Voor buitenlandse vermogensbeheerders is er veel te leren in de Nederlandse markt. Maar dat optimisme over de vooruitzichten voor vermogensbeheerders in Nederland wordt door veel van mijn buitenlandse collega’s niet gedeeld.