Risico persoonlijke potjes voor Nederlandse bedrijven

Uitgave: Pensioen Bestuur & Management (PBM) nummer 2 2020

ROEL BEETSMA, HOOGLERAAR PENSIOENECONOMIE, UNIVERSITEIT VAN AMSTERDAM EN KEES WISSING, PRODUCT PORTFOLIO MANAGER MN Rubriek: Beleggen
Geplaatst op 14-05-2020
Risico persoonlijke potjes voor Nederlandse bedrijven Bedrijfsleven en politici pleiten regelmatig om de pensioenreserve in te zetten ten behoeve van de Nederlandse economie. De werkelijkheid is dat er al substantieel wordt geïnvesteerd in onze ‘eigen’ economie. Meer dan in veel landen om ons heen. Maar een groter gevaar schuilt in de mogelijke verplaatsing van die investeringen naar het buitenland als gevolg van de verdere invoering van individuele DC-regelingen (‘persoonlijke pensioenpotjes’). Dit is dan wel op termijn en onder een aantal veronderstellingen.

kw
Kees Wissing

Er wordt gesteld dat een veel groter deel van de pensioenpot in de Nederlandse economie kan worden gestoken. Nederlandse pensioenfondsen investeren al meer in Nederlandse bedrijven dan je op grond van het gewicht van de Nederlandse economie in de wereldeconomie zou verwachten. De Nederlandse economie is ongeveer 1% van de wereldeconomie. Het percentage van het vermogen dat Nederlandse pensioenfondsen in Nederland eind 2016 hadden belegd, was ruim 12%. Voor Pensioenfonds PME en pensioenfonds PMT geldt zelfs dat beiden kortgeleden al zo’n 15% van hun vermogen binnen Nederland belegd hadden. Een forse ‘home bias’ dus in Nederlandse beleggingen. Dat is overigens geen uniek Nederlands verschijnsel. Uit onderzoek blijkt dat de home bias – het gebruik om veel in eigen land te beleggen – een algemeen verschijnsel is, ongeacht de periode of het land dat daarbij wordt bekeken.

Ondersteuning Nederlands bedrijfsleven
Er wordt regelmatig voor gepleit dat onze pensioensector een groter aandeel moet nemen in Nederlandse bedrijven. De pensioenfondsen wijzen er terecht op dat het hun primaire taak is te zorgen voor een goed pensioen en niet om het Nederlandse bedrijfsleven te beschermen. Daar hoort een gewogen risicospreiding over de wereldkaart bij. Niettemin ondersteunen de pensioenfondsen met hun binnenlandse beleggingen nadrukkelijk het Nederlandse bedrijfsleven.
Zo hebben pensioenfondsen PME en PMT als beleid om bij te dragen aan de gezondheid van de eigen sectoren. Dat doen ze door extra te beleggen in Nederlandse projecten en portefeuilles die verbonden zijn aan de groot- en kleinmetaal. Uiteraard blijft de financiële doelstelling van de pensioenfondsen altijd vooropstaan bij de afweging om te beleggen in Nederland. Het landelijk gemiddelde van pensioenbeleggingen in de Nederlandse economie ligt rond de 12%.
De home bias van pensioenfondsen bestaat gemiddeld uit: vastgoedbeleggingen 22%, vastrentende waarden ruim 17%, infrastructuurbeleggingen ruim 16%, private equity 5,6% en de aandelenbeleggingen slechts 2,2%.

De home bias in de aandelenbeleggingen is dus aanzienlijk kleiner, en internationaal gezien, waarschijnlijk een van de kleinste van de gehele portefeuille. De home bias zit dus vooral bij de minder liquide, niet-beursgenoteerde onderdelen van de portefeuille, hetgeen precies die delen zijn waarvoor het relatief lastig is buitenlandse beleggers te vinden.

Impact van persoonlijke potjes
Herziening van het huidige pensioenstelsel heeft meer dan tien jaar op de tekentafel gelegen. Eén van de varianten die daarbij is gewikt en gewogen, is een meer individuele pensioenopbouw via een defined contribution toezegging. Wat in de beschouwingen daarover niet direct opviel, is de grote impact die deze variant kan hebben op de omvang van de pensioenbeleggingen in de Nederlandse economie. Een pensioencontract richting ‘persoonlijke potjes’ kan grote gevolgen hebben voor het aantrekken van financiering van vastgoed, infrastructuur, private equity, alsmede van het midden- en kleinbedrijf (MKB). Zeker nu banken zich steeds meer terugtrekken als kredietverschaffer voor het MKB. Het probleem zit hem niet zo zeer in de persoonlijke potjes als zodanig, maar wel in de vervolgstappen die deze teweeg kunnen brengen.

Persoonlijke potjes betekenen dat het vermogen van het pensioenfonds is toegewezen aan de individuele deelnemers. Iedereen weet dan wat van hem of haar is. Als in vervolg op het opbouwen van persoonlijke potjes ook de verplichtstelling versoepeld wordt – wat in de toekomst niet ondenkbaar is en waar steeds vaker openlijke discussie over is – kan pensioengeld gemakkelijk verplaatst worden. Zolang werknemers nog steeds pensioen moeten opbouwen bij een pensioenfonds, ligt de regie over de beleggingen bij de pensioenfondsbesturen. Een grotere mobiliteit van vermogen betekent dat fondsen gedwongen worden om meer liquide te beleggen. Ze moeten immers bezittingen kunnen verkopen wanneer individuen hun potje verplaatsen naar een ander fonds. De vereiste return op illiquide beleggingen neemt toe om ze voldoende aantrekkelijk te houden voor pensioenportefeuilles. Het gevolg is dat sommige, oorspronkelijk levensvatbare, illiquide beleggingen dat dan niet meer zijn.

De situatie wordt nog dramatischer wanneer de verplichtstelling helemaal zou worden afgeschaft, waardoor het mogelijk wordt om individuele pensioenregelingen vrij verhandelbaar te maken tussen aanbieders. Het gevolg is dat buitenlandse aanbieders volledig vrij zijn om onze pensioenbesparingen aan te trekken. De grote buitenlandse institutionele beleggers brengen de vermogens die ze beheren vooral onder in breed gespreide portefeuilles, die afspiegelingen vormen van de internationale markt. Het Nederlandse deel in deze portefeuilles komt overeen met de Nederlandse marktkapitalisatie als fractie van de wereld kapitalisatie. En de 1% die Nederland op de economische wereldkaart vertegenwoordigt, wordt dan ineens zorgelijk reëel.

Risico
Voor grote buitenlandse institutionele beleggers ligt de focus op wereldwijde fondsen, en dus niet op de genoemde illiquide beleggingen en beleggingen in het MKB in de Nederlandse economie. Deze beleggingen staan simpelweg niet op de radar van de grote buitenlandse institutionele beleggers, die de blik op het wereldtoneel richten. Investeringen in Nederland vereisen ook nog eens specialistische kennis over wetgeving en lokale omstandigheden. Het wegvallen van pensioenfondsen als kapitaalverschaffers kan dus aanzienlijke gevolgen hebben voor het aantrekken van kapitaal voor alle niet-beursgenoteerde activiteiten in Nederland. Daarmee zullen, in hun basis aantrekkelijke investeringen, waarschijnlijk moeilijker van de grond komen.

Bij de verdere uitwerking van het nieuwe stelsel is het dus verstandig om niet alleen goed te kijken naar het beoogde nieuwe contract zelf. Maar ook te kijken naar mogelijke indirecte langetermijngevolgen voor het Nederlandse bedrijfsleven. Ondanks de kritiek op ons pensioensysteem, wordt het internationaal nog steeds als een van de beste gezien, zo niet het beste. Laten we die waarde vooral koesteren. De mogelijke gevolgen voor het investeringsklimaat in Nederland vormen hiervoor nog een extra argument. Dat argument is eerder onbelicht gebleven in de aanloop naar het akkoord, maar zou sterker mogen doorklinken in de uitwerking van het toekomstige pensioenstelsel.

Dank gaat naar Michiel Cleij en Siert Vos voor de discussies over dit onderwerp. De inhoud van dit artikel is de persoonlijke opinie van de auteurs.