Alles beweegt, niets blijft bij het oude

Uitgave: Pensioen Bestuur & Management (PBM) nummer 4 2018

Theo Langejan Rubriek: Beleid
Geplaatst op 04-10-2018
Alles beweegt, niets blijft bij het oude Als je alleen zou kijken naar het tempo waarmee de SER sinds 2010 praat over vernieuwing van het pensioencontract krijg je de neiging te twijfelen aan de uitspraak van de Griekse filosoof Heraclitus: “Alles beweegt, niets blijft bij het oude”.

Kijk je naar wat er in werkelijkheid gebeurt in de pensioenmarkt dan is wel degelijk sprake van grote bewegingen. De klassieke uitkeringsovereenkomst wordt stilzwijgend vervangen door een CDC-contract. Voor de nieuwe opbouw zien we her en der een overstap naar een systeem met individuele potjes voor de opbouwfase.
De pensioenmarkt is in beweging, het aantal fondsen daalt rap. In toenemende mate ontdekken fondsen dat het niet meevalt nog een uitvoerder te vinden, de traditionele uitvoeringsbedrijven staan kennelijk niet te trappelen om nieuwe klanten binnen te halen. Een gat waar nieuwe toetreders met bijvoorbeeld een ICT-achtergrond instappen.

Het rotsvaste vertrouwen in hun pensioenfonds dat deelnemers voor 2008 hadden is verdwenen. En dat heeft consequenties. Het besef dringt door dat verwachtingen niet altijd waargemaakt kunnen worden, dat zekerheden niet bestaan en dat uiteindelijk de individuele deelnemer het risico draagt.

Wat tijdenlang vanzelfsprekend leek is dat niet meer, en dat leidt, terecht, tot vragen. Steeds meer zal de deelnemer willen weten ‘hoe het in elkaar zit’, waar kan ik nog op vertrouwen, waar moet ik mij op voorbereiden. Door het verdwijnen van het vertrouwen ‘dat het wel goed zit’ zal de roep om een uitlegbaar pensioencontract alleen maar toenemen. Deze roep zal de komende jaren ook de invulling van het pensioencontract gaan bepalen, met of zonder SER-advies.