“ Onze financieel planners zijn de ogen en oren van het fonds”

Uitgave: Pensioen Bestuur & Management (PBM) nummer 4 2021

INTERVIEW: ALFRED KOOL MCC, VAKREDACTEUR PBM
Rubriek: Communicatie
Geplaatst op 28-10-2021

“ Onze financieel planners zijn de ogen en oren van het fonds”

Op 1 april van dit jaar begon Jacques van Dijken als statutair directeur van SPMS, het beroepspensioenfonds voor de medisch specialisten. Hij nam het stokje over van Jeroen Steenvoorden die het fonds maar liefst 15 jaar heeft geleid. SPMS is er door de jaren heen in geslaagd bovengemiddeld goede resultaten voor de deelnemers te bereiken. Wat is het geheim achter deze succesformule en welke uitdagingen liggen er nog voor de toekomst? Alle reden voor PBM om aan tafel te gaan met de komende en gaande man. Het werd een geanimeerd gesprek met twee gepassioneerde en trotse directeuren.

Jeroen, je hebt een lange en intensieve periode bij SPMS afgesloten. Heb je al last van ontwenningsverschijnselen?
Jeroen Steenvoorden: “Dat valt gelukkig mee, het voelt als een natuurlijke ontwikkeling. Ik sluit een prachtige periode af en heb heel veel zin om mijn kennis en ervaring de komende tijd breder te kunnen inzetten binnen de sector, bijvoorbeeld in een toezicht-, bestuurlijke of adviserende rol. Maar ik betrap mezelf erop dat ik nog steeds regelmatig in de wij-vorm spreek als het om SPMS gaat.”

Jacques, wat heeft jou geprikkeld om deze uitdaging aan te gaan?
Jacques van Dijken: “SPMS kwam eigenlijk heel onverwacht op mijn radar. Ik werd gewezen op de toen nog aanstaande vacature en na een eerste oriënterend gesprek kwam ik al snel in een hele positieve maalstroom terecht. Er was van meet af aan een goede klik met het bestuur. Daarna ging het snel. Op 1 maart ben ik begonnen en wat heel fijn was is dat Jeroen nog tot 1 april is gebleven. Die maand samen, daar kijk ik met een heel positief gevoel op terug. We vonden elkaar al snel en hebben zo de overgang op een soepele manier kunnen invullen. Een indrukwekkende erfenis van 15 jaar kennis en ervaring overdragen is niet niks, maar we hebben daar echt de tijd voor kunnen nemen. Ik vind dat we dat samen goed hebben gedaan.”
Jeroen beaamt dat volledig. “Ik wilde de organisatie goed overdragen aan mijn opvolger en gelukkig was Jacques zeer leergierig en wilde graag mijn visie op een flink aantal zaken horen. Het was inderdaad een hele prettige overdracht.”

Speelden de coronabeperkingen nog een rol bij de overdracht?
Jacques: “We waren elke week minstens één dag samen op kantoor, uiteraard onder strakke handhaving van de beperkende maatregelen. Dat waren ook steeds lange dagen. Maar het was voor ons beiden evident dat je zo’n overdracht niet alleen via Teams kan doen. Dat heeft zeker geholpen. Als corona ons iets geleerd heeft is het dat de technische mogelijkheden ons werk tot een veel grotere extensie mogelijk maakten dan we ooit hadden kunnen bedenken. Maar het heeft ook geleerd dat sommige zaken echt worden versterkt door persoonlijk contact.”

Jacques, je bent inmiddels een aantal maanden ‘aan boord’. Goed geland?
Jacques: “Ik voel me hier als een vis in het water, vanaf het eerste moment. In mijn loopbaan heb ik al heel wat leidinggevende rollen vervuld. Door mijn traject van bank naar verzekeraar, naar herverzekeraar ben ik vertrouwd met de kapitaalmarkt en daarmee met vrijwel alle thema’s die hier spelen. Veel zaken komen hier samen. Het is een heerlijke intellectuele vijver waarin ik mag zwemmen. Het fonds is gewoon goed op orde. De operationele structuur die ik aantrof is van een hoog gehalte. Dat geldt ook voor de bemensing. Dat is een compliment voor Jeroen. Als ik dat koppel aan mijn eigen historie en kennis, dan maakte dat mijn start bij SPMS wel heel aangenaam. Ik geniet hier met volle teugen.”

Het huis is op orde, dat is een geruststellende gedachte. Wat zijn de onderwerpen waar je de komende periode je tanden in gaat zetten?
Jacques: “Jeroen en ik verschillen uiteraard van elkaar. Dat uit zich onder andere in de stijl van leidinggeven. Op een aantal vlakken leg ik de accenten net even anders. Dat heeft binnen het bureau geleid tot een aanscherping van de taakverdeling. Dat geldt ook voor de samenwerking met het bestuur. Het is mooi om te zien dat daar binnen het bestuursbureau een hernieuwde dynamiek uit is voortgekomen. Iedereen weet waar hij aan toe is en pakt z’n verantwoordelijkheid.
Naar buiten kijkend wordt de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel en de daarbij te maken keuzes een flinke klus. Het huidige FTK paste ons eerlijk gezegd best goed. Onze dekkingsgraad heeft de afgelopen 20 jaar best wat geschommeld, maar altijd in een relatief comfortabele zone. Momenteel zitten we rond de 136%. Dat toont de kracht van het fonds. Maar de echte uitdaging is om in het nieuwe stelsel relevant te blijven voor de deelnemers. We hebben ons de afgelopen jaren onderscheiden met zaken als een hoge dekkingsgraad, stabiliteit van het fonds en de 3% vaste indexatie. Die robuustheid blijft natuurlijk, maar als onderscheidende punten vervallen ze in het nieuwe systeem. We zullen dus creatief moeten zijn om onze relevantie te blijven onderstrepen.”

Hoe heeft SPMS door de jaren heen zo’n sterke positie kunnen opbouwen?
Jeroen: “Toen ik destijds Gerard Krijnen opvolgde was de financiële positie al goed. SPMS is eigenlijk altijd een conservatief gefinancierd fonds geweest en dat bleek een goede basis. Wat wel relatief uniek is, is dat we de afgelopen 15 jaar met onze beleggingen de sterk toegenomen verplichtingen hebben kunnen bijhouden. Het is geen geheim dat bij veel andere fondsen de dekkingsgraden behoorlijk zijn gekelderd in die periode. Toen ik binnenkwam speelde net de invoering van de nieuwe FTK-regels. Ik heb toen de premie, de toezegging, de beleggingen en uiteindelijk de uitkering met elkaar in lijn gebracht. We hadden altijd al een hoge voorwaardelijke indexatieambitie. Die ambitie hebben we toen zelfs omgezet in een vaste jaarlijkse indexatie van 3%. In diezelfde periode heb ik het bestuur geadviseerd over te gaan naar een relatief hoge renteafdekking. Doordat we een flinke indexatieverplichting hadden, konden we zo ook de toekomstige indexatie afdekken. En doordat we de renteafdekking voor een belangrijk deel via swaps deden, hielden we ook nog voldoende ruimte over om te beleggen in zakelijke waarden. Terugblikkend zijn deze stappen voor ons cruciaal geweest voor het behouden van een stevige financiële positie. Voorheen waren beleggingen veel meer ‘asset-only’ gericht, nu is de focus meer op de pensioenverplichtingen. Gelukkig heeft het bestuur door de jaren heen altijd de waarde van dit beleid onderkend waardoor we een bestendige lijn konden vasthouden. Daar plukken we nu de vruchten van.”
Jacques: “Ik kan alleen maar onderstrepen dat het door Jeroen geschetste beleid van de afgelopen periode heel goed is geweest. Met onze 78% afdekking van het renterisico behoren we tot de meest conservatieve fondsen. We kunnen trots zijn op het resultaat dat daarmee is gerealiseerd. Samen met de vaste indexatie zijn dat de twee pijlers waarop het succes van het fonds is gebaseerd.”

Ligt daar ook de basis voor succes in de toekomst?
Jacques: “Het is best lastig om met name ons rentebeleid, als robuust fundament onder ons vermogensbeheer, praktisch te vertalen naar het veel meer op cohorten gebaseerde nieuwe pensioensysteem. Daar gaan we wel uitkomen, maar we zijn er nog niet uit.”
Jeroen: “Net als met de overgang destijds naar marktwaardering zal ook nu de set aan spelregels veranderen. Daarin zul je moeten meebewegen, waarbij het heel belangrijk is om goed naar je achterban te blijven luisteren. Waar we ons overigens al jaren echt mee onderscheiden is onze communicatiekracht. Met name de rol die onze financiële planners daarin richting deelnemers spelen is cruciaal. En juist die functie zal in het nieuwe stelsel alleen maar in belang toenemen.”

Veel fondsen met hardnekkige onderdekking en achterblijvende indexatie zullen de overgang naar het nieuwe stelsel mogelijk als een kans zien. Is dat bij jullie niet juist omgekeerd?
Jeroen: “Voor fondsen die moeite hebben om de huidige beloftes waar te kunnen maken kan de overgang naar het nieuwe stelsel inderdaad een oplossing zijn. Voor ons was het niet persé nodig geweest. Onze regeling sluit zeer goed aan bij onze doelgroep maar als bijzonder beroepspensioenfonds wijken we behoorlijk van af van het gemiddelde in de pensioensector. En daar is het nieuwe stelsel toch vooral op gericht. Maar ik ben ervan overtuigd dat een gezond fonds als SPMS de transitie uiteindelijk ook relatief eenvoudig kan doorlopen. Ons fundament is stevig. Maar we zullen de verschillen met het huidige stelsel wel extra goed moeten uitleggen aan onze deelnemers. In het nieuwe stelsel gaan de contracten steeds meer op elkaar lijken. Het wordt dan lastiger, maar ook belangrijker om je onderscheidende vermogen te blijven onderstrepen.”
Jacques: “Die complexiteit is er zeker. Tegelijkertijd hebben we de wind in de zeilen doordat we, kijkend naar ons pensioenvermogen, een omvangrijk fonds zijn. En niet te vergeten, met een hele homogene groep deelnemers. Dat geeft ons de mogelijkheid om daar ook voluit op te blijven focussen.”

Bij jullie zit de beroepsgroep direct aan de bestuurstafel. Hoe gaat dat in de praktijk?
Jeroen: “Daar zit absoluut kracht in. Het gaat om hun eigen geld en dat van hun directe collega’s. Dat vergroot passie en eigenaarschap. En het geeft ook een goede en rechtstreekse verbinding met de achterban. Maar als ik kijk naar de toenemende eisen die – overigens terecht – aan bestuurders worden gesteld, dan zie ik wel een uitdaging ontstaan. We hebben te maken met een zeer hoogopgeleide doelgroep, maar wel uit ruwweg één discipline. Om toch de gewenste diversiteit te bereiken zullen wij wat meer moeten organiseren. Het samenspel tussen professionals en de belanghebbenden moet op orde zijn.”
Jacques: “In plaats van de dynamiek tussen werkgevers en werknemers zien wij soms een interne beroepsgroepdiscussie. Die discussies worden op een uitstekend niveau gevoerd binnen de bestaande governance en bemensing. Ik voorzie hierin geen problemen.”

Ervaren jullie de huidige toezichteisen als een belemmering om kandidaten voor bestuur en andere gremia te vinden?
Jeroen: “Die ervaring hebben we zeker niet. Tot op de dag van vandaag hebben we voldoende kandidaten om uit te kiezen. En dan heb ik het over mensen met een groot potentieel. Je moet ze natuurlijk wel intensief opleiden, maar dat is vanzelfsprekend.”
Jacques: “Dat is ook mijn waarneming in de korte tijd dat ik er nu ben. De kwaliteit van onze bestuurders is uitstekend. Het fonds leeft erg onder de deelnemers, er is een grote betrokkenheid. Voor elke nieuwe kandidaat organiseren we een uitgebreide aanlooproute om vertrouwd te raken met het fonds. En natuurlijk een gedegen opleiding. Bovendien is het bestuurswerk tegenwoordig officieel een parttimefunctie waar men ook echt tijd voor vrijmaakt. Het lukt ons daarnaast ook goed om externe deskundigheid aan ons te binden. En de kwaliteit van het bestuursbureau heeft me echt positief verrast. Goede pluriformiteit en een hecht team waardoor het geheel meer is dan de som der delen. Ook qua governance is het fundament dus goed.
Vanuit dit fundament heeft het bestuur er nadrukkelijk voor gekozen om het huidige bestuursmodel in stand te houden, dus met louter bestuurders uit de beroepsgroep. Het ‘van, voor, door’ staat hoog in het vaandel, waardoor ook de representativiteit verankerd is.”
Jeroen: “Eens, maar om die representativiteit zeker te stellen is meer nodig. Basis is dat je je kerntaken als fonds goed uitoefent. Ofwel, waarmaken wat je belooft. Op alle domeinen.”

Wat merken jullie van deelnemers die steeds mondiger worden?
Jeroen: “Onze deelnemers zijn eigenlijk altijd mondig geweest. Dat heeft ons door de jaren scherp gehouden. Wel nieuw is de invloed van media, en zeker ook social media. Daarnaast zien we dat pensioenen en beleggen steeds meer maatschappelijke thema’s zijn geworden.”
Jacques: “We zullen ons beleid voortdurend moeten toetsen aan de maatschappelijke ontwikkelingen, en daar ook de dialoog over willen aangaan met onze deelnemers. Een goed voorbeeld is de recente discussie over ons ESG-beleid. Die is in alle transparantie gevoerd, onder meer in speciaal ingerichte klankbordgroepen. Dat heeft ons ook geholpen bij het nog effectiever maken van onze duurzame beleggingen. Ik ben ervan overtuigd dat we alleen op die manier de kwaliteit van ons aanbod kunnen blijven aanscherpen. Dat is niet altijd makkelijk maar wel noodzakelijk.”

Tot slot, wat mogen we niet onvermeld laten over SPMS?
Jeroen: “SPMS onderscheidt zich met financiële planners die inzicht geven in de pensioenregeling. In de overgang naar het nieuwe stelsel wordt communicatie nog veel belangrijker dan het nu al is. En je kunt alleen maar goed inzicht aan deelnemers verschaffen als je ook het hele financiële plaatje meeneemt. Daar zit echt toegevoegde waarde voor deelnemers. En juist dat hebben we al goed op orde.”
Jacques: “Dat inzicht geven aan de deelnemers is echt een enorme plus van dit fonds. En tal van onderzoeken bevestigen ons ook dat het hoog wordt gewaardeerd. Natuurlijk zijn we ons ervan bewust dat effectief inzicht verschaffen niet mag overgaan in advisering. Maar dat is ook helemaal niet nodig.”
Jeroen: “Onze planners zijn de ogen en oren van de organisatie. Zij horen precies wat er speelt en waaraan de deelnemer behoefte heeft. Daar kunnen we dan goed op inspelen en hebben we ook goed inzicht in wat er gebeurt. En dat bevestigt weer de sterke verbondenheid met de beroepsgroep.”