Pensioen en toekomst, reset uw mentale software

Uitgave: Pensioen Bestuur & Management (PBM) nummer 2 2018

Tony Bosma, futurist Extend Limits en Alfred Kool MCC, vakredacteur PBM Rubriek: Communicatie
Geplaatst op 08-05-2018
Pensioen en toekomst, reset uw mentale software Het zijn uitdagende tijden. Dat zal niemand meer ontkennen. De wil tot verandering is bij mensen laag, maar de gevoelde noodzaak hoog. Onze comfortzone voelt niet meer comfortabel. Technologische ontwikkelingen maken ons als mens nieuwsgieriger dan ooit. Maar ook banger. Wat is het effect op ons werk, privacy, ethiek en het mens zijn? Staat de maakbare samenleving en mens daadwerkelijk aan de voordeur?

ak

Kunnen we de torenhoge beloftes en ambities van de tech-bedrijven geloven? Technologie lijkt inmiddels al verworden tot het nieuwe geloof. Ondertussen zien we het vertrouwen in onze instituten onder druk staan. Zekerheden en beloftes blijken niet waterdicht. Een naïef beeld van het oplossende vermogen van instituut en organisatie is inmiddels doorgeprikt. Meer dan ooit zoeken we het bij onszelf en claimen we verantwoording bij de instituten en organisaties waar we nog niet omheen kunnen. Het is duidelijk. De tijdgeest schuift en verandert. Het raakt ons allemaal.

Technologische utopie of dystopie
Dagelijks worden we eraan herinnerd dat de wereld fundamenteel transformeert. Industrie 4.0, singulariteit, de augmented mens, virtual reality. Met het hipper worden van de termen lijken de uitdagingen rechtevenredig te groeien. Geen reden voor zorgen want technologie lost immers alle problemen op. Tenminste, dat is inmiddels het maatschappelijke sentiment. Vraag is of deze utopische houding realistisch is. Digitalisering lijkt een doel op zich geworden. Maar hoe snel gaat het daadwerkelijk? De zelfrijdende auto bestaat al sinds de jaren ’30. De eerste realtime vertaalsystemen werden begin jaren ‘40 ontwikkeld en de strijd van de mens tegen het verouderingsproces zien we al sinds het bestaan van de mensheid. Technologische ontwikkelingen zien we van heel ver aankomen. Decennia. De impact is vaak moeilijker te voorspellen.

De toekomst van werk
Een veelgehoorde uitspraak is dat onze kinderen binnen 10 jaar werk gaan doen dat we nu nog niet kennen. Een uitspraak die inmiddels door ieder gerenommeerd instituut wordt overgenomen. De uitspraak is van Joseph Devereux en stamt uit het jaar 1957. De grootste technologische belofte uit de 20ste eeuw was een overschot aan vrije tijd. De voorspelling was dat we als mens in 2014 allemaal gek zouden worden van verveling. Niets is minder waar. We worden eerder gek van de maatschappelijke druk om erbij te horen en de continue prestatiedrang vanuit ons werk. Gemiddeld is de Europese professional 87 uur per week bereikbaar voor zijn werk. Stapelbanen zijn in opkomst, de zogenaamde gig-economie waar de mens met meerdere banen wordt aangestuurd door algoritmes. Algoritmes matchen vraag en aanbod. Maar juist ook het werk in deze zogenaamde gig-economie is gevoelig voor automatisering omdat het vaak gestandaardiseerde taken zijn. Gevolg is dat platforms in de gig-economie zich gaan richten op unieke menselijke kenmerken. Airbnb helpt mensen om ervaringen toe te voegen aan het verhuren van ruimtes. Immers over een paar jaar wordt het verhuren door een autonome technologie gedaan. Die technologie is er al, genaamd Slock.it. Platforms in de gig-economie moeten zich dus op een andere manier gaan onderscheiden en de voorlopers doen dat inmiddels.

Humanisering werk
We zien dan een toenemend belang van de humanisering van werk. De opkomst van betekenisvol werk. We zijn in de afgelopen periode werk gaan doen waar we eigenlijk niet geschikt voor zijn. Dit alles als gevolg van de toegenomen behoefte in organisaties aan schaalbare efficiency. Gestandaardiseerd, nauwkeurig gespecificeerd en taakgericht werk was nodig voor een steeds efficiëntere productie. Die behoefte aan efficiency blijft, maar wordt langzamerhand volledig geautomatiseerd. Robots nemen niet alleen productielijnen over, maar ook administratieve processen. Het werk dat daardoor verdwijnt is werk dat we als mens eigenlijk niet moeten willen doen.
We betreden een tijdperk waarin we als uitdaging hebben om werk weer humaan te maken. Het is wat ons onderscheidt van de technologie. Verbeeldingskracht, creativiteit, emotionele en sociale intelligentie. Onze puur menselijke unieke eigenschappen zullen we in de toekomst meer dan ooit nodig hebben. Een van de scenario’s is dat de hoeveelheid werk waarin menselijk probleemoplossend vermogen wordt gevraagd, tot 2030 zal verdubbelen. Er komt dan veel werk bij. Een recent onderzoek van McKinsey (oktober 2017) geeft aan dat er in Nederland 1,3 miljoen banen gaan verdwijnen, maar ook dat er 1,4 miljoen nieuwe banen zullen verschijnen. De toekomst zal leren of dit realistische aantallen zijn. Je kunt er je twijfels bij hebben. Een ander scenario toont een samenleving met een in omvang beperkte beroepsbevolking en een basisinkomen voor iedereen. Robots creëren waarde en ‘betalen’ belasting, dus geld is niet het probleem. En werk is er genoeg in de vergrijzende samenleving waarin we allemaal zo lang mogelijk zelfstandig blijven wonen. Vrijwilligerswerk wel te verstaan.
Welk scenario ook uitkomt, een zekerheid is dat het begrip werk, het soort werk en de relatie mens en organisatie fundamenteel verandert. Veel van het huidige werk gaat uitgevoerd worden door robots. In de productiesector zien we het begin daarvan al. Aan de productie van auto’s komt nu al bijna geen mensenhand meer te pas, behalve die van de programmeur. De witteboordensector volgt. De eerste pilots tonen veelbelovende resultaten. Robots kunnen, mits goed geprogrammeerd, ingewikkelde administratieve processen foutloos uitvoeren, 24 uur per dag, 7 dagen per week. Geen vakantie, nooit ziek. In dit scenario wordt het stil op de grote administratieve afdelingen van de overheid, banken, verzekeraars maar ook pensioenuitvoerders.

Anticiperende pensioenfondsen?
De noodzaak tot anticiperend handelen is groter dan ooit. Ook bij de pensioenfondsen. Het is hierbij niet de vraag hoe pensioenfondsen het vertrouwen kunnen herstellen. Hoe ze technologie kunnen gebruiken om transparanter te worden, maatschappelijk betekenisvol of hoe ze de klant centraal stellen. De vraag is in hoeverre ze in staat zijn om hun traditionele belofte van: ga maar slapen, het komt wel goed, kunnen transformeren. En dat is meer dan alleen een paar woorden in zinsvolgorde. Er zullen hiervoor meer existentiële vragen moeten worden gesteld. Waarom doen we de dingen die we doen? Meer dan ooit kan de sector het verschil maken door fundamenteel te kijken naar het systeem achter pensioenen. De sector moet hiervoor meer verkennen en minder bedenken. Er zijn inmiddels legio proeftuinen, hackatons en innovatielabs die door de pensioenfondsen worden belegd. Legio evenementen over de toekomst van technologie. We zien sexy bots die de gepensioneerde inzage geven in zijn financiële toekomst tot aan een overkoepelend financieel paspoort. Leuk, maar het zijn allemaal hygiënefactoren. Hier ga je het verschil niet mee maken want het zijn pure technologische gadgets die het gemak vergroten, maar weinig in essentie veranderen. In hoeverre wordt er gekeken naar de fundamenten van werk, sociale zekerheid en vooral de rol van het instituut pensioenfonds? Als voor een substantieel deel van de huidige beroepsbevolking straks geen structureel werk meer is, wat betekent dat dan voor de pensioenopbouw? Wat is een logische pensioenleeftijd voor een professionele vrijwilligerswerker? En betaalt die de pensioenpremie uit het basisinkomen, of komt dat uit de toegevoegde waarde die de robots creëren? Stellen pensioenfondsen nog wel de juiste vragen of laten ze zich ook verleiden tot oppervlakkige technologiediscussies?

Technologie transformeert niet onze samenleving. Het is de mens die dat doet. De uitdaging die de mens heeft op dit vlak is om fundamentele vooruitgang te creëren voor mensen. Dat betekent dat we veel van onze bestaande aannames moeten loslaten. Immers de toekomst wordt niet alleen gevormd door wat we toevoegen maar ook door wat we weigeren af te breken.

Niemand wil in essentie iets te maken hebben met zijn of haar pensioenfonds. We wensen wel allemaal een (financieel) zorgeloze en betekenisvolle toekomst, hoe ons werkzame leven er ook uitziet. De uitdaging van de pensioensector is om de bestaande kaders te slechten en voldoende wendbaarheid te ontwikkelen om een beschaafde financiële toekomst van het individu te kunnen blijven verzorgen. Of denk ik nu teveel vanuit mijn bestaande paradigma’s?