Vergrijzing in internationaal perspectief

Uitgave: Pensioen Bestuur & Management (PBM) nummer 3 2020

JACQUELINE LOMMEN, SENIOR PENSIOENSTRATEEG, STATE STREET GLOBAL ADVISOR Rubriek: Internationaal
Geplaatst op 02-09-2020
Vergrijzing in internationaal perspectief Ons pensioenstelsel is actief op zoek naar oplossingen om weerbaarder te worden voor de vergrijzing. Dit artikel plaatst de problematiek in internationaal perspectief. Andere landen kampen immers met vergelijkbare uitdagingen. Hoe verhoudt onze vergrijzing zich internationaal? Zijn er lessen die we kunnen leren van andere landen over oplossingsrichtingen? Langer doorwerken gecombineerd met parttimepensionering en keuzemogelijkheden in pensioenregelingen lijkt een additionele, effectieve maatregel.

Vergrijzing in relatie tot pensioen is een breed begrip en leidt geregeld tot een Babylonische spraakverwarring. Vergrijzing komt immers in drie verschillende vormen: steeds minder jongeren ten opzichte van ouderen, een stijgende levensverwachting en de grote naoorlogse babyboomers groep die zich door de demografische bevolkingspiramide omhoog beweegt. Deze drie-eenheid leidt tot meerdere uitdagingen en vergt uiteenlopende oplossingen.

Uitdagingen vergrijzing

De meest urgente uitdaging is de financiering van de oudedagsvoorziening. Is de overheid hier de eerst aangesprokene, of anders gezegd, de maatschappij in haar geheel via herverdeling van publieke middelen? Of is het de werkgever die de extra benodigde financiën beschikbaar stelt? Of toch het individu zelf, dat tijdens een langer werkzaam leven en met extra sparen zich voorbereidt op de oudedag?

De tweede uitdaging betreft de veranderende arbeidsmarkt. Vooral de noodzaak van een hogere arbeidsmarktparticipatie van ouderen en vrouwen, nu steeds minder jongeren beschikbaar zijn. Dit vergt langer doorwerken en meer mogelijkheden voor het tegelijk combineren van werk en pensionering. Ook tijdelijke en deeltijd werkverbanden, die pensioenopbouw genereren.

Een derde uitdaging betreft de vormgeving van pensioenregelingen. Mensen hebben groeiende behoefte aan inzicht in en grip op hun oudedagsvoorziening1. Begrijpelijke pensioenregelingen en makkelijke toegang tot betaalbaar advies zijn daarvoor nodig. Het is niet langer meer een vanzelfsprekendheid dat een arbeidsverleden leidt tot een toereikende financiële oudedag. Keuzemogelijkheden en maatwerk kunnen mensen helpen hun oudedagsvoorziening op peil te brengen en passend te maken voor hun specifieke situatie.

De oplossingen voor deze uitdagingen hangen samen met welke vergrijzingstrend en uitdaging geadresseerd moet worden. Een blik over de grens kan daarbij nuttige inzichten en ideeën bieden.

Internationaal perspectief
Internationaal onderzoek2 laat zien, dat Nederland op een aantal vlakken er positief uitspringt voor wat betreft het adresseren van de vergrijzingsproblematiek. Te midden van de uitdagingen, behoren we bijvoorbeeld wereldwijd op dit moment bij de top vier landen met de laagste oudedagsarmoede. Ook zijn Nederlandse 65-plussers aanmerkelijk minder vaak arm dan de gemiddelde bevolking. Daarnaast is de leeftijd waarop Nederlanders daadwerkelijk met pensioen gaan een van de hoogste in de wereld, nu en voor toekomstige generaties. Ook is de arbeidsmarktparticipatie van de 55 tot 64-jarigen in de laatste jaren relatief snel gestegen.

Er zijn echter ook opvallende Nederlandse kenmerken die minder positief zijn. Zo bestaan de inkomstenbronnen van Nederlandse 65-plussers nauwelijks uit arbeidsinkomsten. Dat is in andere landen aanmerkelijk anders en roept de vraag op of deze uitzonderingssituatie houdbaar is. Ook is de oudedagsvoorziening voor vrouwen kwetsbaar. De zogenaamde pension gender gap, die vooral voortkomt uit de relatief lage arbeidsmarktparticipatie, is een van de hoogste in de wereld. Nederland valt ten slotte op met wereldwijd bijna het hoogste, en vooral snelst stijgende, aandeel tijdelijke werkverbanden. Een groeiende groep mensen die extra kwetsbaar is te midden van de vergrijzing.

Oplossingsrichtingen

De internationale onderzoeken inventariseren ook de tot dusverre genomen beleidsmaatregelen. Het blijken vooral defensieve initiatieven, gericht op de financiële houdbaarheid. Bijvoorbeeld het verhogen van de pensioenleeftijd van het staatspensioen, invoeren van een verplicht tweedepijlerpensioen en verruimen van de reikwijdte, hogere premie-inleg en het (fiscaal) stimuleren van bijsparen door individuen. Nederland heeft deze ingrepen veelal al in een eerder stadium doorgevoerd en behoort aldus bij de landen die vooroplopen.

Interessanter is de tweede golf maatregelen die sommige landen recent hebben ingevoerd en die veelal nog in de kinderschoenen staan. Deze zijn offensief van karakter en gericht op de veranderende arbeidsmarkt. Ze maken het in de praktijk daadwerkelijk aantrekkelijker voor 65-/67-plussers om langer door te werken. Voor de hand liggend is bijvoorbeeld de expliciete afschaffing van wettelijke regels die doorwerken voor 65-plussers belemmeren, zoals in België en Canada. Interessanter zijn de fiscale voordelen in diverse landen voor doorwerkende 65-/67-plussers. Nog tastbaarder is de nieuwe geldelijke bonus die Denemarken heeft ingevoerd voor werkende 65-/67-plussers. Meest verreikend is de nieuwe wetgeving in Estland, die het combineren van werk en parttimepensionering proactief aanmoedigt.

Nederland maakt ook deel uit van de tweede golf landen. De studies maken gewag van de flexibele pensioenleeftijd in de meeste Nederlandse pensioenregelingen. Ook van de herinvoering van het (deeltijd-) vroegpensioen zonder boeteclausules, zodat geleidelijke pensionering mogelijk is. Weliswaar zijn de maatregelen deels politiek en conjunctureel gedreven, maar per saldo zijn het vroege vormen van tweede golf maatregelen.

Uitkeringsfase
Een recent paper van PensionsEurope, de Europese Pensioenfederatie, biedt ook een nuttig internationaal vergelijk voor de vergrijzingsproblematiek3. Met name de uitkeringsfase wordt onder de loep genomen, vanuit het perspectief van de deelnemers. Niet alleen aanpassingen in de AOW, maar ook in de vormgeving van tweedepijlerpensioenregelingen zijn immers noodzakelijk.

ssga

Het paper beschrijft onder meer een hybride pensioenregeling op basis van persoonlijk pensioenvermogen en life-cycle beleggen. Voor deelnemers biedt deze vorm de mogelijkheid om werk en pensionering te combineren en geleidelijk met pensioen te gaan reeds vanaf ca. 55 jaar. Dit maatwerk stimuleert langer blijven doorwerken en daarmee langer doorsparen. Het voorkomt ook de uitputtingsslag om fulltime te moeten werken op hoge leeftijd. Tevens een te abrupte overgang naar een volgende levensfase. Deze regeling is in steeds meer landen toegestaan.

De hybride premieregeling bestaat in de beginjaren van pensionering uit een flexibel opneembare variabele uitkering. De nog actieve ‘jongere oudere’ kan op deze manier de bijeen gespaarde pensioengelden geheel, geleidelijk en idealiter in jaarlijks aanpasbare maandbedragen, onttrekken (draw downs) uit het opgebouwde persoonlijk pensioenvermogen. De uitkering is variabel, dus niet gegarandeerd. Daardoor kunnen de nog niet opgenomen spaargelden doorbelegd worden met het oog op genereren van extra beleggingsrendement.

Aansluitend op hogere leeftijd, vanaf ca. 80 jaar, volstaat veelal een kleiner aanvullend pensioen boven op de AOW-uitkering. Maar wel gegarandeerd en levenslang, met gemoedsrust dat er altijd inkomen zal zijn. Dit wordt ingevuld met een uitgestelde gegarandeerde lijfrente van een verzekeraar, ingeregeld als integraal onderdeel van de pensioenregeling reeds bij aanvang van pensionering.

Pensioenakkoord en vergrijzing
In internationaal perspectief is Nederland relatief goed gepositioneerd om de vergrijzing tegemoet te treden. Naar de toekomst toe, zijn naar verwachting meer offensieve maatregelen nodig, zodat het langer doorwerken van 65-plussers daadwerkelijk gaat plaatsvinden, idealiter als onderdeel van een nieuwe levensfase waarin parttimewerken en pensionering wordt gecombineerd. Het pensioenakkoord en de aanpassingen in de pensioenregelingen die daarin zijn voorzien sorteren hier mijns inziens goed op voor.

1 State Street Global Advisors, “Internationaal pensioenonderzoek – snapshot Nederland”, Oktober 2019, Amsterdam.
2 OECD, “Pensions at a Glance 2019: Pension measures legislated in 2017-2019; November 2019, Parijs
3 PensionsEurope, “Good decumulation of Defined Contribution Pension Plans throughout Europe”, December 2019, Brussels.