BPZ in de top 50

Uitgave: Pensioen Bestuur & Management (PBM) nummer 4 2018

Arnold Jager, kwartiermaker en bestuurder BPZ Rubriek: Markt en organisatie
Geplaatst op 09-10-2018
BPZ in de top 50 Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor de Zuivel en aanverwante industrie (BPZ) is 1 januari 2015 met letterlijk nul euro op de balans gestart. Het vermogen bedraagt halverwege 2018 al 250 miljoen euro. Het fonds is gegroeid van acht- naar negenduizend deelnemers. Er staat een stevig fonds dat vooral afwijkt door de hoge duration van de pensioenverplichtingen en het belang van de zogenoemde ‘premiedekkingsgraad’.

Met een jaarlijks premievolume van ca. 75 miljoen euro is de premiedekkingsgraad van de nieuwe opbouw belangrijk voor de ontwikkeling van de dekkingsgraad van het fonds. Achtergrond van oprichting van BPZ was de aflopende cao voor pensioen in een sector waarin wel één pensioenregeling was afgesproken, maar waar de uitvoering ervan decentraal was. Hierdoor waren er in de praktijk verschillen ontstaan door de verschillende wijze van uitvoering bij de pensioenuitvoerders. Er was hoofdzakelijk sprake van verzekerde regelingen waarin de kostprijs van pensioen door de gedaalde rente en gestegen levensverwachting fors was toegenomen. Door een verschil in looptijd van de overeenkomsten hadden de afzonderlijke ondernemingen een verschillende prijsstelling voor in principe dezelfde regeling. Hiernaast speelden aspecten als een onvoorwaardelijke indexatie, noodzakelijke aanpassingen in de fiscaliteit (opbouw en pensioenleeftijd), alsmede de wens om de boekhoudkundige effecten van de pensioenregeling uit de balans van de onderneming te krijgen. In de corporatiesector, en waar niet, is het lastig uitleggen dat pensioen door IFRS invloed heeft op de winst- en verliesrekening. Voor de zuivelsector zou dit een direct effect hebben op het ‘melkgeld’ dat de veehouders ontvangen.

De zuivelsector kent een eigen cao voor arbeidsvoorwaarden die algemeen bindend is verklaard voor de ondernemingen in de sector. Pensioen is een belangrijke arbeidsvoorwaarde en vastgelegd in een aparte cao. Deze cao voor pensioen is vrijwillig omdat er geen verplicht gesteld bedrijfstakpensioenfonds is. Op basis van de hierboven geschetste zaken bestond er een risico dat de sector uit elkaar zou vallen voor wat betreft de cao voor pensioen. Dat zou op termijn ook effect kunnen hebben op de cao over arbeidsvoorwaarden. Om dit risico voor te zijn besloten sociale partners te onderzoeken hoe zij de pensioenen centraal konden aanvliegen.

Dit alles resulteerde in een eigen vrijwillig bedrijfstakpensioenfonds met een zogenoemde ‘collectieve DC-regeling’. Ofwel een voorwaardelijke middelloonregeling met voorwaardelijke indexatie. De voorwaardelijkheid betreft ook de hoogte van de pensioenopbouw. Deze CDC-regelingen zijn de afgelopen jaren ‘gemeengoed’ geworden in pensioenland. Bijzonder aan BPZ is dat er geen sprake is van één vaste en daarmee gelijke premie voor iedereen. Omdat men in het verleden ook geen ‘doorsneepremie’ kende en dus al niet solidair was qua premiehoogte, wilden de ondernemingen de ‘eigen’ actuariële premie houden. Verplichtstelling is daarmee ook niet aan de orde. BPZ kent daarom een ‘gemiddelde’ vaste premie en voldoet aan de boekhoudkundige eisen om ‘IFRS-proof’ te zijn voor de ondernemingen.

Sociale partners hebben expliciet gekozen voor een eigen pensioenfonds om zo invloed te behouden. BPZ is daarmee een pensioenfonds van en voor de sector. Op de achtergrond speelde indertijd het toekomstig pensioenakkoord. De gedachte was dat als een pensioenakkoord een individueel beschikbaar premiesysteem zou betekenen, men meer wendbaar naar de toekomst zou zijn met een eigen pensioenfonds. Expliciet accepteerde men daarmee dat het pensioenfonds tijdelijk zou kunnen zijn.

BPZ had bij de start uiteraard de nodige praktische uitdagingen. Ondanks dat in najaar 2014 alle aspecten van het in 2015 in te voeren nFTK nog niet volledig duidelijk waren, is er wel voor gekozen om dat direct te gaan toepassen. Belangrijk waren de verzwaring van de buffereisen, invoering van de nUFR, de haalbaarheidstoets en het vastleggen van de risicohouding en opdrachtaanvaarding. Nu alom bekend, maar indertijd nog niet volledig uitgewerkt en duidelijk. Het bleek dat de standaard formule van het minimum vereist eigen vermogen, door het overlijdensrisico van enkele miljarden en het zeer beperkte balanstotaal, leidde tot een bijzonder hoge minimale vereiste dekkingsgraad. Ondanks de volledige herverzekering van het overlijdensrisico. Nieuw was dat BPZ het eerste fonds was met het onafhankelijke bestuursmodel. Gelukkig reageerde DNB snel en constructief op gemaakte keuzes. De praktische uitwerking werd verzorgd door een brede werkgroep die drie kwartiermakers had aangesteld. Deze rapporteerden samen aan een stuurgroep. De gemeenschappelijke visie van sociale partners en het motto van ‘mean, lean en clean’ zorgden voor draagvlak en maakten dat er snel geschakeld kon worden. Het fonds werd opgericht in een tijd van een sterk dalende marktrente. Daardoor was het helaas noodzakelijk om met een lagere opbouw te starten dan voor het voorjaar 2014 was beoogd. Dankzij de betrokkenheid van alle partijen was dit alles haalbaar, zodat BPZ er binnen een half jaar stond op 1 januari 2015.

BPZ heeft inmiddels ruime ervaring als vrijwillig bedrijfstakpensioenfonds zonder doorsneepremie. Uitgangspunt is een uniforme regeling zonder overgangsregelingen of andere ‘legacy’ om wendbaar te blijven. Uitdaging naar de toekomst toe is die uniformiteit te behouden en daarboven individuele keuzes te bieden aan werkgevers en deelnemers. Dit vraagt om verdere digitalisering van systemen en processen van de pensioenuitvoeringsorganisatie.

Binnen de ruim 200 pensioenfondsen is BPZ nu ‘klein’ te noemen. Echter, op basis van het premievolume staat BPZ toch mooi in de top 50. Het leuke is dat die plek dankzij de consolidatie ook vastgehouden wordt. De uitdaging voor BPZ blijft uiteraard wel dat gegeven de omvang slim moet worden omgaan met de uitdagingen van de pensioensector. Met op de achtergrond het motto ‘mean, lean en clean’, dat nadrukkelijk betrokken wordt in de overwegingen die leiden tot besluitvorming.

[Kader]
bpz