Marktordening, een vergeten arena?

Uitgave: Pensioen Bestuur & Management (PBM) nummer 4 2018

EMILE SOETENDAL, PROJECTLEIDER BIJ PENSIOENFEDERATIE EN KARIN BITTER, MANAGER PENSIOENBELEID BIJ PFZW Rubriek: Markt en organisatie
Geplaatst op 25-09-2018
Marktordening, een vergeten arena? Hoe de pensioensector zich de komende jaren zal ontwikkelen is onzeker. Trendstudies laten veranderingen in de economie zien. Denk aan de toename van de digitale economie, de circulaire economie of de deeleconomie. De maatschappij gaat structureel veranderen, denk aan individualisering en toename aan diversiteit. Technologische innovatie zoals big data, open data en blockchain gaan hierbij een belangrijke rol spelen. Hetzelfde zien we op de arbeidsmarkt. Daar is sprake van een groeiende diversiteit aan arbeidsrelaties en aan carrières.

es

Sommigen duiden dit aan als een kanteling van de economie en de kanteling van de maatschappij1. Anderen spreken over het ontstaan van nieuwe paradigma’s die in korte tijd organisaties op zijn kop kunnen zetten2. Vertaald naar marktordeningsperspectief: staan we aan de vooravond van andere inrichtingskeuzes van de pensioenmarkt?
De pensioensector kan zich niet onttrekken aan deze structurele en met elkaar samenhangende ontwikkelingen, ook al wordt de impact van de voortgaande veranderingen vooralsnog niet overal gevoeld.
De pensioenmarkt is een sterk gereguleerde markt met een complexe interactie tussen marktgedrag en wet- en regelgeving. Daarmee loopt de pensioensector risico’s. Wetgeving heeft geen eeuwigheidswaarde. Daar komt bij dat er – naast de gedwongen winkelnering – ook sprake is van een gewone markt met vragers, aanbieders en een marktmechanisme. In dat deel van de markt dringen veranderingen eerder door.

Discussie op verschillende niveaus
De huidige stelseldiscussie wordt gedomineerd door het voornemen van het kabinet om de doorsneesystematiek af te schaffen, de contractdiscussie en de daarmee samenhangende transitievraagstukken. Ook is er veel aandacht voor de consolidatie, omdat veel pensioenfondsen niet meer zijn opgewassen tegen de uitdagingen van al die nieuwe ontwikkelingen en daarom aansluiting zoeken bij een andere pensioenaanbieder. De vraag is of deze scope leidt tot bewust afgewogen inrichtingskeuzes voor een toekomstig pensioenstelsel. Wat ontbreekt in de – politieke – discussie is oog voor marktontwikkelingen. Deze ontwikkelingen blijven nu te veel buiten beeld. Wat zijn bijvoorbeeld de implicaties van de uitwerking van het regeerakkoord voor de vraagzijde van deelnemers, werknemers, zelfstandigen en werkgevers. En wat zijn de implicaties voor de aanbodzijde zoals fondsen, verzekeraars, IORP’s enz. Of de marktwerking (concurrentie, consolidatie enz.) en de marktordening (bijvoorbeeld taakafbakening)?
De pensioensector is zelf geneigd tot een instrumentele blik op de pensioenmarkt. Dat is een gemiste kans, aangezien de omgeving van veel pensioenfondsen gekenmerkt wordt door een groot aantal trends op verschillende niveaus waarop pensioenfondsen niet altijd zelf direct invloed kunnen uitoefenen, maar die impact hebben op fondsen en deelnemers.

Deze niveaus zijn:
1. Pensioenstelsel
Zonder limitatief te willen zijn, gaat het op het niveau van het stelsel om vraagstukken als hoe om te gaan met de druk op vertrouwen en draagvlak, met intransparantie en afnemende solidariteit, voortdurende vermindering van fiscale facilitering, verschuiving van verantwoordelijkheid en risico’s naar deelnemers en demografische transitie. En de arbeidsmarkttransitie, zoals de toename van zzp’ers en flexcontracten en robotisering. Maar ook de branchevervaging en veranderende bedrijfsmodellen (kortere levensduur van organisaties).
2. Pensioeninstelling
Op instellingsniveau gaat het om zaken als het verschijnen van nieuwe aanbieders op de markt voor pensioenuitvoering zoals algemeen pensioenfonds en premiepensioeninstelling. De gewijzigde rol van sociale partners in besturen als gevolg van de Wet versterking bestuur pensioenfondsen en de voortgaande consolidatie.
3. Pensioenproduct
Op het productniveau valt de toename van regelgeving op en de trend naar beschikbare premieregelingen. Plus de discussie over nieuwe pensioenregelingen in combinatie met het voornemen van het kabinet om te komen tot afschaffing van de doorsneesystematiek. Vanuit Europa komt de voorgenomen introductie van het Personal European Pension Plan.
4. Pensioenuitvoering
In de uitvoering spelen vooral technologische ontwikkelingen een steeds grotere rol. Fintech biedt kansen om slim in te spelen op klantbehoeften (digitale deelnemerscommunicatie) en op internationale regelgeving (zoals dataopslag, privacy). De pensioenfondsbesturen worden uitgedaagd om controle te krijgen op de steeds complexere ketens binnen de pensioenwereld. Met blockchain kan pensioeninformatie eenduidig en voor veel verschillende partijen toegankelijk worden opgeslagen en uitgewisseld. De effecten van blockchain zijn bijvoorbeeld een grotere betrouwbaarheid, decentralisatie (meerdere partijen kunnen het aanbieden) en standaardisatie van uitvoeringsprocessen zoals pensioenregelingen. Dat levert kostenbesparing op, minder kans op fouten en verbeterde databestanden.

We leven in een onzekere wereld, met een onzekere toekomst. De tijd dat we in de pensioensector konden uitgaan van bepaalde economische en maatschappelijke zekerheden is voorbij. De grootste onzekerheden bepalen niet alleen de urgentie om te handelen, maar geven tegelijkertijd richting in te maken strategische keuzes. Dat zal van speler tot speler verschillen. Sommige onzekerheden hebben bovendien meer impact op de marktordening dan andere. Een voorbeeld. De verplichtstelling is een onderdeel van de stelseldiscussie, ook al staat stellig in het regeerakkoord dat de huidige vorm van verplichtstelling overeind blijft. Er zijn verschillende redenen te bedenken om te twijfelen aan die stelligheid. We noemen er twee. Een belangrijke is de forse toename van het aantal zelfstandigen. Die ondergraaft het draagvlak voor de verplichtstelling. Vanuit het perspectief van marktordening is duidelijk dat de markt voor zzp-pensioenregelingen ontbreekt. Zowel vraag als aanbod zijn laag. Er is sprake van een incomplete markt. Waar leidt dat toe? Een tweede is de mogelijke introductie van een nieuw pensioencontract. Biedt dit nieuwe contract in voldoende mate collectieve risicodeling om de verplichtstelling te borgen als door afschaffing van de doorsneesystematiek een belangrijk solidariteitselement komt te vervallen? Bij afschaffing of andere vormgeving van de verplichtstelling zullen werkgevers bewust voor een pensioenaanbieder moeten kiezen om hun pensioenregeling bij onder te brengen. Dat heeft gevolgen voor de taakafbakening en daarmee voor de marktordening.

Hoe verder?
Pensioenfondsbestuurders moeten een goed inzicht hebben in de relevante trends, de grootste risico’s en hun potentiële impact op de marktordening. Alleen dan is het mogelijk een strategie te ontwikkelen om een fonds te positioneren in een snel veranderende omgeving. Daarom is de Pensioenfederatie in overleg met de leden gestart met het project ‘marktordening’. Dit project beoogt het anticiperend vermogen van de pensioensector te versterken, door op systematische wijze inzicht te verschaffen in relevante externe ontwikkelingen en potentiële impact op de pensioenmarkt. Het hierop inspelen aan de bestuurstafel vereist een strategievormingsproces als een – continu – proces van monitoren, plannen, uitvoeren en bijsturen. Onderdelen van een strategievormingsproces zijn:
1. Beschrijven van de missie. Wat is de bestaansreden en wat wil het pensioenfonds bereiken?
2. Beschrijven van kernwaarden. Waar staat het pensioenfonds voor en wat is belangrijk?
3. Een uiteenzetting van de toekomstvisie aan de hand van diverse trends en een aantal scenario’s.
4. Een interne analyse. Beschrijving van de huidige stand van zaken en een beschrijving van de sterke en verbeterpunten in de verschillende scenario’s.
5. Op basis van de voorgaande analyses het formuleren van een aantal speerpunten en ‘no regret-maatregelen’, waarmee een pensioenfonds zijn missie kan (blijven) verwezenlijken.

Essentieel is dat de strategie breed wordt gedragen door deelnemers en stakeholders, zoals sociale partners en interne fondsorganen. Dat er een lijn is met de uitvoeringsorganisatie( s), in geval van uitbesteding.

Wat kan er nu al?
Besturen kunnen ook nu al concrete acties ondernemen waar u geen spijt van krijgt. Dat kan op verschillende manieren, zoals:
1. Behandel de deelnemers écht als klant. Neem ze serieus en neem ze bij de hand. Door je deelnemers echt te ‘kennen’ biedt het pensioenfonds meerwaarde en blijft het in de ogen van deelnemers relevant. Technologische vooruitgang biedt mogelijkheden voor maatwerk en (digitale) communicatie, toegesneden op de individuele behoeften en kenmerken van deelnemers. Dat versterkt het vertrouwen en de band met de deelnemers. De informatieplicht transformeert – binnen de huidige wettelijke kaders – naar begeleidingsplicht. Het belang van het individu staat centraal. De zorgplicht is erop gericht mensen te begeleiden beslissingen te nemen en keuzes te maken die vanuit hun eigen perspectief optimaal zijn. De huidige informatieplichten blijven daarbij relevant, maar dan vooral als basishygiëne.
2. Behandel ook de werkgever(s) als klant. De werkgever wil ontzorgd worden. En ook hier kan moderne technologie behulpzaam zijn. Inzicht in prijs en kwaliteit, gemak en service worden belangrijker als er iets te kiezen valt.
3. Vereenvoudig de regeling. Uitzonderingen en overgangsmaatregelen bemoeilijken de verdere automatisering en digitalisering van de administratie en de communicatie en de eventuele transitie naar een nieuw pensioencontract. Legacy-systemen zijn de vijand van verandervermogen en concurrentiekracht.
4. Zorg, ook in geval van uitbesteding, voor een optimaal werkende en veilige IT-omgeving die het tempo van innovatie kan bijbenen.

Conclusie
Het nadenken aan de bestuurstafel over toekomstscenario’s – en het anticiperen daarop – is een essentieel onderdeel van de governance. De houding die nu veelal sterk gericht is op verkleinen van risico’s moet wijzigen in een houding die gericht is op het denken in kansen. Dat biedt de mogelijkheid in control te zijn van veranderingsprocessen. Tegelijkertijd biedt het de mogelijkheid om strategische risico’s te beheersen. Het brengt een ‘business to consumer’ benadering met zich. Dat is een uitdaging, maar voegt noodzakelijke waarde toe in de zin van voorbereid zijn op continue veranderingen. Andere partijen op de pensioenmarkt zijn daar meer bedreven in. Daarom is het belangrijk om voortdurend de meerwaarde van pensioenfondsen te demonstreren voor de deelnemers en werkgevers. En een vertrouwde maar ook vernieuwende partner te zijn voor hen.

[kader]
Blockchain
De blockchaintechnologie wordt meestal omschreven als een grootboek (register) waarbij veranderingen, mutaties, alleen uitgevoerd worden als alle aangesloten partijen de mutatie goedkeuren. Veel partijen hebben op deze wijze toegang tot dezelfde open data die bij iedereen gegarandeerd gelijk zijn. Hetzelfde geldt voor de opensourcetoepassingen die daarmee worden gemaakt. Open data zorgen ervoor dat het niet meer nodig is om kopieën te maken van databestanden en die vervolgens op juistheid te controleren en individueel bij te houden. Opensourcetoepassingen zorgen ervoor dat toepassingen uit andere sectoren of landen doorontwikkeld kunnen worden voor Nederlandse pensioenfondsen.

De meningen over de toekomst van blockchain lopen uiteen. Momenteel is er nog heel veel dat technisch niet mogelijk of niet schaalbaar is met blockchain. Aan de andere kant zijn veel partijen over de hele wereld aan de slag met blockchain. De groeiende behoefte aan blockchainoplossingen – en zeker open source – is daarbij de drijvende kracht.


1 Zie bijvoorbeeld F. van der Lecq, “Alles heeft zijn tijd”, 2017; J. Rotmans, “Verandering van een tijdperk, Nederland kantelt”, 2014.
2 Zie bijvoorbeeld M. Aslander, “Nooit af”, 2016.