PPI en APF winnen terrein

Uitgave: Pensioen Bestuur & Management (PBM) nummer 2 2018

Hans Rutten, Chief Broking Officer Aon Hewitt Rubriek: Markt en organisatie
Geplaatst op 17-05-2018
PPI en APF winnen terrein Het pensioenlandschap is de afgelopen jaren verrijkt met de komst van twee nieuwe vormen van pensioenuitvoerders. De premiepensioeninstelling (PPI) en het algemeen pensioenfonds (APF). Hoe is het vergaan met deze nieuwe vormen van uitvoerders en hoe ziet de toekomst eruit? In dit artikel krijgt u een update van de ontwikkeling van de premiepensioeninstellingen en de algemeen pensioenfondsen.

Het Algemeen Pensioenfonds (APF)
Sinds de mogelijkheid om vanaf 1 januari 2016 een APF op te richten heeft De Nederlandsche Bank zeven vergunningen verleend.
- Zes vergunningen aan APF’en die openstaan voor toetredingen van ondernemingspensioenfondsen en werkgevers.
- Een vergunning aan Unilever APF dat voortkomt uit de fusie van twee ondernemingspensioenfondsen. Het Unilever APF staat niet open voor deelname van andere pensioenfondsen of werkgevers. De cijfers van dit fonds zijn in dit artikel buiten beschouwing gelaten.

Elf ondernemingspensioenfondsen hebben inmiddels het besluit genomen om de pensioenregeling in een eigen kring bij een APF onder te brengen. Eén ondernemingspensioenfonds treedt toe tot een ‘multi client’ kring. Deze voormalige pensioenfondsen vertegenwoordigen circa 95% van het totale vermogen bij alle APF’en. Niet onverwacht ligt de algemene focus van de APF’en tot op heden primair bij liquiderende ondernemingspensioenfondsen. De groei van het belegd vermogen van de APF’en ziet er als volgt uit.

hr

Verdere ontwikkeling van de APF’en
Ook in de komende jaren gaan de APF’en zich vooral richten op liquiderende pensioenfondsen om zo een verdere ‘snelle’ groei te bewerkstelligen en hun financiële positie te verstevigen. En daar liggen nog volop kansen vanwege de 45 pensioenfondsen die het besluit hebben genomen tot liquidatie en dat inmiddels ook aan DNB hebben gemeld. Dat groeipotentieel blijkt vervolgens ook uit de bestemming van het belegd vermogen van liquiderende pensioenfondsen in de periode 1 juli 2016 tot 1 juli 2017, zie figuur 1.

hr1

Figuur 1: Bestemming bij overdracht bij liquidatie of fusie pensioenfonds periode 1 juli 2016 tot 1 juli 2017

Pas als de liquidatiegolf van ondernemingspensioenfondsen naar verwachting na 2020 is neergedaald gaat de APF-markt zich heroriënteren. Dan treedt er namelijk een gestage groei op van werkgevers met verzekerde regelingen en wordt die strijd aangegaan met de verzekeraars en de premiepensioeninstellingen. Mogelijk dat de afschaffing van de verplichtstelling nog nieuwe mogelijkheden gaat leveren voor de APF-markt. Echter de verwachting is dat in 2020 de balans zal worden opgemaakt over de toekomst van het individuele APF. Is er voldoende belegd vermogen binnengehaald om toekomstbestendig te zijn of vindt er nog een consolidatie plaats? Een APF is levensvatbaar als het belegd vermogen circa 6 miljard euro bedraagt. De verwachting is dat circa 4 van de 6 APF’en zich verder ontwikkelen tot een toekomstbestendige uitvoerder voor DB-regelingen en DC-regelingen.

Premiepensioeninstellingen (PPI’s)
Het aantal PPI’s neemt vanaf 1 januari 2011 toe. Het bood voor vermogensbeheerders een ultiem platform om pensioenvermogens binnen te halen. Het gevolg was dat in relatief korte tijd elf PPI’s waren opgericht. De afgelopen jaren zijn er echter ook PPI’s van het toneel verdwenen. Zo besloot De Goudse PPI kort na de oprichting, vanwege de hevige concurrentie, deze PPI op te heffen en heeft i-PensionSolutions vorig jaar besloten, vanwege tegenvallende groei, om tot liquidatie over te gaan. Toch heeft de PPI op korte termijn een sterke positie verworven binnen het pensioenlandschap. De ontwikkeling van de voorzieningen voor verzekerde pensioenregelingen en het belegde vermogen van de PPI’s bevestigt dit, zie figuur 2.

hr2
Figuur 2: Voorziening verzekerde pensioenregelingen en PPI

Hieruit is ook een tendens voor verzekerde pensioenregelingen van DB naar DC waarneembaar. Gelijktijdig kan uit de grafiek ook het gedrag van werkgevers worden afgeleid bij het verschuiven van de pensioenrichtleeftijd en het beperken van het fiscaal kader. De verlaging van de pensioenpremie vanwege de verhoging van de pensioenrichtleeftijd wordt veelal gebruikt om de middelloonregeling als toezegging voorlopig in stand te houden. Dat is ook af te leiden uit figuur 3 over de ontwikkeling van het aantal deelnemers.

hr3
Figuur 3: Deelnemers verzekerde pensioenregelingen en PPI

Het verschuiven van de pensioenrichtleeftijd beperkt dus vooralsnog de groei van de PPI’s. Verder kan worden geconcludeerd dat een onderdeel van de totale groei van de PPI’s mede voortkomt uit het oversluiten van verzekerde premieregelingen naar de PPI’s.

De verdere ontwikkeling van de PPI’s

De ontwikkeling van de PPI’s op de pensioenmarkt hangt mede af van een aantal factoren.
- Een lage rentestand is een stimulans voor de verdere groei van de PPI’s. De nominale pensioenen van een middelloonregeling zijn bij een lage rentestand vrijwel niet meer te financieren waardoor werkgevers besluiten om over te stappen naar beschikbare premieregelingen. - De stevige concurrentie op de DC-markt zet zich onverminderd door. Er zijn momenteel 17 pensioenuitvoerders voor beschikbare premieregelingen actief op de Nederlandse markt:
- negen PPI’s
- vijf verzekeraars
- twee APF’en
- een IORP naar Belgisch recht
De verwachting is dat de komende jaren meerdere APF’en een DC-propositie ontwikkelen.
- Het aantal PPI’s zal voor 2020 krimpen. Met de overname van Delta Lloyd door Nationale-Nederlanden is het besluit genomen om NN PPI onder te brengen bij BeFrank. Daarnaast heeft Aegon PPI recent besloten om de administratie op hetzelfde platform uit te voeren als hun zusterorganisatie Cappital. Daarbij staan Aegon PPI en Cappital zeer recent onder hetzelfde bestuur. Een vervolgstap tot samenvoeging lijkt daarmee te zijn gezet. Als dit zich voortzet krimpt het aantal PPI’s van oorspronkelijk elf naar zeven.

De PPI’s hebben relatief gezien in een zeer korte periode een stevige positie ingenomen in het pensioenlandschap. Echter, gezien het hoge aantal concurrenten lijkt een verdere consolidatie van uitvoerders op de DC-markt onvermijdelijk.