Van pensioenfonds naar geluksfabriek

Uitgave: Pensioen Bestuur & Management (PBM) nummer 4 2020

JOEP SCHOUTEN, CO-VOORZITTER KOEPEL GEPENSIONEERDEN Rubriek: Nieuwe ontwikkelingen
Geplaatst op 29-09-2020
Van pensioenfonds naar geluksfabriek De uitvoering van het pensioencontract heeft een te fabrieksmatig karakter en sluit daardoor te weinig aan bij de wensen en verwachtingen van de deelnemers. Uit die fabriek komen overigens degelijke producten van goede kwaliteit tegen een relatief lage prijs die tot stand komt zonder winstoogmerk. Alleen zijn de gebruiksmogelijkheden beperkt. De producten hebben een zeer lange levensduur maar zijn zwaar en onhandig en de handleiding is niet erg klantvriendelijk.

In de pensioenfabriek praten we ook niet over klanten of clubmembers maar over deelnemers en uitkeringsgerechtigden. De afstand tussen (bedrijfstak)fonds en deelnemers is groot. De huisvesting van de fondsen is in het algemeen modern, licht en vriendelijk, doch hiervan profiteren vooral de medewerkers, de bestuurders, de leveranciers en adviseurs. Werkgevers, werknemers en gepensioneerden zie je er niet. Ondanks deze moderne uitstraling hangt er ook een licht geur van goedbedoeld paternalisme. De deelnemers moeten tegen zichzelf en allerlei op de loer liggende rovers beschermd worden. En het is ook nodig hun belangen te beschermen.

Van blind vertrouwen naar individueel maatwerk
Die deelnemers vertrouwden er in het verleden op dat er goed voor hen gezorgd werd. De brieven en overzichten verdwenen, al dan niet geopend, thuis meestal in de spreekwoordelijke schoenendoos. Je onthield dat je na 40 jaar werken, liefst bij dezelfde baas, 70% van je laatste loon kreeg en niemand wees je op ‘de kleine lettertjes’ in de voorwaarden. Daar had je trouwens ook helemaal geen interesse in. Die op vertrouwen gebaseerde samenleving is aan het verdwijnen. De hedendaagse mens is wantrouwiger.
Gepercipieerde zekerheden vielen weg. De prijs van pensioen ging omhoog, maar de kwaliteit werd minder. Bovendien werden de risico’s overgeheveld naar de deelnemer. Die werd daardoor steeds meer teruggeworpen op eigen verantwoordelijkheid en zelfstandigheid. Tegelijk zijn we allemaal gewend geraakt aan service en flexibiliteit, aan snelheid en lage kosten. De verschillen tussen mensen zijn groter geworden en vragen ook om een persoonlijker benadering. Het maakt nogal wat uit, zelfs bij een gelijk inkomen, of je een afbetaald koophuis bezit, een werkende partner hebt en begunstigde bent van een erfenis. Dat verandert niet alleen je bestedingspatroon maar ook je gedrag en je houding tegenover risico. Bovendien ziet iedereen dat het bestaan kwetsbaarder is geworden. De crisis in 2008 bracht scherpe daling van huizenprijzen, werkloosheid liep sterk op, pensioenen werden niet geïndexeerd of zelfs gekort en met name die laatste ontwikkeling breekt ons nog steeds op. Inmiddels stijgen ook de zorgkosten steeds verder. De coronacrisis leert opnieuw aan welke financiële en economische risico’s we blootstaan.

Beschouw en behandel deelnemers als klanten

Financiële verschillen tussen mensen zijn wellicht belangrijker dan verschillen gebaseerd op leeftijd die nu vaak als bepalend worden gezien in de risicohouding van deelnemers en gepensioneerden. Een bewustzijn dat zal toenemen nu het in de maak zijnde nieuwe pensioenstelsel niet meer uitgaat van verdiend salaris maar van opgebouwd vermogen. Het pensioenfonds zal in deze voortdurend veranderende maatschappij mee moeten veranderen wil het draagvlak blijven houden. Het zal zijn deelnemers en werkgevers als klanten moeten gaan beschouwen en service gaan bieden, producten gaan maken die aansluiten bij de verwachtingen van de steeds diversere populatie. Verwachtingen die eerder gevormd worden door de productfolders en reclame van commerciële aanbieders en internetleveranciers zoals Bol.com. Die verwachtingen zullen steeds verder afstaan van verplichte winkelnering met onbegrijpelijke producten tegen ondoorzichtige rekenregels en vaak moeilijk te begrijpen teksten die uitleggen ‘wat de computer zegt’.

Nu weten pensioenfondsen dat zelf ook wel, evenals de werkgevers, vakbonden en overheid die de pensioen-business bestieren. Zo is er vooruitgang geboekt in duidelijke informatie en eenvoudige taal door onder andere met panels na te gaan wat effectief is. Zo zetten fondsen tegenwoordig ook consulenten in voor keukentafelgesprekken, organiseren ze bijeenkomsten in het land, houden webinars en installeren callcenters die gebruikmaken van geïntegreerde informatiereeksen bij bepaalde ‘life events’ die ze klantreizen noemen.

Toegevoegde waarde

Maar het vernieuwingsproces gaat te langzaam en is ook te veel op de vormgeving gericht in plaats van op de uitbreiding en vernieuwing van producten en service. Het pensioenfonds moet zich in mijn ogen meer ontwikkelen naar een serviceorganisatie die de deelnemers en werkgevers – ofwel klanten – ontzorgt. Een serviceorganisatie die op de arbeidsmarkt toegevoegde waarde biedt en de mogelijkheden en voorwaarden schept voor een gelukkige oude dag. Primair begint dat met investeren in het ‘kennen van je klant’. Over welke ‘assets’ beschikken ze, welke doelen willen ze daarmee bereiken en zijn die doelen haalbaar gegeven de risico’s die ze willen lopen. Die doelbereiking zal dus van een deugdelijke financiële planning moeten worden voorzien die al tijdens de actieve periode wordt gemaakt, dus als er nog bijsturing mogelijk is en er ook persoonlijke handelingsperspectieven geboden kunnen worden.

Periodieke controle geeft deelnemer houvast
Ik pleit daarom voor een financiële APK op bijvoorbeeld 45- en 55-jarige leeftijd. Daarbij dient dan breder gekeken te worden dan alleen naar het pensioen. Hoe ziet de persoonlijke situatie eruit, welke financiële armslag is er, welk bestedingspatroon is nu en in de toekomst wenselijk of mogelijk en welke risico’s wil men lopen of vermijden. De Koepel Gepensioneerden, de belangenorganisatie van gepensioneerden, is die weg ook ingeslagen door niet alleen het pensioen als een financieel product te zien maar ook beleidsmatig oog te hebben voor koopkracht, zorg, wonen en welzijn van deze populatie. We zien wel dat pensioenfondsen terugschrikken voor financiële planning als product voor het sturen naar een gelukkige oude dag, zeker als die planning een bredere scope krijgt. Ze zijn bang voor de zorgplicht die de consequentie is van een adviesfunctie. Die zorgplicht kan echter worden afgedekt of de adviesfunctie kan aan gespecialiseerde partijen worden overgelaten. Wellicht kan ook een geautomatiseerd adviessysteem vooraf worden gevalideerd, dat door deelnemers zelf kan worden benut om de eigen financiële planning meer continu te kunnen managen. Vaak wordt ook naar voren gebracht dat dergelijke persoonlijke advisering, zelfs bij kostprijsefficiënte aanbieding door het fonds, kostbaar is, zeker voor de smallere beurs.
Nu kan een ongeplande toekomst door het niet benutten van optimaliseringsmogelijkheden ook behoorlijk negatieve gevolgen hebben, maar dat neemt het bezwaar toch onvoldoende weg. Het zou mogelijk gemaakt moeten worden dat de kostprijs van het advies uit het opgebouwde vermogen van de deelnemer wordt voorzien op de twee door mij genoemde momenten. Dat is toch wat anders dan het voortijdig opnemen van pensioenvermogen voor consumptieve besteding.

Investeren met maatschappelijk rendement
Vaker is ook al een pleidooi gehouden om pensioenfondsen te laten investeren in ouderenhuisvesting. Pensioenfondsen investeren al in hypotheken en in onroerend goed. Maar de mogelijkheid voor de ‘eigen’ gepensioneerden om hun woning om te zetten in een comfortabel kleiner huurappartement van het fonds, aangepast aan wooneisen en eventuele zorgbehoeften zou effectieve dienstverlening kunnen betekenen én een investering in de eigen populatie. Een mogelijkheid die ook zou bijdragen aan de verlichting van de huidige woningnood. Het is hier niet de plaats om een dergelijk plan volledig uit te werken, maar de maatschappelijke winst is te aanlokkelijk om het voorstel op voorhand af te wijzen. Voor deelnemers met een afgeloste koopwoning zou ook de mogelijkheid van een omkeerhypotheek gestimuleerd kunnen worden. Die mogelijkheid is nog maar mondjesmaat beschikbaar.

Risico’s blijven beheersen
Deze vergezichten zijn niet van de ene op de andere dag gerealiseerd maar dat is eerder een aansporing om te beginnen dan om uit te stellen. Het in wording zijnde nieuwe pensioensysteem dat niet meer uitgaat van het arbeidsinkomen maar van het opgebouwde pensioenvermogen biedt ook goede kansen om een meer persoonlijk financieel plan voor de oude dag te realiseren. Het is te hopen dat die kansen in de vorm van meer differentiatie en meer flexibiliteit ook geboden gaan worden. Dat vergt een andere benadering van risico en een meer bewust gekozen risicohouding. Want ook in het nieuwe systeem zijn risico’s aanwezig en die zullen moeten worden beheerst met een op de persoonlijke risicohouding gebaseerd financieel plan dat gedurende de opbouwfase af en toe wordt geüpdate. Verplichte beheersmaatregelen zoals een per leeftijdscohort opgelegde risicohouding, waarbij dus niet de persoonlijke situatie maar de leeftijd bepalend is, hebben niet mijn voorkeur.

De schoenendoos kan vervangen worden door een app. Bij die transformatie en ontwikkeling kan het pensioenfonds een goede, degelijke, betrouwbare en goedkope partner zijn, een partner die helpt een gelukkige oude dag te realiseren, die helpt te optimaliseren zonder te betuttelen of overwegend one size fits all producten aan te bieden.