Overwegingen om in te varen

Uitgave: Pensioen Bestuur & Management (PBM) nummer 4 2021

JAN BONENKAMP, ALEXANDER PAULIS EN RAOUL SALDEN, APG
Rubriek: NPC (nieuw pensioencontract)
Geplaatst op 29-10-2021

Overwegingen om in te varen
Overwegingen om in te varen

De uitdaging voor het nieuwe pensioenstelsel zit niet alleen in het vormgeven van een solide toekomstbestendig pensioenstelsel. Het zit ook in het arbeidsvoorwaardelijk voornemen om het opgebouwde pensioenvermogen in dit nieuwe stelsel onder te brengen. Invaren, dus. In deze bijdrage geven wij, op basis van de conceptwetgeving, inzicht in en richting aan de overwegingen tot het invaren van opgebouwde pensioenaanspraken en -rechten. Naast de inhoudelijke aspecten en de verantwoordelijkheidsverdeling tussen sociale partners en het pensioenfondsbestuur bij de besluitvorming.

Wat is invaren?
Als we het hebben over invaren is het van belang onderscheid te maken tussen invaren in ‘enge’ zin en invaren in ‘brede’ zin.
- Invaren in enge zin is een bijzondere interne collectieve waardeoverdracht bij de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel. De nieuwe pensioenregeling wordt vormgegeven als een premieregeling. Daarbij moeten de bestaande pensioenaanspraken (en -rechten) geconverteerd worden naar pensioenvermogen. Per individu moet een waarde bepaald worden als startpensioenvermogen voor de nieuwe pensioenregeling.
- Invaren in brede zin is de overgang van de oude naar de nieuwe pensioenregeling. Daarbij gaat het om de beoordeling van de gevolgen voor de deelnemers aan de hand van transitie-effecten. De gevolgen hebben niet alleen betrekking op de in het verleden opgebouwde pensioenaanspraken maar ook op de toekomstige pensioenopbouw. De vormgeving van de nieuwe pensioenregeling is dus ook van belang en nieuwe elementen als compensatie doorsneesystematiek en een solidariteitsreserve kunnen ook een rol spelen.
Kortom: het gaat hier om de samenhang met alle aspecten van het nieuwe stelsel.

Rolverdeling bij besluit tot invaren
Sociale partners besluiten een verzoek te doen om opgebouwde aanspraken en pensioenrechten wel of niet in te varen in de nieuwe regeling. In hun besluitvorming wegen ze ook eventuele ingebrachte standpunten mee van één of meerdere representatieve verenigingen van pensioengerechtigden en/of van gewezen deelnemers. Die krijgen namelijk een hoorrecht.
Besluiten sociale partners tot invaren, dan leggen ze een verzoek daartoe voor aan het fondsbestuur. Het bestuur besluit of het verzoek wordt uitgevoerd. Het verantwoordingsorgaan heeft een adviesrecht en het belanghebbendenorgaan een instemmingsrecht over het voorgenomen invaarbesluit van het bestuur. Bij een negatief advies van het verantwoordingsorgaan of geen instemming van het belanghebbendenorgaan moet het bestuur het voorgenomen besluit opnieuw bekijken en ook sociale partners vragen het invaarbesluit te heroverwegen. Het verantwoordingsorgaan en belanghebbendenorgaan kunnen beroep instellen bij de Ondernemingskamer als sociale partners en bestuur hun besluit handhaven.
Besluiten sociale partners niet in te varen, dan moet ook dit een evenwichtig genomen besluit zijn en beoordeelt het fonds of deze dit besluit van sociale partners deelt. Het fonds kan niet zonder verzoek van sociale partners zelfstandig besluiten tot wel of niet invaren. Indien sociale partners niet tot overeenstemming komen over arbeidsvoorwaardelijke aspecten dan kunnen sociale partners een beroep doen op de Transitiecommissie. De Transitiecommissie heeft tot doel om ondersteuning te bieden aan sociale partners die geen overeenstemming kunnen krijgen over de nieuwe pensioenregeling of de transitie daarnaartoe. Ondersteuning van de Transitiecommissie ziet toe op bemiddeling of bindend advies. De inzet van de Transitiecommissie kan gezamenlijk worden ingeroepen door de partijen die een pensioenovereenkomst ten aanzien van de sector willen sluiten.

Stappenplan invaren
Invaren is een complex proces, zowel vanuit arbeidsvoorwaardelijk als uitvoeringstechnisch perspectief. We richten ons op het arbeidsvoorwaardelijk perspectief.
Drie stappen bij invaren:
1. Willen sociale partners invaren. De wetgever heeft hier al een keuze gemaakt: de standaardoptie is invaren.
2. Op basis van welke methode wordt ingevaren. De conceptwet onderscheidt er twee: de standaardmethode en de VBA-methode.
3. Kan invaren. Dat wil zeggen, leidt invaren ook tot een evenwichtige overgang voor alle deelnemers. Onderstaande figuur geeft de drie stappen grafisch weer.

Overwegingen om in te varen (stap 1)
In alle gesprekken die sinds 2010 gevoerd worden over het vormgeven van een nieuw pensioenstelsel, is steeds het belang onderkend dat de nieuwe pensioenregels ook gaan gelden voor de bestaande pensioenen. In de conceptwetgeving is dit dan ook opgenomen. Uitgangspunt voor de wetgever is dat de bestaande pensioenen van alle (gewezen) deelnemers en pensioengerechtigden worden ingevaren in het nieuwe pensioenstelsel. Tenzij er onevenredige ongunstige nadelen optreden voor een of enkele groepen, die niet kunnen worden opgelost via compensatieregelingen. Alleen in dat geval kan volgens de wetgever van het uitgangspunt invaren worden afgezien.

Fondsoverwegingen om in te varen zijn:
- Het borgen van een evenwichtige en solidaire pensioenregeling voor de toekomst.
- Het bieden van een verbeterd perspectief op een koopkrachtig pensioen.
- Het uitvoeren van een uitlegbare en eenduidige regeling voor de deelnemers.
- Het borgen van de administratieve uitvoerbaarheid van het pensioen.
- Het van toepassing zijn van één wettelijk toezichtkader.

Overwegingen invaarmethodieken (stap 2)
Invaren in enge zin kunnen we benaderen als het vertalen van de collectieve voorziening pensioenverplichtingen (de technische voorziening) naar individuele pensioenvoorzieningen. Waarbij we rekening moeten houden met het beschikbare vermogen. Dit kan op twee verschillende manieren, de standaardmethode en de (Value Based ALM) VBA-methode.

Waarom de standaardmethode?
De standaardmethode is een relatief eenvoudige methode om de bestaande aanspraken te waarderen. Op deelnemersniveau worden op- of afslagen op de voorziening pensioenverplichtingen bepaald, zodanig dat de dekkingsgraad op exact 100% uitkomt. Het collectieve vermogen wordt over de individuele deelnemers verdeeld. Deze methode sluit aan bij de huidige wettelijke waardering, waarmee sprake is van een vertrouwde methode. Er zijn geen toekomstprojecties voor nodig, wat deze methode minder kwetsbaar maakt voor subjectieve aannames.
Kanttekening is dat de voorgeschreven open afslagen zijn afgeleid van de huidige systematiek bij een MVEV-verlaging. De standaardmethode sluit daarom minder goed aan bij de huidige FTK-regels voor dekkingsgraden die ruim boven 100% liggen.

Waarom de VBA-methode?
De VBA-methode bepaalt de marktwaarde van bestaande pensioenaanspraken en -rechten op basis van projecties, waarbij niet alleen de economie maar ook de (financiering van) nieuwe pensioenopbouw wordt meegenomen. Deze methode lijkt een nauwkeuriger waarderingsmethode omdat deze beter rekening houdt met de (asymmetrische) indexatieen kortingsregels volgens het FTK dan de standaardmethode. Bredere overwegingen spelen hierbij intrinsiek al een rol. Daar staat tegenover dat de methode complex en minder vertrouwd is en daarom moeilijk uitlegbaar. Daarnaast is de methode ook bewerkelijker in de uitvoering. Vanwege de vele, vaak arbitraire veronderstellingen die hierbij gemaakt moeten worden, is de kritiek dat er sprake is van schijnnauwkeurigheid.
Bij beide methoden moet gerealiseerd worden dat de bestaande voorziening pensioenverplichtingen een collectieve voorziening is. Dat betekent dat het niet altijd mogelijk zal zijn om de huidige waarderingsmethodieken één-op-één toe te passen. Dat is met name het geval als de individuele pensioenaanspraken nog niet vastliggen en/of collectieve waarderingsgrondslagen gehanteerd worden, die niet op een individu toepasbaar zijn. Hierbij zullen knopen moeten worden doorgehakt, waarbij de rolverdeling tussen sociale partners (verantwoordelijk voor de pensioenaanspraken) en het bestuur (verantwoordelijk voor de waardering van de pensioenaanspraken) goed in acht moet worden genomen.

Evenwichtige overgang (stap 3)
Het uitgangspunt bij de overstap naar het nieuwe pensioenstelsel is dat de transitie als geheel, dus inclusief het invaren van bestaande aanspraken, evenwichtig is. Deze beoordeling ligt bij sociale partners. Een belangrijk onderdeel van deze beoordeling zijn de transitieeffecten. De transitie-effecten brengen in kaart hoe de pensioenvooruitzichten wijzigen door de overstap van het huidige op het nieuwe contract. Transitie-effecten worden gemeten in veranderingen in het netto profijt per leeftijdscohort of deelnemersstatus. Het komen tot een evenwichtige transitie zal een iteratief proces zijn. Op het moment dat transitie-effecten niet evenwichtig (genoeg) zijn, zal eerst bekeken moeten worden of er aanvullende compensatiemogelijkheden zijn. Daarna zal moeten worden vastgesteld of in de gekozen invulling van de regeling eventueel nog aanpassingen mogelijk zijn, zonder dat dit (te veel) indruist tegen het structurele karakter van regeling. Pas als al die stappen doorlopen zijn en een evenwichtige transitie nog steeds niet mogelijk is, kunnen sociale partners gemotiveerd afwijken van het standaard invaarpad en besluiten niet in te varen.

Conclusies
Invaren moet voorkomen dat we nog jarenlang een onduidelijke situatie en inefficiënte administratie voor de deelnemer houden, omdat twee pensioensystemen naast elkaar blijven bestaan. Daarnaast moet invaren ervoor zorgen dat de beoogde voordelen van het nieuwe pensioenstelsel ook gelden voor de bestaande pensioenen en zo bijdragen aan een vliegende start van dit nieuwe pensioenstelsel. Hierbij is het van cruciaal belang dat sociale partners, vanuit hun verantwoordelijkheid voor de invulling van de oude én nieuwe pensioenregeling, samen optrekken met het bestuur van het pensioenfonds, vanuit hun verantwoordelijkheid voor de financiering van de pensioenen.