Waaghalzerij in slow motion

Uitgave: Pensioen Bestuur & Management (PBM) nummer 4 2021

THEO LANGEJAN Bijzonder bestuursadviseur en bestuursadviseur bij de Pensioenfederatie
Rubriek: NPC (nieuw pensioencontract)
Geplaatst op 30-09-2021

Waaghalzerij in slow motion

Soms duiken er in de pensioensector wel eens mensen van buiten de sector op. Interessant om goed naar hun waarnemingen te luisteren. De opvallendste van iemand die inmiddels zeer goed ingevoerd is, vond ik de constatering dat het wel lijkt of alles in pensioenland in slow motion gebeurt.

Oké, wij hebben inmiddels meer dan 10 jaar gepraat over welke nieuwe contracten we zouden moeten kiezen, maar die keus is inmiddels toch gemaakt? Het is nu 2021, waarom moet het dan allemaal nog tot 2027 duren?
Een goede vraag lijkt mij, maar tegelijkertijd zijn er mensen die de pensioensector betichten van onvoorstelbare waaghalzerij. ‘Denkt u nu echt dat je alle bestaande aanspraken kunt invaren? En hoe gaat u dat dan wel doen?’ Van Popta en Steenbeek hebben onlangs in een internationaal vergelijkend artikel over pensioenhervormingen nog eens laten zien dat dat kunstje nog nergens in de wereld is vertoond.
Beide percepties hebben hun waarde. Voor mij maakt het vooral duidelijk dat we de komende jaren koersvast moeten zijn en met één mond moeten spreken. Met ‘we’ bedoel ik dan niet alleen de pensioenfondsen, maar ook sociale partners en regering. Consequent voortgaan op de weg van het pensioenakkoord is het devies.
Laten we daarbij vooral ook heel duidelijk zijn over wat de stelselwijziging niet brengt: nee, het is geen wondermiddel waardoor het voor iedereen beter wordt. Pensioen is, om dezelfde Van Popta te citeren, niet veel meer dan ingelegde premie vermeerderd met gecumuleerd rendement afgezet tegen de levensverwachting. Dat was zo en dat blijft zo.