Uitvoering verandert in nieuw pensioenstelsel

Uitgave: Pensioen Bestuur & Management (PBM) nummer 2 2021

ARJAN VAN DE GRIEND, DIRECTEUR PENSIOENFONDSEN EN ADVIES ACHMEA PENSIOENSERVICES EN LIEKE WERNER, SENIOR PRODUCTMANAGER ACHMEA PENSIOENSERVICES
Rubriek: NPC (nieuw pensioencontract)
Geplaatst op 19-03-2021

Uitvoering verandert in nieuw pensioenstelsel
Uitvoering verandert in nieuw pensioenstelsel

De conceptwetgeving van het nieuwe pensioenstelsel is vormgegeven. Nu kan de pensioensector aan de slag om de organisatie en de systemen klaar te stomen voor de uitvoering van dat pensioenstelsel. Wat zijn de grootse wijzigingen en uitdagingen van de nieuwe contracten en wat zijn de ervaringen en belangrijkste lessen die uitvoerders van bestaande premieregelingen kunnen meegeven aan de sector die de omslag moet maken? In dit artikel lichten we graag een aantal kenmerken en de consequenties toe.

Misschien wel de belangrijkste wijziging van het nieuwe stelsel is de overgang van een toegekende aanspraak naar een toegekende premie. Niet langer wordt pensioen tijdsevenredig opgebouwd. In plaats daarvan wordt er periodiek premie toegevoegd aan een gereserveerd vermogen of kapitaalpotje waaraan rendement wordt toebedeeld. Voor de pensioenadministratie van uitkeringsregelingen waren vooral de uitkeringsduur, opbouwpercentages, pensioengrondslag en de (on)voorwaardelijkheid van toezeggingen van belang.
Opgebouwde aanspraken worden per maand of op kalenderdagen nauwkeurig vastgesteld en kunnen altijd met terugwerkende kracht worden herrekend. Met name de administratie van de juiste grondslagen en het toekennen van (gemiste) indexatie zijn van belang. Premie-inning en het toekennen van aanspraken vinden veelal gescheiden plaats. Premie-inning op basis van voorschot- en eindafrekening is hierbij gangbaar.
Bij een premieregeling zijn de premie en het behaalde rendement bepalend voor de hoogte van de aanspraak. In premieregelingen ligt de focus niet op de rechtenadministratie maar op accurate premie-inning en een het tijdig alloceren van premies. Het is gebruikelijk dat premieregelingen de loonaangifteketen volgen en de beschikbare premie maandelijks achteraf wordt bepaald.

Lieke Werner: “Dit past ook beter bij regelingen waar variabele componenten onderdeel van de premiegrondslag vormen. Die kunnen immers niet vooraf worden bepaald. Ook sluit het mooi aan bij de standaardisatie die met de uniforme pensioenaangifte wordt beoogd.”

Uitvoerders van uitkeringsregelingen kennen veelal gescheiden administraties voor het bepalen van de premies en de rechten. Bij premieregelingen kunnen deze processen niet meer los van elkaar worden uitgevoerd. In de administratie verschuift de focus van rechten en duren naar een focus op daadwerkelijke financiële stromen en tijdigheid van inning en allocatie. De gevolgen van het niet volledig aansluiten van premiestromen op beleggingen moeten binnen het fonds worden gefinancierd. Het totale belegde vermogen is immers altijd gelijk aan de optelsom van de individuele kapitalen, een eventuele solidariteitsreserve en een minimaal vereist eigen vermogen1. Vermogensbeheer en pensioenadministratie zijn niet langer gescheiden. Niet alleen de premie maar ook de behaalde rendementen zijn bepalend voor de hoogte van de individuele kapitalen. Om de hoogte van het (gereserveerde) kapitaal per deelnemer vast te stellen is een goede aansluiting van de deelnemersadministratie op het vermogensbeheer noodzakelijk.

Rendement bij Wet verbeterde premieregeling
Bij verbeterde premieregelingen vindt administratie van individuele kapitalen plaats binnen een unitadministratie. De vermogensbeheerder verdeelt het vermogen per categorie in units en bepaalt periodiek de koers hiervan. Door het aggregeren van alle beleggingsopdrachten die op deelnemersniveau zijn bepaald weet de vermogensbeheerder exact in welke categorieën welk vermogen moet worden belegd. In een unitadministratie is altijd sprake van een naadloze aansluiting tussen het totale belegde vermogen en de verdeling van deze vermogens over de individuele deelnemers. We noemen dit ook wel het expliciet toedelen of bottom-up collectief beleggen. Het collectieve beleggingsbeleid sluit altijd exact aan bij de optelsom van de individuele risicohoudingen van de leeftijdscohorten. De risicohouding per leeftijdscohort wordt bij het vormgeven van de regeling vastgesteld.

Arjan van de Griend: “We werken nauw samen met Investment Management om kennis te delen en te verkennen waar welke verantwoordelijkheden zijn bij het nieuwe contract. Op bepaalde onderdelen zoals lifecycle design, risicobereidheid en ALM-studies zullen we intensiever gaan samenwerken. Dat raakt zowel advies als vermogensbeheer. Actuarissen met kennis van vermogensbeheer en vermogensbeheerders met kennis van premieregelingen en zorgplicht.”

Rendement in het nieuwe contract
Ook in het nieuwe contract wordt de aanspraak bepaald door premie en rendementen. Ook hier moet een kapitaal per deelnemer worden geadministreerd. Elke maand wordt een deel van de premie bijgeschreven en zal een deel van de premie worden toegevoegd aan de solidariteitsreserve. Er wordt eveneens collectief belegd maar toedeling van resultaat vindt hier niet expliciet maar impliciet plaats. De administratie van individuele kapitalen en het collectieve vermogen zijn niet gekoppeld. Idealiter is het collectieve beleid een optelsom van het beleid per leeftijdscohort, maar er is ruimte om hiervan af te wijken. Per cohort wordt rendement toebedeeld in de pensioenadministratie, waarbij de som van alle toedelingen exact overeen moet komen met het totaal behaalde rendement. Deze aansluiting wordt niet per definitie bereikt zoals bij expliciete toedeling in de vorm van unitpricing.
Als gevolg van in- en uitstroom zal de verdeling van het vermogen over de verschillende cohorten gedurende een periode verschuiven. Grote verschuivingen tussen de cohorten kunnen aanleiding zijn voor een aanpassing van het collectieve beleggingsbeleid. Voor het nieuwe contract zijn frequente gegevensuitwisseling over kapitaalstromen tussen cohorten en de toegedeelde rendementen van belang. Hoewel in het nieuwe contract geen sprake is van een gekoppelde administratie zal ook hier gegevensuitwisseling nodig zijn tussen de pensioenadministratie en vermogensbeheer. In het nieuwe contract is het totale collectieve vermogen gelijk aan de som van individuele kapitalen en de solidariteitsreserve en is onderdekking zoals bij uitkeringsregelingen niet mogelijk.

Communicatie en verantwoording
Een deelnemer ziet maandelijks zijn kapitaal groeien met ingelegde premies. Bij expliciete toedeling heeft een deelnemer door dagelijkse unit-prijzen altijd inzicht in de ontwikkeling van zijn kapitaal. De deelnemer ziet waarin wordt belegd en het rendement dat hierop is behaald. Vermogensbeheer rapporteert periodiek over de performance van de verschillende assets en de bijbehorende beheer- en transactiekosten. Deelnemerscommunicatie bestaat niet uit het tonen van opgebouwde en bereikbare pensioenuitkeringen, maar uit dagelijks fluctuerende kapitalen. Deelnemers projecteren actuele economische ontwikkelingen en beurskoersen op de behaalde rendementen. Instroom van premies en/of waardeoverdrachten zullen voor deelnemers direct zichtbaar moeten zijn in het kapitaal. Dit vraagt om actuele informatie en goed verwachtingsmanagement in communicatie- uitingen en op deelnemersportalen.

Lieke Werner: “De communicatie-uitingen en keuzearchitectuur bij premieregelingen zijn veel actueler en interactiever. Dit betekent andere klantreizen en vraagt veel meer digitalisering en straight through processing. Dat verwachten deelnemers. Dit betekent dat ook businessanalisten en communicatiemedewerkers soms een omslag moeten maken.”

Ook in het nieuwe contract zal periodiek rendement worden toebedeeld en zullen deelnemers het kapitaal zien groeien door premies en rendementen. Deelnemers verwachten in dit contract actuele informatie. Het jaarlijks toedelen van resultaat is niet afdoende en zal in de opbouwfase (minimaal) maandelijks moeten plaatsvinden2. Het individueel toebedeelde rendement is in het nieuw contract niet zoals bij de bestaande premieregelingen te herleiden tot de rendementen van individuele beleggingscategorieën en onderliggende beleggingsfondsen. Een positief collectief rendement kan op cohortniveau als gevolg van toegekend beschermingsrendement omslaan in een tekort en andersom. De vraag is hoe hier de communicatie naar deelnemers en de verantwoording over het gevoerde beleggingsbeleid het best kan worden vormgegeven. Moeten deelnemers worden meegenomen in de (herverdelings)effecten van de toedeling of volstaat het communiceren van toegekende beschermings- en overrendement per cohort? Belangrijke doelstelling van het nieuwe stelsel is weliswaar transparantie maar dit leidt in de praktijk niet altijd tot meer begrip.

Conclusie
Premieregelingen verschillen op een aantal belangrijke onderdelen met uitkeringsregelingen. De overgang van toezeggingen in uitkering naar premies en kapitalen is van invloed op meerdere processen. De focus verschuift van het administreren van gegevens die van belang zijn voor garanties en voorwaarden naar gegevens die bepalend zijn voor premie-inning en actuele beleggingen. Als kapitalen de aanspraak worden is het niet meer mogelijk om de administratie van het kapitaal en de aanspraak los te koppelen. In het nieuwe stelsel is niet langer sprake van een dekkingsgraad. Het totale vermogen is immers altijd de optelsom van de individuele kapitalen en een eventuele solidariteitsreserve. Dat betekent dat we geen geld kunnen beleggen of toekennen wat er niet is. Dit vereist een naadloze aansluiting van de werkelijke financiële stromen op beleggingen en toedelingen. Deelnemers verwachten actuele en correcte informatie over de ontwikkeling van hun kapitalen. De pensioenadministratie en beheer van het vermogen kunnen niet langer volledig worden ontkoppeld en zullen intensief moeten gaan samenwerken. Dit vergt naast integratie van systemen ook kennisuitwisseling en samenwerking tussen de verschillende disciplines.

1 Het is nog niet duidelijk hoe in het nieuwe contract moet worden omgegaan met kredietrisico en een eventuele kosten of algemene voorziening. Dit zal mogelijk worden ingevuld bij de detailuitwerking.
2 Het is voor het bepalen van de aanspraken bij gebeurtenissen als verdeling bij echtscheiding en waardeoverdrachten van belang dat het rendement frequent wordt toebedeeld niet op slechts 1 moment in het jaar.