“Verbinding met de sector is heel goed in ons bestuur verankerd"

Uitgave: Pensioen Bestuur & Management (PBM) nummer 2 2022

INTERVIEW: ALFRED KOOL MCC, VAKREDACTEUR PBM
Rubriek: PFG (Pension Fund Governance)
Geplaatst op 04-05-2022

“Verbinding met de sector is heel goed in ons bestuur verankerd

In deze uitgave van PBM staat communicatie centraal. Een belangrijk thema voor de pensioensector, zeker in de aanloop naar het nieuwe stelsel. Als het bereiken van de deelnemer onder normale omstandigheden al lastig is, hoe neem je hem dan mee op de uitdagende transitietrip? De wijsheid op dit vlak heeft niemand in pacht, maar bij PMT gebeuren op communicatievlak toch wel hele interessante dingen. We gingen in gesprek met Terry Troost en Jos Brocken, respectievelijk werkgevers- en werknemersvoorzitter van het bedrijfstakpensioenfonds voor de sector Metaal en Techniek. Twee ervaren bestuurders met een nuchtere en praktische kijk op communicatie, en nog veel meer.

Hoe zien jullie de transitie naar het nieuwe stelsel vanuit communicatieperspectief?
Jos Brocken: “Wat mij opvalt is dat we binnen de sector de complexiteit van bestaande regelingen al vanzelfsprekend vinden. Kijk alleen al naar de waardering van je verplichtingen. We zijn eraan gewend geraakt. En vanuit die werkelijkheid maken we ons zorgen over de complexiteit van de verandering. Maar de oude wereld was ook niet simpel, laten we dat niet vergeten.”
Terry Troost: “Als je kijkt naar communicatie, zie ik twee niveaus. Fondsen onderling, inclusief communicatie met de toezichthouders. En de communicatie met de deelnemers, de achterban, gepensioneerden, werkgevers, slapers. In mijn ogen zijn we wel heel goed in staat om het technische verhaal te vertellen, maar dat is niet het verhaal dat gaat landen bij onze deelnemers.”

Waar komt dat vandaan, dat we dat technische verhaal steeds weer willen vertellen?
Terry: “Zorgvuldigheid, volledigheid. Pensioen is een uitermate complex product. We hebben dat vanuit het verleden redelijk eenvoudig uitgelegd in de sfeer van: we hebben een pensioentoezegging, en we hebben de ambitie om die toezegging na te komen. Daar zit tevens de achilleshiel. Want de laatste jaren zien we wel de vermogens enorm stijgen, maar we kunnen steeds maar niet indexeren. Heel begrijpelijk dat deelnemers dan vragen hoe dat kan, en waar al dat geld dan blijft. Je komt dan niet meer weg met een technische uitleg. We zullen beter ons best moeten doen om het vanuit het perspectief van de deelnemer uit te leggen. Dat vereist wel een omschakeling. Onze sector zit vol met professionals die heel graag het verstandige verhaal willen vertellen. Dat is niet meer voldoende.”
Jos: “In het oude stelsel zat een schizofrenie. We hadden de vertrouwde zekerheid van pensioen. Dat hebben we zorgvuldig opgebouwd en gekoesterd. Maar in een kapitaalgedekt stelsel ben je altijd afhankelijk van economische omstandigheden. Het nFTK accepteert aan de ene kant om risicovol te beleggen en dwingt aan de andere kant je verplichtingen te waarderen tegen een risicovrije rente. Wat we sinds de financiële crisis in 2008 hebben gezien is een langere periode van economische voorspoed met voor de fondsen enorme vermogensgroei, maar tegelijk een hele lage rente en een nog grotere groei van de verplichtingen. Daardoor leven we al vele jaren met een constante dreiging van pensioenverlagingen. Dat is voor een deelnemer niet meer te bevatten. Als sector kampen we met een collectief onvermogen om het niet kunnen waarmaken van de belofte van pensioenzekerheid geloofwaardig uit te leggen. Dat heeft geleid tot een vertrouwensbreuk en daar hebben we tot op de dag van vandaag veel last van. Stel je voor dat we 15 jaar lang negatieve rendementen hadden gehad. Dat was heel triest geweest, maar dan hadden de deelnemers beter begrepen dat hun pensioen niet geïndexeerd of zelfs verlaagd kon worden.”
Terry: “Heel herkenbaar allemaal. Ook werkgevers vroegen zich wel eens af of we goed belegden. Dat is toch al snel de verklaring voor lage dekkingsgraden die mensen er zelf aan geven.”
Jos: “Het is best een lastig probleem. Als we te positief zijn over de vermogensgroei dan lopen we weer het risico dat we onrealistische verwachtingen wekken met spoedige indexatie.”

Er is vanuit PMT veel contact met deelnemers. Hoe ervaren jullie hun verwachtingen en hoe spelen jullie daarop in?
Terry: “Als wij met deelnemers in gesprek zijn die zich bijvoorbeeld afvragen of ze later wel voldoende pensioen kunnen verwachten, dan merken we vaak dat ze niet eens op de hoogte zijn van het UPO dat ze jaarlijks ontvangen. Dat belandt nog steeds vaak ongeopend in de schoenendoos. We bereiken de deelnemer nog onvoldoende met het echte verhaal.”
Jos: “Als mensen individueel contact met PMT hebben dan is het vaak op het moment dat ze bijna met pensioen gaan. Meestal verloopt dat contact dan via een van onze consulenten. Dat hebben we echt goed voor elkaar. De informatiebehoefte in die categorie deelnemers is groot. Mensen vragen zich af hoe het zit, wat ze kunnen verwachten, wat ze zelf nog kunnen of moeten doen. En het interessante is dat verreweg de meeste deelnemers positief verrast zijn over wat ze aan pensioen kunnen verwachten. Van onze consulenten horen we dat mensen vaak geen idee hebben van de omvang van hun pensioenvermogen.”
Terry: “Deelnemers realiseren zich daardoor vaak ook niet dat ze al eerder kunnen stoppen als ze dat willen. Dat heeft mij wel aan het denken gezet. We communiceren ons met alle verplichte formats een slag in de rondte, maar we bereiken de deelnemers met deze basale informatie toch nog onvoldoende.
Jos: “In dit verband zijn initiatieven als de Pensioenchecker wel van belang. Samen met onze eigen rekentools, in de mijn-omgeving op onze website, helpt het de deelnemer om inzicht te krijgen in wat hij kan verwachten.”
Terry:” Onze inzet is om in toenemende mate gebruik te gaan maken van beschikbare data. Door proactief de levensloop van onze deelnemers te monitoren weten we welke momenten ertoe doen, waardoor we gerichte informatie op maat kunnen bieden.”

Terry: “Over de website gesproken, laatst hadden we een paneldiscussie met deelnemers, over ons ESG-beleggingsbeleid. Ik zat bij een groep hoger opgeleide jongere deelnemers. Die hadden uitgesproken meningen over wat we anders zouden moeten doen. Ik vroeg of ze ons beleid kenden en weleens op onze website hadden gekeken. Daar staat bijvoorbeeld hoe we beleggen, waarin we beleggen en ons hele engagement-programma Wat bleek? Ze hadden geen idee, maar ze hadden er wel een mening over. We hebben ze dat vervolgens laten zien en ze waren positief verrast over wat daar allemaal stond en wat ons beleid was.”
Jos: “Een ander voorbeeld, uit onze bijeenkomsten voor gepensioneerden. Dat hebben we de afgelopen periode helaas vooral digitaal moeten doen, maar gelukkig kan dat nu weer fysiek. Wat bij die bijeenkomsten steevast opvalt is dat veel gepensioneerden zeggen: ík heb het wel goed, maar al die anderen niet. We merken dat mede door de negatieve beeldvorming het idee is ontstaan dat de meeste gepensioneerden het slecht hebben. Dat is jammer want de werkelijkheid is toch, meestal gelukkig anders. Wel is afgelopen twee jaar de onvrede onder gepensioneerden over het uitblijven van indexatie erg gegroeid.”

Zouden de aangesloten werkgevers een rol kunnen spelen in de communicatie over pensioen?
Terry: “Daar ligt wel een uitdaging. We hebben te maken met ruim 34.000 werkgevers. Het is best lastig om die effectief te bereiken. Het is geen homogene groep. Er zitten grote bij, maar het gemiddelde aantal werknemers is slechts rond de 12.”
Jos: “Onze communicatiestrategie is afgestemd op de kenmerken van de sector. We hebben 425.000 actieve deelnemers. Die werken bijna allemaal bij kleine bedrijven. Daar is de werkgever op de werkvloer ook het aanspreekpunt voor pensioen. Dus moeten wij ervoor zorgen dat zij ook beschikken over de noodzakelijke basiskennis. Daar ligt nog wel een uitdaging waar we veel energie in stoppen. Daar waar het werkt zien we dat het veel meer effect heeft dan bijvoorbeeld een goed ingerichte website. Voor de meeste werknemers, zeker bij kleine bedrijven, is de band met de baas nu eenmaal nauwer dan die met het pensioenfonds. De neiging om onze website te bezoeken is daardoor niet zo groot. En dan helpt het geweldig als zo’n werkgever zegt, kijk eens op die website. Daarom is het zo belangrijk dat daar de basiskennis op orde is. We moeten veel meer met beeld werken dan met tekst. Filmpjes werken heel goed. Interactief communiceren is ook heel effectief. We zien dat in bijeenkomsten maar ook bij webinars en natuurlijk in de persoonlijke contacten met onze consulenten. Een stortvloed aan informatie waar mensen niet op kunnen reageren, dat werkt gewoon niet.”
Terry: “Ook in de aanloop naar het nieuwe contract is het heel belangrijk dat de werkgevers goed zijn geïnformeerd. Het is heel fijn dat we weer fysiek het land in kunnen. Goed om de banden weer aan te halen.”
Jos: “Sociale partners staan ook voor die technische vragen. Die moeten straks in onderhandeling over de inhoud van de regeling en dan komen er allerlei vragen op van de categorie ‘onder de motorkap’. Daarom is het belangrijk dat we heel veel met sociale partners communiceren om te achterhalen welke vragen er op ze af komen en welke informatie ze nodig hebben. Daarin ondersteunen wij ze graag zo goed mogelijk, daar steken we energie in. Zij moeten straks de keuzes maken.”
Terry: “We organiseren ook kennissessies, voor sociale partners maar ook voor brancheorganisaties. Het is heel belangrijk om ze te betrekken en mee te blijven nemen want de ontwikkelingen gaan snel. Het blijft een enorme uitdaging om het technische verhaal goed over te brengen.”
Jos: “Wat daarbij wel helpt bij ons fonds is dat vrijwel iedereen die bestuurlijk betrokken is, ook daadwerkelijk geworteld is in de sector. Dat gaat ons enorm helpen. Er is een grote behoefte en wens om samen op te trekken.”

Hoe brengen jullie de risicohouding van de deelnemers in kaart?
Terry: “We zijn gewend om regelmatig een uitvraag te doen bij onze deelnemers, maar het meten van risicohouding en risicodraagvlak is best een uitdaging. Het is heel belangrijk dat deelnemers de juiste afweging maken. De vraagstelling luistert dan heel nauw, maar ook het kennisniveau van degene die de vragen gaat beantwoorden.”
Jos: “Gebrek aan relevante kennis is inderdaad een lastige drempel. We zien ook bij andere fondsen de worsteling om de juiste vragen te stellen. De meeste mensen zijn standaard erg risicoavers. Willen keuzemogelijkheden, maar vaak wordt gekozen voor de standaardoptie. Wil je keuzes goed begeleiden, dan kost dat veel geld. Ook als slechts een kleine groep daarvan gebruik wenst te maken. Die kostenafweging wordt vaak niet gemaakt.”
Terry: “Zou het niet kunnen helpen als je bij de vraagstelling ook de huidige risicohouding van je beleggingsbeleid meeneemt. Als je mensen heel vrij laat antwoorden is de kans groot dat ze neigen naar geen risico, lage kosten en een hoog rendement. Als je laat zien dat er een afhankelijkheid bestaat tussen risico en rendement, kan dat helpen om een realistischer afweging te maken bij het beantwoorden van de vragen.”
Jos: “We gaan de risicohouding zo zorgvuldig mogelijk meten, maar het mag voor ons nooit het enige criterium zijn om tot een verstandig en passend beleid te komen. Overigens hoor ik ook vaak van deelnemers dat ze van ons als bestuur verwachten dat we het goed voor ze regelen in plaats van ze met van alles lastig te vallen. Daar willen ze graag op kunnen vertrouwen. Laten we dat niet vergeten.”

PMT heeft een ferm besluit genomen over de beleggingen in de fossiele sector. Hoe waren de reacties?
Jos: “De reacties waren overwegend positief. Dat hadden we ook zo ingeschat want we hebben als onderdeel van de besluitvorming over het nieuwe klimaatbeleid eind 2021 door een onafhankelijk onderzoeksbureau verdiepende gesprekken laten uitvoeren met onze deelnemers. We hebben de dilemma’s die er lagen op verschillende manieren getoetst binnen de eigen sector. De onderzochte groepen hebben aangegeven het rendement heel belangrijk te vinden en tegelijkertijd ook te willen investeren in de energietransitie. De klimaatverandering gaat sneller dan we willen. We moeten de CO2-uitstoot echt terugbrengen. Tegelijkertijd is onze sector aan alle kanten verbonden aan fossiele brandstof, zowel qua gebruik als onderhoud. Weliswaar geen olie- en gasproducenten maar wel alles wat daaraan is verbonden. En juist binnen onze sector zit ook de innovatiekennis en -kracht die we als samenleving nodig hebben om de energietransitie mogelijk te maken. Denk aan zonnepanelen, warmtepompen, het energieneutraal maken van woningen. Het besef dat het roer om moet leeft breed binnen de sector. Maar ook het besef dat we dat samen moeten doen. Uitsluiten van deze cruciale sector zal dan averechts werken, dat is onze overtuiging. Deze noodzakelijke transitie moeten we echt samen doormaken. We moeten juist de voorhoede van de transitie stimuleren. Dat betekent dat we een actieve dialoog aan gaan met de olie- en gasproducenten. Want die moeten echt het been bijtrekken. We verlangen van ze dat ze binnen twee jaar hun ambitie uitspreken dat ze het 1,5-gradenpad halen en dat aantonen met concrete plannen. We stellen duidelijke doelen. Zien we geen resultaat, dat ligt uitsluiting als instrument nog steeds op tafel. We kijken ernaar uit om hier samen met andere institutionele beleggers in op te trekken. Met die vele honderden miljarden moeten we toch kracht kunnen ontwikkelen om de transitie te accelereren. Wij geloven daar in ieder geval in en het is ook echt nodig. Bedrijven die uiteindelijk niet mee willen in de energietransitie hebben in de toekomst geen bestaansrecht meer. Daar wil je niet meer in investeren. We hebben er daarom alle belang bij om onze sector actief mee te nemen in die transitie. En met zogenoemde impactinvesteringen willen we bedrijven niet alleen stimuleren maar ook helpen om de omslag naar hernieuwbare energie versneld en succesvol te maken. Op onze website is onze engagement benadering heel transparant weergegeven. Zo kan iedereen zien wat we doen (https://www.pmt.nl/ over-pmt/beleggen/in-gesprek/). We zijn al door andere fondsen benaderd. Ze willen graag aansluiten bij de beweging die wij nu gaan maken. Zo kunnen we ook aan de fondsenkant de krachten bundelen. Dat is bemoedigend. Onze eerste verantwoordelijkheid als pensioenfonds is zorgen voor een goed pensioen. Maar onze achterban voelt zich in toenemende mate ongemakkelijk als we dat realiseren door te investeren in ongewenste zaken als kinderarbeid en tabaksproducenten. Vandaag de dag verlangen onze deelnemers van ons dat we het pensioenvermogen zodanig beleggen dat het actief bijdraagt aan het in stand houden van een leefbare wereld. Want wat heb je over 30 jaar aan een goed pensioen in een onleefbare wereld? Dat besef leeft inmiddels heel breed bij onze achterban. En daar zetten we ons dan ook met volle overtuiging voor in. De Parijsdoelen moeten we echt halen, daar is geen twijfel over.”