Carel Petersen: “Het ging nooit om mij, maar om de inhoud”

Uitgave: Pensioen Bestuur & Management (PBM) nummer 3 2022

ALFRED KOOL MCC, VAKREDACTEUR PBM
Rubriek: PFG (Pension Fund Governance)
Geplaatst op 12-07-2022

Carel Petersen: “Het ging nooit om mij, maar om de inhoud”

Dit is de laatste PBM, in ieder geval onder hoofdredacteurschap van oprichter Carel Petersen. Sinds de start van PBM, nu bijna 20 jaar geleden, is er nooit een artikel van zijn hand in het blad verschenen. Opmerkelijk, want Carel heeft in zijn professionele leven juist veel publicaties op zijn naam staan. Het tekent deze erudiete man die stelselmatig de schijnwerpers meed en zich concentreerde op de inhoud. Samen met een hecht gelegenheidsteam van niet de minsten. Zelfs Klaas Knot zat vele jaren in de redactieraad. Carels’ gezondheid noopt hem nu te stoppen. Hoogste tijd voor een kennismakingsinterview.

Je besluit om te stoppen met PBM betekent ook de afsluiting van een lange en veelzijdige loopbaan in de pensioensector. Aangezien je geen actuaris bent durf ik jou wel de vraag te stellen: hoe ben je er ooit in terecht gekomen?
Carel Petersen: “In 1975 ben ik afgestudeerd als econoom aan de UvA. Mijn eerste baan was bij de Sociale Verzekeringsraad. Vervolgens ben ik als wetenschapper gaan werken bij de faculteit Economie aan de Erasmus Universiteit, en daar ben ik later, in 1983 ook gepromoveerd. Ik publiceerde in die tijd veel artikelen, ook internationaal. Aanvankelijk veel over de WAO en de daaraan gekoppelde verborgen werkeloosheid. Daarmee heb ik zelfs het journaal gehaald. Op enig moment kwam ik op het idee om i.v.m. de vergrijzing naar de AOW te kijken. Ik heb toen in ESB een artikel gepubliceerd met de veelzeggende kop ‘Toekomst AOW: verdubbeling premies of halvering van de uitkeringen’. Dat was destijds – 1984 – voor PGGM aanleiding om contact met mij op te nemen. Zo stapte ik de pensioenwereld binnen. ’84 was ook om een andere reden voor mij een bijzonder jaar. Marja en ik zijn toen getrouwd.
Na PGGM ben ik benaderd door de Pensioen en Verzekeringskamer (PVK), de toenmalige toezichthouder, als directeur. Vervolgens een flink aantal jaren als zelfstandig adviseur voor heel wat fondsen gewerkt, maar ook voor vele andere financiële dienstverleners. Ik heb in die tijd hele mooie projecten mogen ontwikkelen en begeleiden.
Eerste helft jaren ’90 heb ik het initiatief genomen om een handboek over pensioen op te zetten. Dat werd met enthousiasme ontvangen, en in 2002 verscheen een geheel herziene versie, in nauwe samenspraak met tal van grote partijen als ABP, PGGM en PME. De titel van dat handboek was ‘Bestuur & Management van pensioenen’, en ik weet nog dat Dick de Beus destijds de suggestie deed om een jaarlijkse update te overwegen, gelet op de snelle ontwikkelingen in de sector. Voor een compleet handboek was dat veel te bewerkelijk, maar het zette me wel aan het denken. Zo is het idee ontstaan voor een blad. En met deze aanloop zal het je niet verbazen dat de titel van het blad ‘Pensioen Bestuur & Management’ werd. De grote partijen met wie ik al samenwerkte voor het boek, vonden het heel belangrijk dat een dergelijk blad er kwam en hebben daar in de opstartfase ook budget voor beschikbaar gesteld. Dat was heel welkom maar ik heb wel meteen gezegd dat het blad zo snel mogelijk op eigen benen moest kunnen staan. En dat is ook gelukt. John Neervens, destijds directievoorzitter van ABP, was de eerste voorzitter van de Raad van Advies.”

Je begon met het magazine, maar daarna volgden meer activiteiten.
Carel: “Inderdaad, in de loop van de tijd hebben we de activiteiten uitgebreid. Eerst kwam het PBM Pensioensymposium erbij, en daarna de zogenoemde dossierreeks. Dat werd een hele serie handzame boeken over relevante deelonderwerpen in de sector. Praktisch geschreven, met tips en casuïstiek. Dat werd een groot succes. Het eerste deel, Potje Pensioenen, kende een oplage van maar liefst 120.000. Dat is best veel voor een pensioenboek. Doel van PBM was bij de start: verdere professionalisering van de sector. Dat is in feite nog steeds de drijfveer.”

Is er sinds de oprichting veel veranderd?
Carel: “Allereerst het aantal pensioenfondsen. Dat waren er bij oprichting zo’n 800. Daarvan bestaan de meesten niet meer. Het speelveld is daarmee veranderd. Het belegd vermogen is ongeveer vier keer zo groot als 20 jaar terug. En natuurlijk de grote veranderingen in de sector zelf, nu resulterend in de overgang naar een nieuw stelsel. En de afgelopen jaren zijn de eisen aan deskundigheid en geschiktheid van bestuurders fors verzwaard. Mede daardoor is de relevantie voor PBM alleen maar toegenomen. Ik durf te zeggen dat elke uitgave waarde toevoegt in het kader van permanente educatie. De kwalitatieve lat ligt hoog. Ik ben er trots op dat we dat met elkaar door de jaren heen hebben kunnen handhaven.”

En dan waren er ook nog de communicatieprijzen
Carel: “Ja, daar zijn we in 2007 mee begonnen. Ook weer om de pensioenfondsen te helpen. In de toen nieuwe pensioenwet werden voor het eerst eisen gesteld aan communicatie. En het toezicht zou in handen komen van AFM. Daarover werd veel gemopperd. Met de communicatieprijzen wilden we juist verbetering stimuleren. Elk jaar met een serieuze vakjury met een aansprekende voorzitter. Dat werkte heel goed. Bij menig fonds staan de prijzen nog steeds op een prominente plek te pronken. We zijn een paar jaar geleden gestopt met de prijzen, op een hoogtepunt. Dat getuigt van kracht.”

Welke tips wil je bestuursleden meegeven voor de toekomst?
Carel: “Twee belangrijke tips: handel zoveel mogelijk proactief, houd regie en wees minder behoudend. Als tweede tip geef ik mee: werk aan draagvlak. Dat is de komende jaren essentieel. Het vertrouwen is nog veel te laag. De sector kan in dit verband nog leren van de beroepspensioenfondsen. Die moeten periodiek hun representativiteit aantonen. Misschien zou dat voor alle fondsen moeten gelden. We moeten deelnemers niet alleen informeren maar vooral involveren.”

Wat maakt de pensioensector anders dan andere?
Carel: “De mogelijkheid tot samenwerking. Pensioenfondsen zijn geen concurrenten van elkaar. De professionele sfeer heb ik altijd als prettig en constructief ervaren.”

Jij hebt door de jaren heen altijd alle relevante partijen en personen weten te verbinden. Ik zie het zelf als een combinatie van charme en doortastendheid. Wat is je geheim?
Carel: “Dat is moeilijk om van jezelf te zeggen. Ik probeer altijd duidelijkheid te geven. Weten wat je wilt, dat wordt doorgaans wel gewaardeerd. We hebben in totaal 80 nummers gemaakt, waarbij ik met zo’n 1.000 auteurs te maken had. Dat ging altijd bijzonder plezierig. Ook daarbij gold altijd: duidelijk zijn en goede afspraken maken.
Wat misschien ook wel heeft geholpen is dat ik er altijd naar heb gestreefd niet zelf op de voorgrond te treden. Dat is ook de reden dat ik nooit zelf artikelen heb gepubliceerd in PBM. En ook op het symposium heb ik altijd bewust het podium gemeden. Het gaat niet om mij maar om de inhoud. En we hebben altijd aansprekende voorzitters gehad. Uit die eerste jaren herinner ik me nog voormalig ministers Bert de Vries en Elco Brinkman. Ze kwamen allemaal graag. En wat dacht je van sprekers als Larry Fink, ceo BlackRock. Hebben we tweemaal op het podium gehad. Wie kan dat nou zeggen. Misschien nog wel het belangrijkste is dat je door de jaren heen een ervaren en kundig team bij elkaar weet te krijgen én houden. Dat is altijd heel goed gelukt, zowel raad van advies als redactieraad. En natuurlijk een betrokken eindredacteur, vormgever en fotograaf. Met elkaar zijn we eigenlijk een soort PBM-familie geworden, tenminste zo voelde dat.”

Je zet er nu een punt achter. Hoe kijk je terug?
Carel: “Vooral met een voldaan gevoel. Als ik zo mijn loopbaan beschouw, met in het bijzonder de 20 PBM-jaren, maar ook mijn mooie gezin met Marja en onze zoon en dochter, dan voel ik me een bevoorrecht mens. En als het tot een doorstart van PBM zou komen dan zou ik dat geweldig vinden. Ik ervaar alleen al het initiatief als een eer en zal het dan ook volledig ondersteunen.”

We hebben al veel besproken, maar één persoon mag niet ontbreken in dit interview.
Carel: “Zeker niet! Zonder Marja was er geen PBM geweest. We hebben het al die 20 jaren echt samen gedaan. Maar Marja wilde absoluut buiten beeld blijven, letterlijk en figuurlijk. Zij is echt de stille kracht achter PBM.”