Pak door naar onafhankelijke bestuurders

Uitgave: Pensioen Bestuur & Management (PBM) nummer 2 2021

ROELAND VAN VLEDDER, ONAFHANKELIJK BESTUURDER PENSIOENFONDSEN EN VOORZITTER RVC VAN EEN VERZEKERINGSMAATSCHAPPIJ.
Rubriek: PFG (Pension Fund Governance)
Geplaatst op 12-04-2021

Pak door naar onafhankelijke bestuurders

Alle aandacht is in de afgelopen jaren uitgegaan naar het pensioenakkoord. Met het verschijnen van de hoofdlijnennotitie van minister Koolmees lijken de contouren van een nieuw stelsel nu helderder te worden. En die duidelijkheid is goed, zeker nu we in de afgelopen tijd ook nog wat meer zicht hebben gekregen op de (lange) weg ernaar toe in de vorm van het transitie FTK.

De hoofdlijnennotitie besteedt geen aandacht aan de gevolgen die het stelsel heeft voor (de samenstelling van) pensioenfondsbesturen. De laatste keer dat hierin wijzigingen zijn aangebracht is bij de introductie van de Wet versterking bestuur pensioenfondsen in 2015. Toch is er met de komst van het nieuwe stelsel alle reden om hier wel over na te denken. Met de Wet versterking bestuur pensioenfondsen is een eerste aanzet gegeven om de mogelijkheid te scheppen het bestuur te versterken met onafhankelijke of expertleden. Dit om een one tier board mogelijk te maken of een geheel onafhankelijk bestuur te benoemen. Van deze mogelijkheden wordt in toenemende mate gebruik gemaakt. De invoering van IORP II heeft dit proces in een aantal gevallen nog versterkt. Ik gebruik hier de termen onafhankelijk en expert en niet professioneel. Vertegenwoordigers van werkgevers(organisaties), werknemers(organisaties) en gepensioneerden leveren veelal professioneel werk.

Risicogedreven besturen
Pensioenfondsen hebben een ontwikkeling doorgemaakt, die in de jaren daarvoor al had plaatsgevonden bij banken en verzekeraars. Met name de versterking van het risicobeheer en risicodenken door invoering van het threelines- of-defense model lijkt regelrecht overgenomen te zijn uit die sectoren. En ook de toezichthouder kijkt steeds meer naar pensioenfondsen zoals naar andere financiële instellingen. Bij de introductie van de PPI en APF waren deze pensioeninstellingen dan ook de eerste die wel een vergunning van DNB nodig hadden om hun activiteiten te mogen uitvoeren. Voor alle overige pensioenfondsen geldt deze vergunningplicht (nog) niet, maar volstaat een meldingsplicht.
Wat bleef in de afgelopen jaren is de sterke invloed van sociale partners in het bestuur van pensioenfondsen. Het paritair model is nog steeds het meest gebruikte model. En in een omgekeerd gemengd model vormen vertegenwoordigers van werkgever(s) en werknemers/ gepensioneerden het niet-uitvoerend bestuur, dat medebeleidsbeslisser is en toezicht houdt op dat beleid. In een onafhankelijk model tenslotte houden zij een belangrijke invloed op beleidsbeslissingen in het belanghebbendenorgaan.

Het belang van sociale partners is nog eens duidelijk geworden bij de totstandkoming van het pensioenakkoord. Zij zaten aan tafel om met de politiek een akkoord uit te onderhandelen. En zij zijn het die in de transitie naar een nieuwe regeling belangrijke beslissingen mogen en moeten nemen. Zo zijn ze verantwoordelijk voor de keuze van de nieuwe regeling, het nieuwe contract of de verbeterde premieregeling. De vormgeving van dat nieuwe contract, zoals toedeling rendement, solidariteitsreserve. En de invaarregels en compensatie. Ze zijn betrokken bij het vaststellen van de risicohouding. Voor de pensioenfondsbesturen ligt er een belangrijke taak de sociale partners te ondersteunen bij het maken van deze keuzes. Uiteindelijk blijft voor de pensioenfondsbesturen slechts de beslissing over of zij willen en kunnen aanvaarden wat sociale partners hebben afgesproken.

Tijd voor PFG 3.0
De essentie van het Pensioenakkoord is dat alle risico’s uiteindelijk worden neergelegd bij de deelnemers. Sociale partners houden hun rol in het cao-overleg waarin onder meer wordt bepaald hoeveel de bijdrage van werkgever en werknemer is. Maar zodra de premie is ingelegd, is het een aanspraak van de deelnemer met alle risico’s die dit voor hem of haar met zich meebrengt. Het is ook de deelnemer die in toenemende mate gevraagd kan worden zelf keuzes te maken. Groener beleggen, meer of juist minder risico nemen en/of bedrag ineens opnemen. Allemaal beslissingen die bij de individuele deelnemer komen te liggen als er gekozen wordt voor de verbeterde premieregeling. Het pensioenfonds lijkt steeds meer op een financiële instelling die de dienstverlening op de individuele deelnemer gaat toespitsen. En niet meer op het traditionele pensioenfonds waar het beheren van aanspraken, het doen van uitkeringen en het collectief beleggen centraal staat. De vraag is dan ook hoe we de invloed en belangen van de deelnemer beter kunnen borgen.

Belangen borgen in onafhankelijk bestuur
Ten eerste zou ieder pensioenfonds moeten beschikken over een vergunning van DNB. Waarom geldt dit voor een PPI en APF wel en voor andere fondsen, in veel gevallen groter van omvang, niet? Een vergunning van DNB maakt het toezichtkader niet alleen gelijk maar ook veel helderder. Een pensioenfonds ontwikkelt zich tot een financiële instelling die in veel opzichten gelijk is aan een bank of een verzekeraar. De toezichthouder stelt eisen aan die vergunning en controleert of de instelling daaraan blijft voldoen. Indien de belangen van de deelnemers geschaad dreigen te worden, kan de toezichthouder ingrijpen. In het ergste geval van mismanagement kan de toezichthouder de vergunning intrekken en een vorm van resolutiemechanisme in gang zetten. De toezichthouder bewaakt de financiële stabiliteit in Nederland. Ons pensioenstelsel is daar een essentieel onderdeel van.
Ten tweede zou onderzocht kunnen worden of een pensioenfonds in de vorm van een coöperatie zou kunnen gaan opereren. Een coöperatie is een bijzondere vorm van vereniging die tot doel heeft in bepaalde stoffelijke behoeften van haar leden te voorzien (art. 2:53 BW). De coöperatie drijft hiertoe een onderneming. Een deelnemer wordt automatisch lid van de coöperatie en verkrijgt daarmee zeggenschap in de onderneming die zijn of haar pensioen uitvoert.

Het pensioenfondsbestuur van de toekomst zal zo gaan bestaan uit onafhankelijke bestuurders van een vergunningplichtige financiële instelling die benoemd worden en verantwoording afleggen aan de mensen waarvoor we het allemaal doen: de deelnemers.

Dit artikel is geschreven op persoonlijke titel.