Belastingbeleid en Internationaal MVB

Uitgave: Pensioen Bestuur & Management (PBM) nummer 4 2021

ARNO ELIËNS, ZELFSTANDIG BELASTINGADVISEUR
Rubriek: PFG (Pension Fund Governance)
Geplaatst op 11-01-2022

Belastingbeleid en Internationaal MVB

Onder het Convenant Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Beleggen (IMVB) vallen ook ‘Belastingen’ als onderdeel van het thema Governance. Dat betekent dat pensioenfondsen een beleid dienen te formuleren hoe om te gaan met de belastingmoraal van de ondernemingen waarin zij investeren. In deze bijdrage ga ik in op de mogelijkheden die pensioenfondsen hebben om hieraan invulling te geven.

In toenemende mate zijn er in de media berichten van bedrijven die structuren gebruiken om hun belastinglast te verminderen. Bekende voorbeelden zijn de zogenoemde Panama Papers en Paradise Papers. Daarin staan personen en ondernemingen die zich formeel gevestigd hebben in landen die geen of zeer lage belastingtarieven hebben (zogenoemde belastingparadijzen).
Daarnaast zijn er de bekende staatssteun belastingprocedures bij het Europese Hof tegen lidstaten die bepaalde multinationals belastingvoordelen zouden hebben gegeven (onder andere de zaken Fiat, Apple en Starbucks). Deze lidstaten hebben belastingafspraken gemaakt met deze multinationals waardoor zij weinig belastbare winst hoeven te rapporteren, doordat zij bijvoorbeeld aanzienlijke bedragen aan royalty’s betalen aan zusterbedrijven in andere landen voor het gebruik van merkrechten of productieformules.

Beursgenoteerde ondernemingen
In hun tax policy kunnen pensioenfondsen weergeven welk belastingbeleid zij acceptabel vinden van de ondernemingen waarin zij investeren. Om dit te toetsen is er voor Nederlandse beursgenoteerde ondernemingen de Tax Transparency Benchmark van de Vereniging van Beleggers voor Duurzame Ontwikkeling (www.vbdo.nl) beschikbaar. In dit jaarlijkse onderzoek wordt onder andere onderzocht of de onderneming belastingen ziet als onderdeel van hun sustainable strategy. Of dat belastingen worden beschouwd als profit centre (bijvoorbeeld of gebruik van belastingparadijzen wordt uitgesloten) en of voldaan wordt aan het principe van ‘Respect the spirit of the law’. Hiermee is er een handvat beschikbaar voor (de vermogensbeheerders van) pensioenfondsen om het belastingbeleid van de onderneming te toetsen aan de criteria in de tax policy van het pensioenfonds en dit te gebruiken in een aandeelhoudersvergadering en uiteindelijk ook in de selectie van beleggingen.

Niet-beursgenoteerde fondsstructuren
Een andere beleggingscategorie zijn de nietbeursgenoteerde fondsstructuren die worden aangeboden aan pensioenfondsen. Hoewel er een veelheid aan structuren bestaat, zijn het vaak internationale structuren die vormgegeven zijn op een wijze waarin belastingen geminimaliseerd worden. Het minimaliseren van belastingen in een investeringsstructuur is in beginsel ‘sound business practice’. In de tussenliggende investeringsvehikels wordt immers nagenoeg geen economische waarde gecreëerd. Het wordt echter anders als een belastingstrategie wordt gebruikt om de belastinggrondslag uit te hollen op het niveau waar wel economische waarde wordt gecreëerd.

Een klassiek voorbeeld is een Luxemburgs vastgoedfonds bestaande uit meerdere investeringslagen. Op het onderste niveau vinden we de lokale vastgoedvennootschappen, met mogelijk daarboven een lokale holdingvennootschap. Boven de lokale vennootschappen treffen we een Luxemburgse holdingstructuur. Op het hoogste niveau vinden we een Luxemburgs fonds dat voor belastingdoeleinden wordt genegeerd (zogenoemd fiscaal transparant). De vennootschappen in de structuur zijn doorgaans normaal belastingplichtig, maar de grondslag wordt verminderd door leningen verstrekt door een vennootschap op een hoger niveau. Voorts kunnen dividenden doorgaans belastingvrij worden uitgekeerd naar een vennootschap op een hoger niveau onder een deelnemingsvrijstelling. Een dividenduitkering van de Luxemburgse tophoudstervennootschap naar het fiscaal transparante fonds zou mogelijk wel belast worden (omdat het fonds fiscaal wordt genegeerd wordt het gezien als een uitkering aan de investeerders). Uitkering van dividend vindt op dat niveau echter niet plaats. In plaats daarvan wordt de winst naar een hoger niveau gebracht door inkoop van aandelen, terugbetaling van kapitaal of winstdelende leningen. De instrumenten die hierboven genoemd zijn en de fiscale consequenties die daaraan verbonden worden, zijn algemeen aanvaard. In het totale beeld zien we echter dat winstuitkeringen tot op het hoogste niveau onbelast genoten worden waar zonder deze structurering er mogelijk wel dividendbelasting geheven zou worden. Daarnaast worden de investeringen geheel met eigen vermogen gedaan waar wel rente wordt afgetrokken van de lokaal belastbare winst. Daarmee is duidelijk dat het gebruik van deze instrumenten geen economisch doel heeft en een dergelijke structuur fiscaal gedreven is. Het meest opmerkelijke aan het investeren in deze structuren is dat voor Nederlandse pensioenfondsen de structurering soms geheel onnodig is. In door Nederland gesloten belastingverdragen is vaak een bijzondere positie (vrijstelling of reductie) voor pensioenfondsen geregeld. In een fiscaal transparante structurering zou voor een Nederlands pensioenfonds eenzelfde belastingresultaat behaald kunnen worden. Er wordt echter vaak voor een dergelijke fiscaal gekunstelde structuur gekozen om andere (internationale) investeerders te faciliteren.
In de praktijk zien we vaak dat deze investeringen substantiële bedragen betreffen waarbij het belang echter beperkt is (ca. 5-10%). In een dergelijke situatie kan een individueel pensioenfonds geen alternatieve investeringsstructuur afdwingen. Niettemin pleit ik voor een duidelijke positie in het belastingbeleid van een pensioenfonds dat niet (meer) geïnvesteerd wordt in fiscaal gekunstelde structuren. Daarmee wordt een duidelijk signaal gegeven aan vermogensbeheerders om alternatieve structuren aan te gaan bieden.

Ten slotte
Belastingrecht is in beweging, nu nog meer dan vroeger. Landen nemen diverse maatregelen om mismatches tussen belastingregimes te voorkomen (ook op Europees niveau). Toch zijn er nog veel mogelijkheden om fiscaal voordelig te structureren. Gelukkig is ook de belastingmoraal in beweging: wat voorheen acceptabel was vinden we nu niet meer aanvaardbaar. En wat nu gangbaar is, zal mogelijk in de toekomst onder vuur liggen. Beleid formuleren is vooruitzien, zeker met het oog op de langetermijnbeleggingshorizon van pensioenfondsen. Belastingbeleid is voor veel pensioenfondsen nieuw en complex, maar als onderdeel van maatschappelijk verantwoord beleggen ook steeds relevanter. Voldoende reden om nu stappen te gaan zetten.