Controle over ESG-risico’s en invloed op duurzame samenleving

Uitgave: Pensioen Bestuur & Management (PBM) nummer 3 2022

BARTHOLD KUIPERS, PRINCIPAL EXPERT ON PENSIONS POLICY, EUROPEAN INSURANCE AND OCCUPATIONAL PENSIONS AUTHORITY (EIOPA)
Rubriek: Risicomanagement
Geplaatst op 07-07-2022

Controle over ESG-risico’s en invloed op duurzame samenleving

De oorlog in de Oekraïne en de coronapandemie hebben het belang aangetoond van een effectief risicobeheer door pensioenfondsen. Deze gebeurtenissen hebben een breed scala aan risico’s blootgelegd. Niet alleen de beleggings- en renterisico’s, maar ook ICT-risico’s door thuiswerken en de toenemende dreiging van cyberterreur. Daarnaast heeft de inflatie de kop opgestoken, onder andere door de problemen in de toeleveringsketens en de hoge grondstoffenprijzen. Dit is een risico voor pensioendeelnemers, omdat het de koopkracht van opgebouwde pensioenen uitholt.

De recente gebeurtenissen kunnen we niet los zien van wellicht de grootste uitdaging van deze tijd: klimaatverandering. Onderzoek suggereert dat uitbraken van epidemieën vaker zullen voorkomen door klimaatverandering1. De oorlog in de Oekraïne heeft nogmaals onze afhankelijkheid aangetoond van fossiele energiebronnen, namelijk gas, olie en steenkool. Een transitie naar een koolstofneutrale samenleving is essentieel om te voorkomen dat de opwarming van de aarde en de daarmee gepaard gaande schadelijke gevolgen voor ecosystemen en het welzijn van mensen blijven toenemen. De opwarming van de aarde brengt ook risico’s met zich mee voor pensioenfondsen via beleggingen in bedrijven en onroerend goed in kwetsbare gebieden, bijvoorbeeld voor overstromingen of bosbranden. Daarnaast kan de transitie naar een klimaatneutrale economie, vooral wanneer deze laat en abrupt is, leiden tot waardedalingen van beleggingen in CO2-intensieve sectoren. In het akkoord van Parijs hebben landen afgesproken de temperatuurstijging te beperken tot 2°C en te streven naar een stijging van 1,5°C. De Europese klimaatwet bindt de lidstaten de netto uitstoot van broeikasgassen te beperken tot nul in 2050, en een beperking van de temperatuurstijging tot 1,5°C. Een duurzame samenleving gaat verder dan het tegengaan van klimaatverandering. De Verenigde Naties hebben in 2015 een duurzame ontwikkelingsagenda vastgesteld voor 2030 met 17 doelstellingen op het gebied van milieu en sociaaleconomisch terrein, zoals de bestrijding van armoede en de bevordering van genderneutraliteit.

Controle over ESG-risico’s
De -Europese pensioenfondsenrichtlijn legt minimumregels op voor het toezicht op pensioenfondsen, die de lidstaten op nationaal niveau kunnen aanvullen. Eind 2016 is de herziene IORP II-richtlijn gepubliceerd en de lidstaten moesten deze begin 2019 in nationale regelgeving omzetten. Belangrijke wijzigingen waren de eisen omtrent grensoverschrijdende activiteiten, informatievoorziening voor de deelnemers en de voorwaarden voor de bedrijfsuitoefening (governance) van pensioenfondsen. Dit laatste omvat ook de eisen die de richtlijn stelt aan het risicobeheer, zoals de introductie van de risicobeheerfunctie en de eigen risicobeoordeling.
De herziene IORP II-richtlijn was baanbrekend in de zin dat het als eerste Europese toezichtkader voor financiële instellingen bepalingen over milieu-, sociale en governancefactoren (ESG) bevatte. Zo moeten pensioenfondsen ESG-factoren en risico’s betrekken in de algemene governance, het risicobeheer, beleggingsbeleid en de informatievoorziening aan toekomstige deelnemers. Alleen het meenemen van ESG-risico’s – dat wil zeggen de risico’s voor het pensioenfonds en/of de deelnemers in het geval van DCregelingen – in het risicobeheer is bindend. Pensioenfondsen mogen rekeninghouden met de langetermijneffecten van hun beleggingsbeleid op het milieu, sociale omstandigheden en corporate governance, maar dat is niet verplicht. Indien pensioenfondsen besluiten dit niet te doen, moeten zij dit wel uitleggen in de beleggingsbeginselen en de informatie voor aankomende deelnemers.

Duurzaamheidsdoelstellingen
Desalniettemin heeft EIOPA de nationale toezichthouders geadviseerd om hun pensioenfondsen aan te sporen rekening te houden met de gevolgen van hun beleggingsbeleid op maatschappelijke duurzaamheidsdoelstellingen. Een belangrijke overweging was dat het beheersen van ESG-risico’s voor het fonds en het rekeninghouden met de effecten van het beleggingsbeleid op maatschappelijke duurzaamheidsdoelstellingen, communicerende vaten zijn. Het bijdragen aan het halen van maatschappelijke klimaatdoelstellingen reduceert de risico’s voor pensioenfondsen en omgekeerd. Bovendien maakte het advies duidelijk dat het in beschouwing nemen van maatschappelijke duurzaamheidsdoelstellingen niet per se inhoudt dat beleggingen uitgesloten moeten worden. Het kan vaak al heel productief zijn als pensioenfondsen de dialoog aangaan met bedrijven over klimaat- en andere duurzaamheidsdoelstellingen.

Eerste Europese klimaatstresstest voor pensioenfondsen
Tijdens de pensioenfondsenstresstest van 20192 3 heeft EIOPA aan instellingen gevraagd welke impact zij verwachten van de nieuwe ESG-bepalingen. Ruim één derde van de deelnemende Nederlandse fondsen gaf aan dat de nieuwe bepalingen invloed zouden hebben, tegenover bijna de helft voor alle Europese pensioenfondsen in de steekproef.
Alle deelnemende Nederlandse pensioenfondsen antwoordden dat ze al ESG-criteria hanteren in hun beleggingsbeleid vergeleken met ruim de helft voor alle Europese pensioenfondsen. Bovendien zei ruim 70 procent dat ze al beschikten over processen om ESG-risico’s te beheersen, tegenover slechts 30 procent voor de EU-pensioenfondsensector als geheel. Naast de kwalitatieve vragen bevatte de stresstest een verkennende kwantitatieve analyse naar de blootstelling van het vermogen van pensioenfondsen aan CO2- intensieve sectoren. Inmiddels zijn we verder in onze ontwikkeling en is de tijd rijp voor de eerste volwaardige klimaatstresstest voor pensioenfondsen. In de stresstest die EIOPA dit jaar lanceerde is aan deelnemende pensioenfondsen gevraagd de gevolgen te berekenen van een scenario met een abrupte, late transitie naar een klimaatneutrale samenleving4.
Daarnaast bevat de stresstest meer kwalitatieve deelanalyses met een vervolg op de ESG-vragenlijst van 2019 en een vragenlijst over de gevolgen van inflatie voor de deelnemers.

Invloed op een duurzame samenleving
Alhoewel de IORP II-richtlijn het eerste Europese toezichtskader was met bepalingen over duurzaamheid, heeft de rest van de financiële sector inmiddels een aanzienlijke inhaalslag gemaakt. Met het actieplan voor de financiering van duurzame groei heeft de Europese Commissie in 2018 een ambitieus programma in gang gezet om de financiële sector op een duurzamere leest te schoeien. Doelstelling van het actieplan was om kapitaalstromen te kanaliseren richting duurzame investeringen, maar ook om de ESG-risico’s voor financiële instellingen te beheersen en de transparantie te vergroten. Inmiddels is aan de meeste financiële instellingen, waaronder verzekeraars, opgelegd dat zij niet alleen duurzaamheidsrisico’s moeten beheren, maar ook rekening moeten houden met de gevolgen van het beleggingsbeleid op maatschappelijke duurzaamheidsdoelstellingen (‘dubbele materialiteit’ in het Europese jargon), in overeenstemming met de voorkeuren van hun klanten.
Vorig jaar heeft de Europese Commissie een hernieuwde strategie uitgebracht voor de financiering van de transitie naar een duurzame economie in navolging van de Europese Green Deal. Daarin stelt het voor de fiduciaire verplichtingen voor pensioenfondsen uit te breiden met het vereiste dat zij rekening houden met de langetermijneffecten van het beleggingsbeleid op maatschappelijke duurzaamheidsdoelstellingen en de duurzaamheidsvoorkeuren van de deelnemers. Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling dat pensioenfondsen opgelegd krijgen welk deel van het vermogen belegd moet worden in, bijvoorbeeld, ecologische duurzame beleggingen zoals gedefinieerd in de EU taxonomy verordening. Uiteindelijk zullen de duurzaamheidsvoorkeuren van de deelnemers leidend moeten zijn en deze zijn nog niet zo eenvoudig te bepalen. Bij individuele financiële producten kunnen instellingen hun klanten beleggingsproducten aanbieden met een verscheidenheid aan duurzaamheidskenmerken. De klanten geven dan – al dan niet met hulp van een financieel adviseur – hun (duurzaamheids) voorkeuren aan. Bedrijfspensioenfondsen in sommige lidstaten verschaffen de deelnemers ook een aantal opties met verschillende beleggingsprofielen, maar in andere lidstaten – zoals Nederland – is het gebruikelijk dat pensioenfondsen één collectief beleggingsbeleid voeren voor alle deelnemers met waarschijnlijk verschillende duurzaamheidsvoorkeuren. Het is van belang dat pensioenfondsen de deelnemers en andere belanghebbenden duidelijk en objectief informeren over de duurzaamheidskenmerken van de beleggingen, helemaal als deze geacht worden de voorkeuren van de deelnemers te weerspiegelen. De Europese verordening omtrent informatieverschaffing over duurzaamheid stelt al uniforme eisen aan financiële instellingen, waaronder pensioenfondsen. De verordening regelt de communicatie in jaarverslagen, op websites en richting toekomstige deelnemers voor verschillende manieren om klimaat- en andere duurzaamheidsdoelstellingen te verwerken in het beleggingsbeleid. EIOPA verwacht in de loop van dit jaar een adviesaanvraag te ontvangen van de Europese Commissie over de fiduciaire verplichting voor pensioenfondsen om rekening te houden met de langetermijneffecten op maatschappelijke duurzaamheidsdoelstellingen. Deze adviesvraag valt waarschijnlijk samen met een veelomvattender adviesaanvraag over de voorgeschreven herziening van de IORP II-richtlijn.

Conclusie
De Europese toezichtregels schrijven voor dat pensioenfondsen controle moeten hebben over hun ESG-risico’s. Het is in het belang van de deelnemers dat alle fondsen – niet alleen de grote – de beheersing van deze risico’s serieus nemen. In de komende jaren zal de invloed die pensioenfondsen via hun beleggingsbeleid uitoefenen op de maatschappelijke klimaats- en duurzaamheidsdoelstellingen een dwingender karakter krijgen. Dat is toe te juichen want pensioenfondsen kunnen als langetermijnbeleggers een belangrijke bijdrage leveren aan de transitie naar een klimaatneutrale en duurzame samenleving.