Meerwaarde van levenslang pensioen

Uitgave: Pensioen Bestuur & Management (PBM) nummer 1 2019

AGNES JOSEPH, ACTUARIS BIJ ACHMEA PENSIOENSERVICES EN SIERT VOS, POLICY ADVISOR INVESTMENTS BIJ PGB PENSIOENDIENSTEN Rubriek: Risicomanagement
Geplaatst op 12-03-2019
Meerwaarde van levenslang pensioen De pensioendiscussie gaat deels over de meerwaarde van het delen van verschillende pensioenrisico’s. De meerwaarde van het delen van microlanglevenrisico is daarbij echter als gegeven beschouwd. En wordt omschreven als ‘free lunch’ en ‘groot’ (1). In dit artikel kijken we juist naar het microlanglevenrisico. Hoe groot is de meerwaarde van het delen van dit risico? En is die meerwaarde niet al voldoende voor een vorm van verplichtstelling van pensioen?

sv

In de tweede helft van de 19e eeuw ontstonden de eerste bedrijfspensioenvoorzieningen in Nederland. Aanleiding was de steeds groter wordende groep mensen op hogere leeftijd die niet meer in staat waren om door te werken. Bedrijven wilden hen voorzien van een inkomen na het werkzame leven.
Ze stelden de bedrijfspensioenen in om het ‘risico’ dat iemand erg oud wordt (het microlanglevenrisico) te beheersen. Dit microlanglevenrisico is binnen pensioen eenvoudig te reduceren door het risico van een groot aantal mensen te bundelen. Het risico op langleven van de één kan namelijk weggestreept worden tegen het risico op kortleven van de ander. Op deze wijze zijn pensioencontracten in staat om adequate levenslange pensioenuitkeringen te bieden, ook voor deelnemers die veel langer leven dan gemiddeld.

Individueel managen microlangleven

Als individu is het ingewikkeld om met het microlanglevenrisico om te gaan als er geen levenslange uitkeringen te verkrijgen zijn. Zo is het handelingsperspectief bij informatie over de levensverwachting niet direct helder. Iemand van 65 vertellen dat hij naar verwachting nog 20 jaar leeft en dus naar verwachting 85 jaar wordt, is niet zo informatief. Hij kan besluiten in 20 jaar zijn spaargeld te consumeren, maar er is een grote kans dat hij eerder overlijdt of juist ouder wordt dan 85. Daarbij komt nog de complexiteit dat mensen hun feitelijke levensverwachting systematisch blijken te onderschatten.
Zo liet Aviva (20152) zien dat een 65-jarige gezonde man zijn eigen levensverwachting onderschat met zo’n 8 jaar. Dus als iemand een jaarlijks inkomen van zijn pensioenkapitaal onttrekt volgens zijn eigen ingeschatte levensverwachting, dan overleeft hij zijn pensioenpot naar verwachting met 8 jaar.

Pensioen in Nederland is levenslang
Het is voor een individu dus lastig om zich goed voor te bereiden op het microlanglevenrisico. Om deelnemers aan pensioenregelingen te beschermen tegen het ‘overleven van hun pensioenkapitaal’, heeft de Nederlandse overheid dan ook de eis gesteld dat pensioenregelingen in ieder geval het microlanglevenrisico afdekken. Dit is vormgegeven door de eis dat het gespaarde pensioenvermogen uiterlijk op pensioendatum in een levenslange pensioenuitkering omgezet moet zijn. De meerwaarde daarvan is groot. Met een economisch model maken we een inschatting van de orde van grootte hiervan.

Meerwaarde delen microlanglevenrisico
De meeste pensioenmodellen gaan uit van economische onzekerheid, maar modelleren geen sterfteonzekerheid. In dit artikel kijken we juist alleen naar de sterfteonzekerheid en negeren daarbij de economische onzekerheid. We kijken naar het verschil tussen de situatie waarin een individu volledig zelf verantwoordelijk is voor de keuze tot pensioensparen ten opzichte van de situatie dat de deelnemer in een pensioenfonds met een oneindig aantal deelnemers zit en daarmee een levenslange volledig gegarandeerde uitkering (annuïteit) zonder microlanglevenrisico kan aankopen. We vangen het verschil tussen die twee situaties door middel van de in de economie gebruikelijke maatstaf ‘Certainty Equivalent Consumption’. We kijken dan hoeveel procent de persoon die via eigen besparingen het pensioen regelt extra aan consumptie moet krijgen om even goed af te zijn als met de annuïteit3.

Oudere deelnemer
In de afwezigheid van annuïteiten spaart een individu zelf voor zijn eigen pensioen. De optimale consumptiestroom wordt dan gegeven door de blauwe lijn in figuur 1.

fig

Het individu heeft dus een langzaam aflopende consumptiestroom naarmate hij ouder wordt. De reden hiervoor is dat hij niet precies weet wanneer hij zal overlijden, maar dat de overlijdenskansen wel toenemen naarmate het individu ouder wordt. Op jonge leeftijd weinig consumeren en veel sparen voor later is dan niet optimaal: het individu loopt dan het risico te overlijden voordat hij toekomt aan het consumeren van zijn aanzienlijke hoeveelheid besparingen. We zien dus dat de ‘rationele’ consument die zelf zijn pensioen regelt steeds minder consumeert naarmate hij ouder wordt. Als het individu erg oud wordt, is er ook nog maar weinig over van de pensioenpot. Rond de leeftijd van 95 jaar is de pensioenpot bijna leeg.

Pensioenfonds geeft 4,3% meerwaarde

Het andere uiterste dat we modelleren is de situatie van een pensioenfonds met een oneindig aantal deelnemers die microlanglevenrisico delen, waardoor het microlanglevenrisico tot nihil reduceert. Met een perfecte annuïteit kan de deelnemer vanaf pensioendatum met zijn dan opgebouwde kapitaal een vaste uitkeringsstroom aankopen. Dit levert het consumptiepatroon op zoals de rode lijn in figuur 1.
Verschil in consumptiepatronen wordt bepaald door de efficiëntie van het systeem. Zonder annuïteiten moet iedereen inefficiënt veel sparen, omdat voor ieder individu het risico bestaat dat hij/zij erg oud wordt, en hiervoor moet geld opzij gezet worden4.
Het gespaarde kapitaal van de overledenen komt niet ten goede aan de overlevenden zoals dat bij annuïteiten wel het geval is. Het verschil in welvaart in beide gevallen wordt bepaald door te bezien met welk percentage de consumptiestroom zonder annuïteit opgehoogd moet worden om tot eenzelfde Certainty Equivalent Consumption te komen dat bereikt wordt als er wel annuïteiten zijn. De toename in welvaart door het delen van microlanglevenrisico is 4,3%. Vrij vertaald is je consumptie dankzij het delen van microlanglevenrisico meer dan 4% hoger gedurende je leven.

Verplichtstelling nodig
Het delen van microlanglevenrisico in aanvullend pensioen staat bij de herziening van het pensioenstelsel niet ter discussie. Pensioen in Nederland was hier oorspronkelijk ook voor bedoeld. Bovendien is microlanglevenrisico erg complex en lastig te managen voor een individu. Als er geen levenslange uitkering beschikbaar is, zal een rationele consument een snel dalende uitkering hebben naarmate hij ouder wordt, waarbij de pensioenpot rond de leeftijd van 95 jaar bijna leeg is. Een interessante vraag is of er verplichtstelling tot deelname aan pensioen nodig is om het delen van microlanglevenrisico ook werkelijk in de praktijk te kunnen brengen. Wij denken dat hier goede argumenten voor zijn. Bij individuele vraag naar levenslange uitkeringen is er een selectie-effect. Ben je in slechte gezondheid, dan heb je liever nu ineens je pensioengeld, in plaats van enkele jaren een uitkering, waarna je overgebleven pensioenpot vervalt aan de overlevenden. Als deze mensen in slechte gezondheid ‘afhaken’ dan moet de prijs voor pensioen naar boven bijgesteld worden. Immers alleen gezonde mensen zullen naar verwachting meedoen en zij leven naar verwachting ook langer. Door de hogere prijs krijg je vervolgens mogelijk dat er nog meer mensen zullen afhaken en van de markt afgaan. Een vorm van verplichtstelling kan dit voorkomen.

1 ‘Hoofdlijnen van een toekomstbestendig pensioenstelsel’, dd 6 juli 2015 van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
2 Making Your Money Last in Retirement, January 2015, Aviva.
3 We hanteren een CRRA nutsfunctie, met een risicoaversieparameter van 5, een discontovoet gelijk aan 2%, en de AG prognosetafel 2016 voor mannen.
4 Zie ook Deloitte (2016): In een actuarieel rapport bepleit Deloitte Australië het invoeren van verplichte levenslange pensioenen in Australië. Dat is nu niet het geval, en volgens Deloitte moeten Australiërs daardoor ongeveer 6% meer kapitaal sparen om hetzelfde verwachte pensioen te krijgen.