Groeiend belang van gepensioneerdenorganisaties

Uitgave: Pensioen Bestuur & Management (PBM) nummer 3 2021

JAAP VAN DER SPEK, VICEVOORZITTER KOEPEL GEPENSIONEERDEN
Rubriek: Stelsel
Geplaatst op 02-09-2021

Groeiend belang van gepensioneerdenorganisaties

Organisaties van werknemers en werkgevers zijn betrokken bij het vaststellen van de premie en de opbouw van pensioenen. Dat heet straks pensioenprognose. De pensioenfondsen zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de regeling. De wetgeving omtrent het nieuwe pensioenstelsel moet in 2022 zijn afgerond en de invoering van dat pensioenstelsel zal uiterlijk 1 januari 2027 zijn beslag moeten krijgen. Gepensioneerden zijn direct belanghebbenden in verdelingsvraagstukken en horen daarbij dus via hun organisaties daadwerkelijk betrokken te zijn.

Het uitstellen van de datum, waarop de wetgeving geregeld moet zijn, geeft al aan dat de uitwerking van het pensioenakkoord ingewikkelder is gebleken dan voorzien. De 800 reacties op de internetconsultatie, waarvan ongeveer 300 van precies dezelfde tekst, hebben duidelijk gemaakt, dat er nog veel hobbels te nemen zijn om de belofte van het nieuwe akkoord daadwerkelijk waar te kunnen maken en om ervoor te zorgen dat de weg naar het moment van invaren op een goede manier wordt geplaveid. Hoewel de daadwerkelijke uitvoering bij de pensioenfondsen ligt, zal er gekleurd moeten worden binnen de nog tot stand te komen wetgeving. Daarin moeten de hoofdlijnen zijn uitgewerkt van het nieuwe pensioenakkoord, maar ook van het generatieevenwichtig invaren, het omzetten van het huidige pensioenvermogen naar meer individueel ingekleurde vermogens en van het tussentijdse transitiekader waarin de weg naar het moment van invaren wordt uitgestippeld. Als het om evenwichtigheid gaat, moet worden voorkomen dat de generatie gepensioneerden – en aankomende gepensioneerden – een te lage start krijgt, die daarna in de nog resterende tijd nooit meer kan worden ingehaald.

Rol gepensioneerden
De sociale partners bepalen samen de premie en de opbouw. Maar in de pensioenfondsen (die de opdracht van de sociale partners al dan niet accepteren) gaat het om de beleggingen en het beheer. Gepensioneerden zijn, naast de deelnemers die vertegenwoordigd worden door de vakbonden, direct belanghebbenden bij de herverdeling van bestaande vermogens. Zij vertegenwoordigen een substantieel deel van dat vermogen. De organisaties die hen vertegenwoordigen dienen daarom een volwaardige en naar rato gelijkwaardige plaats te hebben in het besturen van de pensioenfondsen en in de verantwoordings- en belanghebbendenorganen. Zeker waar het om de ver- en toedeling van de reeds opgebouwde pensioenvermogens gaat, het invaren. Datzelfde betreft de wijze waarop de weg naar 2026/2027 wordt geplaveid.

Samenwerken met seniorenorganisaties
De verenigingen van gepensioneerden van veel pensioenfondsen behartigen de belangen in hun eigen pensioenfonds, maar liepen al jaren geleden aan tegen de regelgeving op een hoger niveau in Nederland en Europa. Zij hebben daarom een landelijke koepel opgericht. Dat is per 1 januari 2020, na een fusie van twee koepels, de ‘Koepel Gepensioneerden’ geworden, met als doel de centrale belangen van de gepensioneerden te behartigen op nationaal en Europees niveau. Dat laatste gebeurt, samen met andere seniorenorganisaties, via deelname aan AGEplatform Europa, met een lobbybureau in Brussel. Vraagstukken die daar aan de orde zijn betreffen uitsluiting en leeftijdsdiscriminatie, zorg en welzijn, participatie (daarvoor is voldoende inkomen nodig), bestrijding van armoede onder ouderen en huisvestingsproblematiek, voor zover deze onderwerpen op Europees niveau zijn gealloceerd.
Met zo’n 100 lidorganisaties (fondsgerichte verenigingen van gepensioneerden), de federatie van lokale seniorenverenigingen FASv en de grote seniorenorganisatie KBO-Brabant en een gezamenlijke achterban van bijna 300.000 leden,is de Koepel Gepensioneerden een grote seniorenorganisatie. Intensief wordt bijvoorbeeld op het terrein van de pensioenen samengewerkt met de seniorenorganisaties ANBO, KBO-PCOB, NOOM en de senioren van FNV en CNV. In totaal vertegenwoordigen die ongeveer 800.000 leden. Het aantal is natuurlijk van belang, maar de seniorenorganisaties willen vooral op kwaliteit een invloedrijke gesprekspartner zijn. Het bestuur van de Koepel Gepensioneerden wordt daarom gesteund door een commissie van deskundigen, actuarissen, juristen, accountants en mensen met bestuurlijke en andere ervaringen in pensioenfondsen.
Als het om ouderenbeleid gaat, dan kunnen we er ook niet omheen, dat de kostenkant van het koopkrachtplaatje moet worden meegenomen. De commissie Inkomen en koopkracht coördineert dit onderwerp en levert materiaal voor de reacties richting politiek Den Haag. Belangrijke onderwerpen voor het welbevinden van mensen zijn de zorg, het welzijn (in algemene zin) en het wonen. Om op deze onderwerpen invloed te kunnen uitoefenen wordt het bestuur van de Koepel Gepensioneerden ook ondersteund door een in deze onderwerpen gespecialiseerde commissie van deskundigen. Vanuit deze commissie worden onder meer de mensen geleverd voor landelijke overleg- en adviesorganen. Hoewel de ontwikkeling rondom de pensioenen de discussieagenda op dit moment lijkt te domineren, verwacht de Koepel Gepensioneerden, dat de andere onderwerpen gaandeweg de komende jaren dit onderwerp zullen gaan verdringen. De betaalbaarheid van kwalitatief goede zorg en de toegankelijkheid ervan zullen, met de stijgende zorgkosten, zeker de aandacht vragen. Zo ook voldoende voor ouderen geschikte woonruimte.

Invloed
Daar waar vroeger de Koepel Gepensioneerden en zijn voorgangers op het terrein van pensioenen weinig tot geen invloed konden uitoefenen en vaak roepende in de woestijn bleken te zijn, is dat de laatste jaren verbeterd. In de discussie over het nieuwe stelsel en de transitieperiode wordt actief deelgenomen aan het overleg met de minister, de sociale partners en jongeren.Voor het draagvlak is dat ook van groot politiek en maatschappelijk belang. Maar op cruciale momenten hebben de andere partijen dat nog niet altijd in voldoende mate opgepakt. Overleg betekende in de laatste periode tot het pensioenakkoord in de praktijk ‘serieus luisteren, maar toch ‘gehoord hebbende, een eigen weg in gaan’. De Koepel Gepensioneerden en de collegaseniorenorganisaties hebben aangegeven dat dit anders moet. Het gaat om verdelingsvraagstukken en dan kan het niet anders dan dat er pas een akkoord is, als ook de organisaties van gepensioneerden ermee kunnen instemmen. Een in beginsel positieve houding naar het nieuwe pensioenstelsel moet wel gefundeerd kunnen worden door actieve deelname aan de besluitvorming. De uiteindelijke wetgeving is natuurlijk een zaak van het parlement. De oproep aan de deelnemende partijen, het ministerie en de sociale partners, maar ook de pensioenfondsen, is dan ook om de organisaties van gepensioneerden te zien als gelijkwaardige partner en af te stappen van discussies over posities en vragen als: “Vertegenwoordigen de vakbonden dan de senioren niet?”.

Ten slotte
Gepensioneerden, en senioren in meer algemene zin, vormen een essentieel deel van de volwassen wereld. De besluitvormingsprocessen liggen vooral in de handen van de generaties die na hen komen, de generaties van hun kinderen en kleinkinderen. Terecht is er aandacht voor de jongeren, immers zij vormen de generaties van de toekomst. Senioren/gepensioneerden doen er goed aan gewenste ontwikkelingen niet te belemmeren, maar de rol van de jongere generaties te erkennen en zelfs te stimuleren. Hun belangen zijn die van de toekomst. Maar senioren kunnen met hun inbreng en door hun ervaring ook helpen herhaling van in het verleden gemaakte (politieke en maatschappelijke) fouten te voorkomen. Bijvoorbeeld als het gaat om de uitwerking van het pensioenakkoord. Samen kunnen ze, ook in de pensioenwereld, evenwicht realiseren en behouden. Wederzijdse erkenning is noodzakelijk en serieuze samenwerking ook. Daarom is het nuttig voor iedereen dat ook organisaties van senioren/gepensioneerden hun rol kunnen spelen.