20e PBM Pensioensymposium: Inspelen op verandering

Uitgave: Pensioen Bestuur & Management (PBM) nummer 3 2018

Rubriek: Symposium
Geplaatst op 08-08-2018
20e PBM Pensioensymposium: Inspelen op verandering PBM organiseerde op 17 mei in Amsterdam voor de 20e keer het PBM Pensioensymposium. Het Planetarium van Amsterdam zat vol met professionals uit de pensioensector. Benne van Popta gaf de discussies richting. PBM had uitstekende sprekers uitgenodigd zoals Wichert Hoekert en Alfred Kool van Willis Towers Watson, William De Vijlder van BNP Paribas, Roelie van Wijk Aegon AM, Frank Driessen, CEO Aon Hewitt en Dennis van der Putten ACTIAM. Zij zorgden voor input waar de pensioensector mee aan de slag kan.

Wichert Hoekert, actuaris en lid Retirement Leadership Team Willis Towers Watson
Alfred Kool, senior consultant Willis Towers Watson


ak wh

Verandervermogen van besturen: survival of the fittest

“Het is niet de sterkste van een soort die overleeft en ook niet de intelligentste. Het is degene die zich het best aan veranderingen kan aanpassen.” Dit citaat van Charles Darwin zou, met een beetje fantasie, zo maar op de pensioensector kunnen slaan. Onze samenleving verandert in rap tempo, op allerlei gebied.

Verandering vergt aanpassing, en dus wendbaarheid. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan, want de kracht van de sector zit juist in een stabiel stelsel dat niet op elke beweging reageert en een standvastig langetermijnbeleid. Dat lijkt te schuren met veranderen, maar juist om in de positie te blijven om zijn verantwoordelijke taak te blijven uitvoeren, is het belangrijk om juist wél mee te bewegen met relevante ontwikkelingen. Met behoud van het goede. Het subtiele maar essentiële verschil tussen behoudzucht en verandervermogen.

Het vermogen om te veranderen begint met de bereidheid om te veranderen. Zonder dat er een directe noodzaak is tot veranderen, is het van belang dat het fonds in de basis wel bereid en in staat moet zijn om zich aan te passen. Als zich dan een noodzaak voordoet, ben je er klaar voor en ‘vermors’ je geen kostbare tijd. Wat heeft een pensioenfonds eigenlijk nodig om goed voorbereid te zijn? We weten dat organisaties doorgaans niet zitten te wachten op verandering. Die verstoort wat als vertrouwd wordt ervaren. Zoals eerder aangegeven, is het daarbij essentieel dat tevredenheid over de huidige systemen en werkwijze niet wordt verward met behoudzucht. Zo constateren we regelmatig dat bijvoorbeeld een reductie van de complexiteit van een regeling of de ontvlechting van een vastgeroeste administratie veel meer lucht kan bieden. Ten aanzien van de rol van een bestuur zien we ook een ontwikkeling: van evenwichtige belangenbehartiger ontwikkelen besturen zich geleidelijk aan tot organisator van de juiste tegenkrachten.

Verandervermogen hoort, in combinatie met integraal risicomanagement, op de agenda van het bestuur te staan. Niet om meteen alles anders te gaan doen, maar om er klaar voor te zijn, mocht de noodzaak zich aandienen. En het interessante is, als je er klaar voor bent, zie je de noodzaak ook eerder. En dat voorkomt onnodige tijdsdruk, reputatieschade en vertrouwensverlies. Een bestuursevaluatie is een geschikte aanleiding om het verandervermogen, en de stappen die daarvoor nodig zijn, te inventariseren. Door kritisch terug te blikken en creatief vooruit te kijken.

William De Vijlder, Group Chief Economist BNP Paribas

wdv

Terugkeer van beleggen zonder beperkingen

Zullen opflakkerende volatiliteit, zwakker groeimomentum, vrees voor de Fed zorgen voor een terugkeer van beleggen op basis van sterke overtuigingen, weg van de benchmarks? De omgeving doet denken aan de periode na 1994, 2000 of 2008 toen het nut van benchmarks sterk ter discussie werd gesteld. Die slingerbeweging heeft veel te maken met de cyclus van het monetaire beleid.

Als centrale banken hun beleid versoepelen, sporen de aantrekkelijke risicopremies – weerspiegeling van een vooralsnog hoog economisch-financieel risico dat echter dankzij hun maatregelen zou moeten dalen – beleggers aan om in te spelen op markttrends (beta), veeleer dan te zoeken naar alpha: bij vloed is de keuze van de boot bijkomstig, zolang je maar niet aan de kade blijft staan. A fortiori omdat het monetaire beleid nauwelijks of geen beperkingen kent en beleggers zich alleen moeten afvragen hoeveel versoepeling ze nog kunnen verwachten.

Als centrale banken hun beleid normaliseren (einde van QE, verhogen rente) ondergaan ze twee beperkingen. Ze moeten over hun intenties communiceren (forward guidance) zonder turbulenties te veroorzaken en, belangrijker nog, ze moeten voorkomen dat de inflatie boven het inflatiedoel stijgt en tegelijk maatregelen nemen om de inflatie toe te laten naar dat doel te klimmen.

Dat is het moment waarop voor de belegger de slinger doorslaat van beta naar alpha: hoe reageren de winsten op een tragere economische groei? Kunnen bedrijven met een hoge schuldenlast de hogere rentes betalen? Bij een trage economische groei lopen de prestaties van bedrijven sterker uiteen en reageren beurskoersen meer op nieuwe informatie dan bij een forse economische groei. Dat pleit voor een actief beheer van de aandelenselectie. Die redenering is ook toepasbaar op beleggingen in obligaties: bedrijven met de laagste schuldenlast zullen beter bestand zijn tegen een mix van tragere groei en hogere rente dan bedrijven met veel schulden. Het feit dat beleggers zo’n onderscheid maken tussen bedrijven werkt procyclisch doordat de financieringskosten voor bedrijven met de hoogste schuldenlast stijgen op het moment dat ze hun schuld moeten herfinancieren. Daarnaast kunnen ook de koerswinstverhoudingen dalen. Dat kan uitmonden in terugkoppelingseffecten waarbij de financiële vooruitzichten van die bedrijven verslechteren. Uit vrees voor de negatieve gevolgen op de economie kunnen beleggers geneigd zijn om hun portefeuillerisico te verlagen ten voordele van stabielere beleggingen. Anders gezegd: hoe meer de centrale banken zich met beperkingen geconfronteerd zien, hoe sterker de beleggers geneigd zijn om hun eigen beperkingen los te laten.

Roelie van Wijk, Global Head of Responsible Business & Public Affairs Aegon AM


rvw

Gevoelstemperatuur loopt op

Het is voor een Friezin wel even slikken dat die Elfstedentocht er waarschijnlijk niet meer komt. Althans niet in Friesland. Dat betekent niet dat er geen alternatieven zijn. Zo wordt er jaarlijks een Elfstedentocht op de Weissensee in Oostenrijk georganiseerd. Het is een goed beleggingsprincipe om bij een bedreiging een nieuwe kans te zien. Maar het is ook goed om even stil te staan bij de oorzaken.

De klimaatverandering staat inmiddels bij iedereen op de agenda. We zagen diverse studies en aanbevelingen van toezichthouders, het Parijse klimaatakkoord, de aanbevelingen van de High Level Expert Group en het hieruit voortkomende actieplan van de Europese Commissie. Alles gericht op het stimuleren van duurzaamheid via de financiële sector. Ook de AFM en DNB kijken hiernaar. De AFM kijkt naar de betrouwbaarheid van duurzaamheidsdoelstellingen, duurzaamheidslabels en financiële producten. DNB is de drijvende kracht achter het Platform Duurzame Financiering waarop de gehele financiële sector in Nederland samenwerkt om tot adviezen en inzichten te komen.

Inmiddels heeft minister Wiebes het klimaat ook nadrukkelijk op de agenda gezet met plannen voor een Klimaatakkoord. Het zal zich richten op afspraken tussen bedrijven, maatschappelijke organisaties en overheden. In 2030 moet de CO2-uitstoot gehalveerd zijn. Via het Klimaat Beraad en de Taakgroep Financiering kunnen we allemaal onze bijdrage leveren. En niet alleen aan het klimaat.

Zo zal bij het af te sluiten IMVO-convenant van de pensioensector de ‘S’ van de sociale dimensie centraal staan. Bij een transitie naar meer duurzame energie moeten we andere duurzame doelen niet uit het oog verliezen. De situatie in Groningen toont aan dat je samen met de overheid, energiebedrijven en beleggers op een zorgvuldige manier de transitie moet stimuleren en begeleiden. En dat geeft goede kansen om verantwoord beleggen in de praktijk te brengen. Door de energietransitie te financieren of door in passende projecten te investeren, zoals in duurzaam vastgoed. Met oog voor veiligheid, economisch en sociaal perspectief voor de inwoners.

Er is leiderschap nodig en de toon aan de top is essentieel. Wij richten ons op samenwerking, over sectoren heen en in binnen- en buitenland. Zodat we op een goede en snelle manier onze gemeenschappelijke ‘sustainable development goals’ halen en onze impact op een passende en eenduidige manier kunnen meten. Graag wil ik op transparante wijze een ‘Investment Leader of a green future’ zijn. De gevoelstemperatuur zal nog wel even hoog blijven maar alle seinen staan op groen om door te pakken.

Frank Driessen, CEO Aon Hewitt


fd

One size fits all gaat niet meer op

In Nederland hebben wij ruim 80% van het pensioenvermogen georganiseerd in bedrijfstakregelingen. Miljoenen werknemers hebben geen keuze waar, hoeveel, wanneer iets met hun pensioen gebeurt. Dit was een uitstekende oplossing in de fase van wederopbouw na WO II. Inmiddels zijn wij een ontwikkelde welvaartstaat geworden.

De vraag om individualisme is er al geruime tijd bij deelnemers die verbonden zijn aan een ondernemingsfonds of pensioenverzekeraar. De roep om als persoon herkend en erkend te worden steeds groter. Wij zijn in 2018 terechtgekomen in een pluriforme en multiculturele samenleving, waarbij de arbeidsparticipatie van vrouwen qua aantallen die van mannen benadert en traditionele gezinsverbanden afnemen. Vaste dienstverbanden zijn ingewisseld voor flexibele contracten dan wel voor een bestaan als zzp’er. Nederland is een ‘veldboeket’ aan mensen, werknemers en pensioenregelingen. Het benadrukt dat de ‘one size fits all’ pensioenoplossingen niet meer passen en niet meer werken. Het pensioenstelsel kraakt op de oude grondvesten en wordt omhooggehouden door de strikte regelgeving.

In het FTK gelden voor kleine fondsen dezelfde regels als voor de grote fondsen. Dat lijkt fair, maar de bijsturingsmogelijkheden zijn bij een aantal grote fondsen door de premie onmogelijk geworden. Daarnaast is het verbazend om vast te stellen dat er grote verschillen zijn in de asset mix bij pensioenfondsen en die van individuele DC-regelingen. IDC-regelingen gaan uit van een life cycle. Hierbij is de start met een maximaal risico naar een geleidelijke afbouw van het risico.

Voor pensioenen heeft Europa de richtlijn van IORP II uitgevaardigd. IORP II gaat, in tegenstelling tot een rule based opzet in Nederland, uit van principle based en biedt zo ruimte aan initiatieven die passen bij de bedrijfstak, onderneming en het individu. Nederland stelt zich qua pensioenen op als een Nexit. Wij zijn een afgesloten eiland binnen Europa voor pensioenen. Is het de remmende voorsprong van ons pensioenkapitaal van 1400 miljard euro? Wat is gewenst en hoe?

Harde stop en geen invaarregeling
Het spreekwoord is ‘zachte heelmeesters maken stinkende wonden’. Dat betekent dat slechts een harde stop van het verleden en een nieuwe werkelijkheid de innovatie kunnen zijn voor pensioenen. Laten wij nu stellen dat 2020 het jaar is waarin de nieuwe werkelijkheid zijn intrede doet waarbij pensioenfondsen zelf keuzes maken.
- Organiseer individuele pensioenen voor deelnemers, uiteraard met gezamenlijk beleggen.
- Laat de deelnemer kiezen uit een voor hem/ haar passend risicoprofiel.
- Ondernemingen bepalen zelf waar ze de verplichtgestelde regeling laten uitvoeren.
- Laat het fonds zelf de businesscase maken, zonder vooraf bepaalde regels. Alles passend binnen Europese kaders en de eigen achterban van ondernemingen en deelnemers.

Dennis van der Putten, Director Sustainability & Strategy ACTIAM

dp

Klimaatrisico groter dan de kans op een terroristische aanslag

Er vinden in de wereld grote veranderingen plaats die de economie beïnvloeden. Zo groeit bijvoorbeeld de wereldbevolking naar verwachting tot 10 miljard in 2050. Ook wordt de sociale middenklasse in Azië steeds rijker. Deze mensen hebben vanzelfsprekend basisbehoeften zoals voedsel, water en energie.

Naarmate een maatschappij welvarender wordt, willen we meer consumeren. Als we aan al die behoeften willen voldoen, dan hebben we de capaciteit van ongeveer twee aardbollen nodig. Deze trends leiden gezamenlijk tot een toenemende schaarste van natuurlijke hulpbronnen met een onbekend effect op prijzen en waarderingen. We zullen structureel en fundamenteel anders moeten gaan produceren en consumeren. Dit leidt tot nieuwe kansen zoals innovatie en risico’s zoals klimaatrisico’s.

Deze klimaatgerelateerde risico’s gaan effect hebben op de economie. Het World Economic Forum (WEF) brengt jaarlijks het ‘Global Risk Landscape’-rapport uit. In het recente rapport, hebben klimaatgerelateerde risico’s naar schatting de grootste impact. Bovendien is de kans dat deze risico’s zich voordoen hoger dan andere risico’s als cyberaanvallen, terroristische aanslagen. Voorbeelden van klimaatgerelateerde risico’s zijn extreme weersomstandigheden, natuurrampen en het falen van klimaatmitigatie.

Vaak denk je dan gelijk aan de invloed op olie- en gasbedrijven. Maar het gaat veel verder dan dat. Meerdere sectoren worden beïnvloed. Denk aan de auto-industrie en vervoersector. Maar ook aan verzekeraars die meer aan schades moeten uitkeren door klimaatverandering.

De grootste risico’s volgens WEF zijn het niet anticiperen op klimaatverandering, waterschaarste en cyber-security. Bruikbare informatie voor beleggers. Want als dit de grootste risico’s zijn, dan wil je niet beleggen in de bedrijven die hier last van gaan hebben. Maar wel in toonaangevende bedrijven op dit gebied (voor zover dit nog niet ingeprijsd is). Deze trends worden versterkt door ontwikkelingen op het gebied van wet- en regelgeving. Zo heeft bijvoorbeeld De Nederlandsche Bank financiële instellingen opgeroepen om meer rekening te houden met klimaatrisico’s o.a. door inzicht en mitigatie. Dit in combinatie met de eerdergenoemde grootste geïdentificeerde risico’s kunnen koersen van bijvoorbeeld kolenmijnbouwbedrijven onder druk zetten.

ESG is met deze ontwikkelingen de status ontgroeid van pure liefdadigheid. Het gaat verder dan rendement creëren, terwijl je niet in wapens of in kinderarbeid belegt. Het is een aanvullende manier waarop je een waardeoordeel over een bedrijf kunt geven. Zowel over de sociale als financiële impact.