Geluk- of pechgeneraties

Uitgave: Pensioen Bestuur & Management (PBM) nummer 2 2018

Margreet Schuit, beleidsmedewerker DNB Rubriek: Toezicht
Geplaatst op 05-04-2018
Geluk- of pechgeneraties Onlangs ben ik 50 geworden. Naast de felicitaties van familie en vrienden, ontving ik ook een verjaardagskaart van mijn pensioenfonds, met daarin de oproep eens aan mijn pensioen te denken.

50 is kennelijk een goed moment om deelnemers daaraan te herinneren. Het pensioen nadert. Al eeuwen lang is 50 een bijzondere leeftijd. Het schijnt dat de Maya’s in Zuid-Amerika 50 beschouwden als een soort pensioenleeftijd. Na je vijftigste was je vrijgesteld van zwaar lichamelijk werk. Bij ons is inmiddels de pensioenleeftijd fors opgeschoven. Ik moet nog even doorwerken tot mijn pensioen in zicht komt. Wordt het straks 68 of zelfs 70 jaar?

Behoor ik daarmee tot de pechgeneraties zoals sommigen beweren? De gelukgeneratie bestaat in die visie uit de babyboomers die tussen 1946 en 1955 zijn geboren. Zij hebben een relatief goed pensioen opgebouwd en mochten jong met pensioen. Ook wordt binnen de pensioenwereld de term geluk- of pechgeneraties gebruikt als argument voor het hanteren van tekorten of overschotten. Pechgeneraties, dat wil dan zeggen de generaties die te weinig verdienen met beleggen van hun pensioengeld, zouden gecompenseerd moeten worden door gelukgeneraties die te veel verdienen op de beurs. De vraag is alleen op welk moment die beleggingssolidariteit gerealiseerd zou moeten worden: wanneer is er sprake van ‘te weinig’ of ‘te veel’? In de SER-verkenning ‘Persoonlijk pensioenvermogen met collectieve risicodeling’ wordt de term geluk- of pechgeneraties nog anders gebruikt. Daar wordt de term gebruikt in het kader van het beëindigen van de doorsneesystematiek: een evenwichtige spreiding van transitiekosten moet daarbij geluk- en pechgeneraties voorkomen. Gelet op mijn leeftijd vind ik dat natuurlijk een goed uitgangspunt. Maar ja, ook hier de vraag: Hoe geef je dat vorm?

Zelf voel ik mij gelukkig helemaal niet tot de pechgeneratie behoren. Ik heb mogen studeren met een hoge basisbeurs. Ik had snel een vaste baan. We hebben een betaalbaar eigen huis. En wij hadden ook nog het geluk dat toen wij kinderen kregen, onze werkgevers flink meebetaalden aan de kinderopvangkosten. Generaties na mij hebben heel andere ervaringen. Vormen zij dan de pechgeneratie? Ook op pensioengebied? Het lastige bij het definiëren van geluk- of pechgeneraties is dat het ex ante heel moeilijk is om daarover uitspraken te doen. En ex post? Tja, dan ben je altijd te laat met compensatie.