Etaleer en versterk sociale functie

Uitgave: Pensioen Bestuur & Management (PBM) nummer 2 2021

RENÉ MAATMAN, HOOGLERAAR VERMOGENSBEHEER EN PENSIOENVRAAGSTUKKEN, RADBOUD UNIVERSITEIT NIJMEGEN, ADVOCAAT EN LID RVT PENSIOENFONDS SPMS EN SANDER BAARS, SENIOR PARTNER, MONTAE EN PARTNERS, BESTUURSADVISEUR PENSIOENFONDSEN
Rubriek: Trends en strategie
Geplaatst op 27-04-2021

Etaleer en versterk sociale functie
Etaleer en versterk sociale functie

Volgens de Pensioenfondsenrichtlijn (IORP II) is een pensioenfonds een instelling met een sociaal doel die financiële diensten aanbiedt. Die sociale functie is in Nederland uit beeld geraakt. Wij roepen op die functie te erkennen en te etaleren.

Financieel en sociaal
Het pensioenfonds als financiële instelling verzekert tegen biometrische risico’s en het belegt en beheert pensioenvermogen. Het is een belangrijke speler op financiële markten. Tegelijk heeft een pensioenfonds een sociale, verbindende functie. Die kan zich uiten in bijvoorbeeld het pensioendoel (voorzetten levensstandaard), financieel en maatschappelijk rendement, intergenerationele risicodeling, een vertrouwensband tussen sociale partners en pensioenfonds en in de vrijheid om lusten en lasten in verband met pensioenen ‘eerlijk’ te verdelen onder werkgevers, deelnemers, slapers en pensioengerechtigden. Pensioenfondsen moeten die (her)verdeling baseren op een evenwichtige belangenafweging. Dat is een ondankbare taak. Als een pensioenfonds tekorten of overschotten verdeelt, voelen sommigen zich tekortgedaan. Pensioenfondsbestuurders doen het goed als de belanghebbenden – enigszins mokkend wellicht – kunnen leven met de uitkomst. Dit betekent dat zij zich ‘op evenwichtige wijze vertegenwoordigd kunnen voelen’. Het helpt om draagvlak te verkrijgen als pensioenfondsen pijnlijke besluiten kunnen plaatsen in een voordelig perspectief. Denk aan een onderlinge brandverzekering. Mensen zijn bereid om daaraan mee te doen, ook als vaststaat dat de een betaalt en de ander profiteert. Daaruit kunnen we afleiden dat belanghebbenden bereid zijn offers te brengen als pensioenfondsen welvaartswinst kunnen bieden. Maar solidariteit heeft in Nederland een negatieve connotatie, alsof de verdeling stelselmatig eenzijdig zou zijn. In zijn lezenswaardig advies bij de Hoofdlijnennotitie verbaast Vandenbroucke zich daarover. Hij noemt solidariteit “het cement van onze welvaartsstaten”.

In de knel
De sociale en samenbindende functie van pensioenfondsen staat sinds de eeuwwisseling onder druk. De oorzaak is complex. Pensioenfondsen die hun fiduciaire rol niet waarmaken, falende en overcompenserende toezichthouders en een wetgever die ons klem zet met vermeende zekerheden op de korte termijn. Daardoor kampen wij nu met de dekkingsgraaden invaarproblematiek en eindeloze discussies over korting als uiterste redmiddel. Het Pensioenakkoord kan deze gebreken maar ten dele repareren. Het gebrek aan flexibiliteit in de pensioenwetgeving blijkt schadelijk. Wij kunnen daarvan leren. De wet zou uitwegen moeten bieden als zich onvoorziene omstandigheden voordoen of (financiële) schokken. Er blijft behoefte aan discretionaire bevoegdheden om de hardheid van regels te mitigeren. Starre regelgeving is symptomatisch voor onze neiging het heden te extrapoleren; die miskent dat de wereld er morgen geheel anders uit kan zien. Tegen die achtergrond menen wij dat het pensioenakkoord meer ruimte moet bieden voor beleidsvrijheid van pensioenfondsen die tot uitdrukking komt in open normen zoals een evenwichtige belangenafweging. “In zijn bevoegdheid tot herverdeling kan een pensioenfonds onzekerheid over de toekomst omzetten in maximale zekerheid voor de begunstigden”, aldus Vandenbroucke. Hij verstaat zekerheid als een haalbare (realistische) pensioenambitie die door de begunstigden ook als zodanig wordt ervaren. Daarbij hoort dat begunstigden erop mogen vertrouwen dat het pensioenfonds het contract (de ambitie) zo goed mogelijk uitvoert en de flexibiliteit heeft ‘tot billijke aanpassingen omwille van economische, financiële of demografische omstandigheden’.

Sociale functie is deel van de fiduciaire rol
De sociale functie van een pensioenfonds komt mede tot uiting in zijn rol als fiduciair eigenaar of trustee. Het pensioenfonds belegt en beheert de aan hem toevertrouwde middelen. Het handelt niet voor zichzelf maar voor rekening van de begunstigden en soms voor werkgever(s). Dit vereist zorgvuldigheid en loyaliteit. Een deskundig pensioenfonds dat handelt conform de beste praktijken en volstrekt toegewijd is aan het beste belang van diegenen die economisch van hem afhankelijk zijn. Dit onderscheidt pensioen van een financieel contract. Iedereen mag een onnodig of waardeloos financieel contract sluiten, mits goed voorgelicht. Dat is een uitvloeisel van contractsvrijheid. Bij pensioen is dat anders. Het gaat erom dat het pensioenfonds bescherming biedt aan zijn begunstigden en het vertrouwen geniet van de ‘stakeholders’; doet wat het behoort te doen in het licht van zijn opdracht, doelstelling en fiduciaire verplichtingen. Fiduciaire principes zijn open normen die ons in staat stellen belangenconflicten en risico’s te beheersen in de verhouding tussen fiduciair eigenaar en begunstigden. Die principes gaan terug tot het Romeinse rijk. Die houdbaarheid noopt tot bescheidenheid. Denk niet dat het mogelijk is die fiduciaire verhouding te vervangen door een ‘compleet’ contract, temeer gezien de extreem lange looptijd van het pensioencontract. Op voorhand staat vast dat wij te maken krijgen met onvoorziene schokken in het systeem. Open normen zijn nodig om op die momenten weerbaar te zijn.

Financieel en maatschappelijk rendement
In het beleggingsbeleid kunnen pensioenfondsen hun sociale functie praktisch etaleren. Er is synergie mogelijk tussen beleggingen met een bijkomend maatschappelijk rendement en de typische (eigen) omstandigheden waarin de begunstigden verkeren.Het pensioenfonds zou tenminste aannemelijk moeten maken dat de belegging bijdraagt aan de welvaart of het welzijn van de begunstigden en dat het fonds daarmee een lacune vult, bijvoorbeeld omdat ‘de markt’ niet voorziet in een behoefte. Een voorbeeld is Pensioenfonds Zorg en Welzijn dat belegt in ‘waardegedreven zorg’. PFZW beoogt hiermee “financieel rendement te behalen en producten die de gezondheid en het welzijn van patiënten meetbaar te verbeteren”. Deze weg is niet zonder uitdagingen. Denk aan de huidige lage rentestand, waardoor ‘goedkoop’ geld overvloedig beschikbaar is, aan de noodzaak te beleggen in grote volumes en aan de managementaandacht die nodig voor het beheer van dergelijke beleggingen.
Een mogelijke oplossing is dat het pensioenfonds de samenwerking met de overheid opzoekt, waarbij de langetermijndoelstelling van het pensioenfonds samengaat met het maatschappelijke perspectief. Mogelijk kan het Wopke-Wiebes fonds juist op dit punt in een behoefte voorzien. Bij typische overheidstaken als zorg, onderwijs en infrastructuur, kunnen pensioenfondsen financieren en kan de overheid de beheersmatige taken en kosten op zich nemen of verlichten. Een ander voorbeeld is Pensioenfonds Werk en (re) Integratie (PWRI), dat belegt in bedrijven die aantoonbaar bijdragen aan de werkgelegenheid voor mensen met een arbeidsbeperking. Als aandeelhouder van deze bedrijven gaat PWRI het gesprek met hen aan om een positief verschil te maken in het leven van de achterban.

Ten slotte
Een pensioenfonds kan zijn meerwaarde laten zien in vergelijking tot andere financiële instellingen als het erin slaagt zijn sociale functie te etaleren. Het pensioenfonds zou die functies moeten integreren voor het best mogelijke pensioenresultaat. Het pensioenfonds kan daarmee bescherming bieden aan begunstigden in een onzekere wereld. Dit vereist dat het beschikt over discretionaire vrijheid en draagvlak. Die stellen bijzondere eisen aan de kennis, vaardigheden en governance van het fonds. Deze sociale functie van pensioenfondsen zien wij onvoldoende in het pensioenakkoord. Wij pleiten voor herstel in de Wet toekomst pensioenen.